Augustin & Yann

Whaligoe 2.

8.0
Evelyn Vancayzeele - 18 mei 2014

“Verschilt een dandy dan zoveel van een koket wicht? Spelen mannen en vrouwen hun troeven niet op dezelfde manier uit? Waarom zo neerbuigend doen over het subtiele spel van de verleiding? Is een dandy niet even ijdel als een vrouw?”

Bovenstaande quote komt uit de mond van Emily, een personage uit Whaligoe, en toont dat dit tweedelig verhaal geen eenzijdige kijk geeft op negentiende-eeuws Engeland. Hoewel er wel wat romantische clichés in zitten verwerkt (dandyisme, drugs en het bovennatuurlijke), levert Yann een genuanceerd en eigenzinnig verhaal.

Sir Douglas Dogson, ooit een gevierd schrijver, is op de vlucht voor de roddelende society van Londen en onderbreekt zijn reis om uit te rusten in het gehucht Whaligoe, samen met Speranza, zijn voormalige muze en een verwelkte, aan laudanum verslaafde, vrouw. Douglas, professioneel dandy en romanticus, neemt elke gelegenheid ten baat om inspiratie te zoeken voor een volgende roman die zijn reputatie hopelijk terug kan rehabiliteren. De gebeurtenissen in en rond Whaligoe blijken dan ook een rijke bron te zijn om uit te putten.

Het gerucht gaat namelijk de ronde dat Ellis Bell, een voormalige concullega, in het dorpje zou vertoeven. Douglas maakt ook kennis met een intrigerende maar mysterieuze gedaante op het kerkhof en ondergaat een persoonlijke aanval van Branwell, een dorpsbruut die zich aan de hand van een authentiek manuscript uitgeeft voor Bell.

Het tweede en laatste deel van Whaligoe opent met een tweegevecht, een voortzetting van de strijd tussen Douglas en Branwell, waarvan Douglas op meerdere vlakken de overwinnaar is. Zo ontdekt hij onder meer wie Ellis Bell echt is en wat het mysterie van het meisje op het kerkhof is. Aan spanning, actie en intriges dus zeker geen gebrek in deel twee. Alleen wordt het tempo wat getemperd door de vaak weinig prozaïsche formuleringen die door een aantal personages met schrijversaspiraties in een te krap tekstballonnetje worden gewurmd.

In dit deel komen enkele romantisch-historische elementen goed tot uiting. Douglas’ rol als dandy is lichtelijk ironisch narcistisch. De verwijzingen naar Oscar Wilde (“En daarna wacht ons Parijs! Die beste Oscar kan ons zijn gastvrijheid niet weigeren. Hij zal zijn ballingschap graag met ons delen…”) of Fuseli’s ‘De Nachtmerrie’ zijn dan ook niet erg verwonderend. De vrij realistische tekeningen van Virginie Augustin en quasi-melancholische inkleuring van Fabien Alquier sluiten hier goed bij aan.

E-mailadres Afdrukken