De Crécy

IJstijd

7.5
Eric d’Hooghe - 10 maart 2014

Op een dag, als de volgende IJstijd zijn intrede heeft gedaan, zal je nog enkel in Europa raken als je doorheen een gezonde laag permafrost graaft. Zelfs dan zullen Hulk en Spiderman nog goede namen zijn voor je hond.

alt

Tenminste, dat is toch de mening van Nicolas de Crécy in deze graphic novel. Echt nieuw kan je hem niet noemen, want hij verscheen al in 2005 in het Frans. Dat jaar besloot de directie van het Louvre om in te zetten op de grafische roman en vroeg een aantal klinkende namen in het genre om een creatie te maken waarin hun collectie centraal staat. IJstijd was de eerste uit deze reeks, inmiddels zijn er negen albums gemaakt door gerenommeerde auteurs als Enki Bilal, Étienne Davodeau, David Prudhomme en Bernard Hislaire.

De Crécy heeft het concept volledig naar zijn hand gezet en start het verhaal als een futuristische queeste naar de huidige beschavingen. Hij vraagt zich af wat er zou gebeuren als een expeditie in een verre toekomst zou stoten op de resten van een museum. Dit alles in een decor van een wereld die door een aanhoudende ijstijd veranderd is in een planeet voorzien van een meters dikke ijs- en sneeuwlaag. De expeditie bestaat, naast de normale experten en dochter van de mecenas, uit genetisch gemanipuleerde honden die kunnen praten en meer nog: artefacten met hun instinct precies dateren.

Op een moment komen ze door een aardverschuiving terecht in een ware schatkamer voorzien van schilderijen en beeldhouwwerken. Wat volgt is een zeer originele interpretatie van een vroegere beschaving (onze huidige) aan de hand van beroemde kunstwerken uit het Louvre, waar ze eigenlijk zijn terechtgekomen. Een sneer naar historici die conclusies trekken uit gevonden afbeeldingen. De volledige uiteenzetting houdt steek, maar is absoluut hilarisch. “Was levitatie een fase voor het sterven?”, vraagt Joseph, de amateurarcheoloog, zich af als hij de Annunciatie van Braccesco aanschouwt. Het wordt meer en meer duidelijk dat de culturele vooroordelen van de karakters hen verder en verder afleiden van de realiteit.

Op hetzelfde ogenblik is een van de honden, Hulk, afgeweken van de route en komt in een ander gedeelte van het museum terecht. Hij wordt opgevangen door de beeldhouwwerken die schijnbaar tot leven gekomen zijn. Eindelijk kan de Crécy zijn specialiteit, het uittekenen van droomsequenties, ten volle gaan benutten. Dit deel is echter even slikken, na het anarchistische en humoristisch wetenschappelijk pamflet. Het lijkt er sterk op dat hij het verhaal van achter naar voren heeft uitgedacht, waardoor het, in de juiste chronologie, het noorden, en daardoor ook de lezer, kwijt raakt.

Een gemiste kans, aangezien het verhaal veelbelovend start met een futuristische Indiana Jones-spirit. Er zit een gezonde laag kritiek, humor en avontuur in. Je wordt als lezer meegezogen in het verhaal en wat eerst een droom lijkt, blijkt een filosofisch geleuter waar we als lezers zeker geen boodschap aan hebben.

Toegegeven, het tekenwerk is van een zeer degelijk niveau en neigt naar de Joann Sfar-techniek. Ook de appendix met informatie over de getoonde meesterwerken geeft het geheel de cultureel-wetenschappelijke inhoud, die je verwacht van een ‘Louvre-opdracht’. Wat we missen, is een duiding. In het Nederlandstalig gebied is de collectie van het Louvre niet algemeen gekend, en een opdracht die 8 jaar geleden de Franse pers haalde, zit ook niet meteen in ons collectief geheugen.

Toch blijft de eerste helft van het verhaal lang nazinderen, toch een bewijs van kwaliteit. Misschien dat, als de Crézy meer tijd had gekregen om de opdracht uit te voeren, de samenhang in het verhaal er beter van zou zijn geworden. En dan hadden we echt van een meesterwerk kunnen spreken.

E-mailadres Afdrukken