Zidrou & Pourcel

Folies Bergère

9.0
Eric d’Hooghe - 22 juni 2014

Dat de Eerste Wereldoorlog 100 jaar geleden begon, hebben we intussen hebben we wel geweten. Heel wat (her-)uitgaven van oorlogsstrips vullen immers de winkelrekken. Ook deze Folies Bergère past in die rij. Al is het toch geen dertiende in het dozijn.

Het beeld van een wroetende mol brengt ons naadloos naar de Franse frontlinie, te midden van de manschappen van de 17de compagnie van kapitein Maurice Meunier? Die hebben dan al heel wat naam gemaakt, maar jammer genoeg niet in positieve zin. Ze hebben zich zelf een bijnaam aangemeten die in die tijd een ranzig kantje had: “Les Folies Bergère”, want dat klinkt beter dan “de 17de infanteriecompagnie”. Daarnaast hebben ze een cartoonist die de oversten te kakken zet in de plaatselijke krant en soldaten die categorisch weigeren te sterven, zelfs als ze er het bevel voor gekregen hebben.

Die laatste heet Rubinstein, een soldaat van joodse origine, die ter dood veroordeeld wordt omdat hij een sergeant heeft aangevallen die vier keer na elkaar zijn verlof introk. Rubinstein heeft hem dan maar gewoon bij de ballen gegrepen en besneden. Hem wacht dus het vuurpeloton. Nadat het peloton een half dozijn patronen elk heeft afgeschoten op Rubinstein en een aantal andere sukkelaars, staat hij nog steeds overeind, ondanks de gaten in lichaam en hoofd. Een mirakel. Er zit dus niets anders op om er een aalmoezenier bij te halen om dat van naderbij te bekijken. Dat wordt “Kapitein Nemo”, een jeugdvriend van kapitein Meunier en kapelaan, die in de Folies Bergère zijn intrede doet. Hij ontdekt er het ware gelaat van het front. Het lijkt alsof hij van de hemel in de hel is terecht gekomen. Hij leeft er samen met mannen die slechts verlangen om naar huis terug te keren.

Wat volgt is een hyperrealistisch relaas van de waanzin aan het front. Soldaten die om de kleinste redenen gefusilleerd worden, generaals die op de achterhoede blijven en vooral veel slijk en smerigheid. Alles krijgt nog een intenser karakter omdat Zidrou zich opstelt als fotograaf. Ook een trucje dat hij van Tardi heeft overgenomen, beweert hij zelf. De doden vallen als strohalmen. Tot er plots een kind dat op zoek is naar haar vader tussen de twee frontlinies staat. Het is wat lullig om het einde te verklappen. Maar door een magisch-realistische kunstgreep loopt alles toch op een onverwachte manier af.

Ondanks dat esoterisch kantje, slaagt Zidrou er in elk geval in om het verhaal met de nodige geloofwaardig te brengen, hoewel de belangrijkste documentatie voor hem de loopgravenstrips van Tardi waren. Zijn uniformen kloppen niet, de geweren zijn anachronistisch en de voertuigen missen ook wat belangrijke details. Maar dat stoort niet, want toch krijgen we een realistische weergave door de zwier die hij aan zijn tekeningen geeft. Meer nog, het mag gerust naast het beste van Tardi staan. Pourcel zorgde voor een origineel verhaal zonder helden, waardoor je je enorm gaat inleven in de situatie.

Een strip die beklijft met een knap scenario en prachtig tekenwerk. Meer moet dat niet zijn.

E-mailadres Afdrukken