Julie Birmant & Clément Oubrerie

Pablo: 3. Matisse

8.0
Eric d’Hooghe - 08 juni 2014

Intussen zitten we al aan deel 3 in de reeks Pablo. De voortkabbelende reeks over het leven van Pablo Picasso, waarbij telkens een “bevriende” tijdgenoot in de titel mag staan. Deze keer krijgt Matisse de eer.

Na Pablo: 1. Max Jacob, vroeg ik me luidop af of het sterke niveau zou kunnen stand houden in deel 2. En kijk, na Pablo: 2. Apollinaire, wordt zelfs deel 3 er enkel beter op. Pablo is nog steeds een koppel met Fernande, de verteller van het verhaal. De kunstenaar is jaloers en bezitterig, iets dat Fernande verhindert om het leventje te leiden dat ze echt wil leiden: ze vlucht dan maar in de boeken. Ze voelt zich ietwat verlaten door het creatieve genie Pablo, die dag en nacht enkel aan zijn kunst denkt. Toch bewondert ze hem en blijft ze van hem houden.

De kunstenaar heeft zich intussen voorgenomen om een nieuwe wind in zijn kunst te blazen. Hij wil nieuwe dingen creëren en de tijdsgeest in zijn werk weergeven. Ook Fernande wordt niet meer in een objectieve, maar in een subjectieve wereld geportretteerd. We zien intussen ook zijn Afrikaanse periode hier vorm krijgen.

Dit deel begint met Pablo en Fernande die op weg zijn naar Spanje om de ouders van de schilder te ontmoeten. De ontmoeting zelf krijgt maar weinig plaats in het album en wordt vrij snel afgehaspeld. Wat belangrijker is, is de tijd die het koppel spendeert in een klein verloren dorpje. We krijgen de indruk dat we in een spaghettiwestern beland zijn. Pablo wordt hier bevangen door een artistiek vuur en het is op deze plek dat hij de eerste keer de drang voelt om zich te hernieuwen. Het brengt meteen ook een zekere gekte in het album. Pablo wil (en moet) keer op keer bewijzen dat hij niet gek is, ook tegenover Fernande.

Net zoals in de vorige twee delen is de context geniaal. Geen Wikipediaweetjes, maar het alledaagse artiestenleven wordt weergegeven. We waren intussen in Montmartre, met Apollinaire, we keerden terug bij Gertrude Stein en nu worden we getuige van de mediatieke geboorte van Matisse, beroemd en gerenommeerd en daarom ook rivaal van Picasso. Eigenlijk wordt Matisse een beetje belachelijk gemaakt door de auteurs in de vorm van een kleine jongen die hem verwijt nooit kikkers op zijn waterlelies te schilderen omdat hij ze waarschijnlijk niet kan tekenen.

Clément Oubrerie blijft in zijn schetsmatige stijl verder gaan, maar toch past hij die stijl en zijn kleurgebruik meer en meer aan aan de periode waarin Picasso zich op dat moment bevindt. In dit deel: de roze periode. Die stijl zal hem zeker aan zijn vroeger baantje geholpen hebben. Na de vijfdelige Aya de Yopougon werd hij immers door stijlgenoot Joan Sfar opgepikt om mee te werken aan twee lange animatiefilms: Sfars De kat van de rabbijn en het eigen Aya de Yopougon. Beiden kwamen uit in 2011.

Birmant en Oubrerie slagen zeker in hun opzet. Als lezer begrijp je, meer dan ooit tevoren, de mens Picasso. Je wordt ondergedompeld in een meeslepende tijdsgeest en begrijpt waarom op die momenten op net die plaatsen geschiedenis werd geschreven. Als we de Franse uitgaves mogen geloven, zal deel 4 het laatste zijn: Pablo 4: Picasso. Maar gezien het succes en ook omdat het hier enkel om de jeugdjaren van Picasso gaat, mogen we misschien in de toekomst nog een vervolgreeks verwachten.

E-mailadres Afdrukken