Rabaté

Losse Tongen

8.0
Marc Bastijns - 24 november 2014

Oud werk van Pascal Rabaté blijft de moeite. Losse Tongen is een oudere striproman van zijn hand uit 1997. Zijn kwaliteiten waren toen al duidelijk zichtbaar.

Aan het einde van de jaren ’80 debuteerde Pascal Rabaté als stripauteur. Hij begon meteen met het tekenen én schrijven van strips. Het duurde wel tot Ibicus (vier delen tussen 1998- en 2001) vooraleer zijn bekendheid ook buiten de grenzen van Frankrijk begon te groeien. Met dat vierluik toonde hij zijn meesterschap aan op basis van een roman van Alexis Tolstoï. Ook Een Tweede Jeugd (2006) was een grote voltreffer, waarvoor Rabaté de gerenommeerde Grand Prix de la Critique ontving. Vanaf dat moment maakte Rabaté deel uit van het officieuze Franse pantheon van grote stripauteurs. Zo begon hij ook werk te maken van een andere grote liefde van hem, de film. De verfilming van Een Tweede Jeugd in 2010 zorgde ook op dat vlak voor een doorbraak naar een breder publiek. Sindsdien maakte Rabaté nog twee andere films op basis van originele scenario’s. Hij lijkt nu zijn tijd te verdelen tussen film, het tekenen en schrijven van eigen strips én het schrijven van scenario’s voor andere tekenaars. Zo werd De Maria van Plastic, met tekeningen van David Prudhomme, in 2009 vertaald door Oog & Blik.

In Losse Tongen volgen we Pierre Ferra wanneer deze als nieuwe pastoor zijn intrek neemt in het kleine dorpje Restigné. Op dat moment is de hele gemeenschap overstuur door de dood van wijnbouwer Deguelo. Dat overlijden zet allerlei verdachtmakingen in werking en brengt tal van onderhuidse frustraties naar boven. Pierre wil de groeiende spanningen ontzenuwen, maar raakt zelf in de problemen. In een stijl die twijfelt tussen thriller en dorpsroman, houdt Pascal Rabaté zijn lezers in een aangename houdgreep. Zoals in zijn andere werken lijkt het onmogelijk om het boek tussendoor even weg te leggen.

Losse Tongen verscheen in 1997, vlak voor Rabaté doorbrak met het vierluik Ibicus. Zijn tekenwerk liet zich toen al kenmerken door een grote zwierigheid, maar was dan ook nog realistischer en gedetailleerder. Zijn recentste werk is veel schetsmatiger, een trend die met Een Tweede Jeugd ingezet werd. Beide stijlen weten ons alleszins te bekoren. Typerender dan zijn tekeningen, is ’s mans vertelstijl. Er zijn maar weinig scenaristen die zo’n typische verhalen vertellen. De karakters in zijn verhalen zijn stuk voor stuk levende miniaturen. Het woord ‘karakterdrama’ lijkt wel voor het werk van Rabaté uitgevonden. De Franse voorliefde voor uitvoerige dialogen en intense gesprekken in verhalen heeft hem ook niet onberoerd gelaten.

Nadat zijn vorige werk bij Oog & Blik onderdak gevonden had, neemt Blloan het voor Losse Tongen van hen over. Er ligt nog heel wat ouder werk op de plank te wachten. Gezien de kwaliteiten van Losse Tongen zou het ons niet verbazen indien ook daaruit nog een bundel vertaald zou worden. We zeggen het nog één keer: Pascal Rabaté geeft met Losse Tongen alweer een masterclass in scenarioschrijven, allen daarheen!

E-mailadres Afdrukken