Franquin

Guust Nr. 4 en 5

8.0
Joris Vanden Broeck - 13 oktober 2013

Meer dan een halve eeuw nadat het figuurtje voor het eerst door het beeld liep in weekblad Robbedoes, blijft Guust tot de verbeelding spreken. De creatie van Franquin is in die tijd dermate uitgegroeid tot een klein icoon, dat je bijna zou vergeten de strips te lezen.

Niet dat Dupuis niet de nodige moeite doet om dat te voorkomen. Het aantal verschillende Guust-uitgaven, is bijna niet meer te overzien. Sinds kort worden de eerste albums opnieuw uitgebracht in hun oorspronkelijke oblong-formaat, een dure term die zoveel wil zeggen als: een halve plaat per pagina.

Vijf van dergelijke albums zagen het licht midden jaren zestig, toen Guust aan zijn opmars bezig was in het weekblad Robbedoes. Letterlijk en figuurlijk: de stuntelige kantoorhulp is aan de slag bij het tijdschrift waarin zijn strips verschenen, een kunstgreep die de gags een extra, lichtjes absurde dimensie geven.

Met het verschijnen van deel vier en vijf werd zopas de mini-reeks opnieuw afgerond en het moet gezegd: het was een ervaring om die oude Guust-strips ter hand te nemen. Net zoals Calvin & Hobbes blijft Guust immers jarenlang na het stopzetten van de strip nog steeds zeer leesbaar, genietbaar zelfs. Zij het daarom niet noodzakelijk om de redenen waarom de strips oorspronkelijk zo populair waren. Hoewel Franquin, in het maken van deze strips deskundig bijgestaan door Jidéhem, een klepper uit de stripgeschiedenis is op wiens talent weinig af te dingen valt, heeft dat talent niet kunnen voorkomen dat de tand des tijds de weg naar zijn creatie gevonden heeft.

Wat ooit mogelijk tot schuddebuiken leidde, is vandaag soms amper een gniffel waard. Maar dat de strips, ondanks het devalueren van hun humorgehalte, nog steeds tot de verbeelding spreken, bewijst het grote talent van Franquin. De albums van Flater stralen zo'n gezapige sfeer uit dat je er gerust in zou willen rondhangen, graag zelfs in enigszins dromerige toestand zoals zijn hoofdpersonage.

Guust Flater, ongetwijfeld de eerste, en mogelijk de beste slacker die er ooit geweest is, is wie we allemaal op een zeker moment in ons leven zouden willen zijn. Naïef, maar doorgaans ook zeer gelukkig, met het innerlijk kind springlevend en totaal niet geïnteresseerd in, en zelfs schijnbaar niet bewust van, zaken waar van verantwoordelijkheid bulkende volwassenen zo druk mee in de weer zijn.

Bovendien hebben de Guust-albums met het verstrijken der jaren een zekere curiositeitswaarde gekregen, die hen tot fascinerend tijdsdocument maakt. Kwabbernoot, nochtans een kinderheld in de sixties, blijkt zowaar te roken (het zou ons niet verbazen als Flater in zijn sigaretten meer draaide dan louter tabak) en er was een tijd dat tijdschriften in elkaar gebokst werden met niet meer dan schrijfmachines en tekeningen op papier. Om over de introductie van de kleurenfotokopieermachine nog maar te zwijgen.

Guust, antiheld op espadrilles, een relict van de jaren zestig, zou vandaag waarschijnlijk niet lang standhouden, zelfs niet in de stripwereld. Het is een geruststelling dat er toch ergens een commercieel vernuft rondloopt die wel brood ziet in het blijven verlokken van brave burgers met dit schijnbaar onschuldig, maar in zijn ziel zeer ontregeld karakter.

E-mailadres Afdrukken