Le Hénanff

Ostfront: 1. Stalingrad

6.5
Eric d’Hooghe - 13 januari 2014

70 jaar geleden vormde de Slag om Stalingrad het keerpunt van de Tweede Wereldoorlog. Voor Fabrice Le Hénanff een goede reden om enkele sleutelmomenten van deze titanenstrijd in beeld te brengen. En dat laatste mag je gerust letterlijk nemen

In augustus 2013 nam Daedalus de Nederlandstalige tak van 12bis over. Op dat moment herbergde 12bis enkele topauteurs zoals Eric Stalner, Eric Lambert, Jean-Yves Delitte, Fabrice Le Hénanff en natuurlijk een der groten uit de stripwereld: François Bourgeon. Tijdens het najaar van 2013 verschenen al de eerste titels van de nieuwe Daedalustak. We kregen meteen het vijfde deel aangeboden van Ze Waren Met Tien (Stalner), het one-shot Wolf (Stalner), het afsluitende deel van U-Boot (Delitte) en dit ‘eerste’ deel van Ostfront.

Het verhaal speelt zich af tussen juni 1942 en januari 1943, de periode van het Duitse zomeroffensief aan het Oostfront, codenaam Fall Blau. We volgen dit gebeuren door de ogen van drie personages. De eerste twee zijn kleine garnalen: sergeant Max Dinger en korporaal Kurt Steiner, die naar een disciplinair bataljon werd gestuurd omdat hij de officier die hem decoreerde niet wou salueren. De derde is luitenant von Vilshofen, die hier zijn vuurdoop krijgt. Hij is de zoon van een extreem harde, meedogenloze generaal en staat op het punt te trouwen in zijn thuisland. De drie komen in de hel van Stalingrad terecht. Een immense ruïne, vergeven van Russische sluipschutters. Het is vooral een gevecht om te overleven, eerder dan een gevecht om de juiste vlag te kunnen hijsen op wat er overblijft van het stadhuis.

Echt gemakkelijk leesvoer kunnen we dit niet noemen. Akkoord, ondanks de sobere cover krijgen we ware kunstwerkjes te zien vanaf de eerste pagina. Le Hénanff heeft zijn sporen trouwens al ruim verdiend met zijn eerdere werk. Tot nu toe waren dit vooral one-shots, zoals De Kameleons en de bescheiden (in aantal) serie H.H. Holmes. Wat zijn werk typeert is de historische accuraatheid, zijn voorliefde voor de voorlaatste eeuwwisseling en zijn dramatische schildertechniek. En ook hier gaat hij niet voor minder. Het boek bulkt van de details: geen uniformknoopje of legervoertuig mist historische correctheid, hoewel enkele nerds een polemiek zijn begonnen over de bouwmaand van een bepaalde tank. Maar hier zit meteen ook het mindere kantje aan deze strip: te veel op te weinig pagina’s. Er gaat geen bladzijde voorbij zonder voetnoten -- meestal vertalingen van Duitse legertermen -- die absoluut niets toevoegen aan het verhaal en er zelfs de schwung uit dreigen te halen.

Dat Le Hénanff mooie karakterkoppen en levensechte decors neerzet, waarbij hij de harde realiteit van het Oostfront niet uit de weg gaat, mogen we niet ontkennen. Maar het verhaal kwakkelt aan vele kanten. Dit komt vooral door het knip- en plakwerk uit filmmateriaal dat duidelijk ter inspiratie diende; in de eerste plaats de film Stalingrad uit 1993, waaraan hij twee van de drie hoofdpersonages ontleend heeft. Daarnaast zijn enkele personages in de strip duidelijk portretten van personages uit bekende oorlogsfilms. Sommige internetfora maken er zelfs een quiz van. Een van de mooiste scènes uit het verhaal is dan weer letterlijk overgenomen uit de film Enemy at the Gates. Ook daar zien we een massa ongewapende Russische soldaten harakirigewijs chargeren op de Duitse linies. De filosofische projectie op het einde naar de gevechten in Groznie in de jaren ’90 (“Hebben we niets geleerd?”), smaakt ook wat wrang.

Blijkbaar wil de auteur uit de one-shot hoek geraken door dit deel 1 te noemen. Maar het volgende deel zal Westfront, 2. Berlijn heten en aangezien ik geen bekend Zuid- of Noordfront ken, lijkt deze serie het tweeluik niet te overstijgen. Geef Le Hénanff een goede scenarist en we gaan nog veel plezier beleven aan deze man. Maar zijn solowerk mist een goed samenhangend verhaal.

E-mailadres Afdrukken