Pat Mills & Joe Colquhoun

Charley's Oorlog 1 – 2 juni 1916 – 1 augustus 1916

7.0
Joris Vanden Broeck - 22 december 2014

Het lijkt anno 2014 nog amper denkbaar, maar ooit was de Eerste Wereldoorlog niet meer dan een saai verhaal dat te pas en te onpas werd opgerakeld door ingezetenen van wooneenheden die in die tijd bekend stonden als ouwpekeshuizen.

Tegen een dergelijke achtergrond een strip maken over deze gebeurtenissen, stond nagenoeg gelijk aan commerciële zelfmoord. Toch is dat exact wat Pat Mills en Joe Colquhoun in het Groot-Brittannië van eind jaren 1970 deden, toen ze kwamen aanzetten met Charley’s Oorlog. Nu wordt het beeldverhaal, na jaren in de vergetelheid, opnieuw opgevist en in een fraaie heruitgave opnieuw op de wereld losgelaten.

Die wereld ziet er vandaag geen klein beetje anders uit dan toen Charley's Oorlog voor het eerst werd gepubliceerd. “Er waren geen strips over de Eerste Wereldoorlog”, geeft scenarist Pat Mills mee in een soms ietwat bitter aandoende inleiding van deze nieuwe uitgave. Vermoedelijk heeft de man een punt. Het zou nog jaren duren voor Tardi, om die onvermijdelijke naam nog maar eens aan te halen, met zijn werken rond W.O. I furore maakte. En als er in die periode elders toch stripwerk werd gemaakt rond die cruciale fase in de geschiedenis, dan lijkt het de tand des tijds niet te hebben overleefd.

Op het eerste gezicht heeft Charley's Oorlog dat evenmin. De verhalen zijn in een dermate ouderwetse stijl getekend dat ze decennia ouder zouden kunnen worden geschat dan ze werkelijk zijn. Bovendien werd Charley’s War oorspronkelijk als feuilleton ontwikkeld voor het blad Battle, een weekblad voor jongens dat zijn lezers een zekere voorliefde voor Het Uniform opdrong. Die oorspronkelijke verschijningsvorm maakt dat de afleveringen - elk drie tot vier pagina's lang - uit elkaar vallen in kleine brokjes, hoewel ze samen een doorlopend geheel vormen. De herhalingen, oorspronkelijk bedoeld om de leesbaarheid in wekelijkse afleveringen te verhogen, werken hier dan ook als een stevig nadeel.

Inhoudelijk is Charley’s Oorlog echter pakken interessanter dan zijn doorgedreven realistische en overdreven dramatische aanpak laat vermoeden. De strip vertelt het verhaal van een Britse tienerjongen die zich, gedreven door idealisme, aanmeldt voor de dienst en daartoe zelfs bereid is te liegen over zijn leeftijd, zolang hij die dekselse Duitsers maar op hun donder mag gaan geven.

Het patriottisme en het naïeve idealisme waarmee Charley ten strijde trekt, leggen echter snel het loodje wanneer de jongeman – en met hem de lezer – wordt geconfronteerd met de bittere werkelijkheid van wat zich afspeelt aan de frontlinie. Mills en Colquhoun schuwen immers de gruwelijke realiteit niet, iets waarmee ze vast niet al te veel vrienden hebben gemaakt bij Battle. Maar de waarheid moet niet worden verdoezeld, vonden de auteurs, zeker niet wanneer die – zoals in de Slag om de Somme die hier aan bod komt – ruim een miljoen gesneuvelden als gevolg heeft.

Charley’s Oorlog mag dan alleszins in de ogen van de lezer in 2014 niet de meest leesbare strip zijn, 35 jaar na zijn oorspronkelijke verschijnen laat het werkstuk nog steeds een diepe indruk na. Dat is geen klein beetje te danken aan de manier waarop Mills aan de slag gaat met het vertellen van een vervelend stuk geschiedenis. De auteur gaat daarbij geen taboes of vervelende feiten uit de weg, wat resulteert in een accuraat, lezenswaardig werk.

E-mailadres Afdrukken