Headshot (Matz en Wilson)

Michael Goovaerts - 17 april 2006

Uit ervaring weten we dat de laatste pagina’s van een verhaal van scenarist Matz je heel naakt en onbevredigd kunnen achterlaten. Met het volledige drieluik van Headshot op je boekenplank kan je, zoals een patiënt in kritieke toestand met toegang tot zijn eigen morfine, ongestoord verder blijven lezen. Geen cliffhangers meer met slapeloze nachten tot gevolg.

Het BD Noir-detectivegenre is door menig scenarist uitgespit, maar nergens kwamen we nog eens een schrijver tegen die met chirurgische precisie de clichés van het genre weet te omzeilen. Scenarist Matz, pseudoniem voor Fransman Alexis Nolent, bundelde zijn krachten met de uitgeweken Nieuw-Zeelander Colin Wilson, de tekenaar van De jonge jaren van Blueberry. Voor hun collaboratie Headshot (’De plomb dans la tête’), die voortborduurt op het succes van De Killer (Matz en Jacamons Le Tueur), behoorde de minder getalenteerde tekenaar Colin Wilson de straffe erfenis van Luc Jacamon te overtreffen.

In het eerste deel van Headshot, ’Kleine Vissen’, schiet het stijlvolle killer for hire-duo Louis en Jimmy senator Sterling en zijn honeybunny neer. Het schandaal wordt dan ook naar goede gewoonte door politie en FBI in de kiem gesmoord. Louis heeft principes, een zekere mate van stijl, en schoenen van tweeduizend dollar. Zijn opvliegende partner in crime Jimmy is een jeugdvriend met dezelfde leeftijd en een even lijvig strafblad. De twee huurmoordenaars, achternagezeten door politie en andere malafide booswichten, worden in de steek gelaten door hun opdrachtgever en staan er dus alleen voor. Het is duidelijk: de moordenaars worden zelf gegeerd wild en de grote jongens achter het gordijn halen de touwtjes strak aan.

Dit hondsbrutale eerste politieverhaal heeft een gevarieerde cast aan kleurrijke personages: een onderwereld die stinkt naar doortrapte politici, sardonische gangsters en perfide FBI-agenten, opgesmukt met hier en daar wat statisch vrouwelijk schoon. De splatterscenes zijn gefragmenteerd en getuigen bij momenten van a bit of the old ultraviolence. De raakvlakken met Quinten Tarantino’s Pulp Fiction zijn legio, maar he, alles is al minstens één keer gedaan, moet Matz gedacht hebben. De beginscène met de lange dialoog in de auto voelt inderdaad heel Jules and Vincent aan, maar voor zover wij weten, heeft Tarantino nog altijd geen patent op spontane en out of the blue grappige dialoogvoering.

De narratieve savoir-faire van Matz komt in deel twee, ’Grote Vissen’, pas echt tot uiting. De zaak Sterling wordt steeds ingewikkelder met de ontdekking van een heleboel nieuwe lijken, en dat irriteert Perry en Carlisle, de twee agenten die belast zijn met de zaak. Noodgedwongen begint zich een onwaarschijnlijke bondgenootschap tussen moordenaars en agenten op te dringen. Matz gaat hier verder dan de klassieke whodunit en balanceert altijd ergens op de grens tussen glimlach en afschuw. Dit is volledig de verdienste van zijn psychologische inzicht in karakteropbouw — pars pro toto, want protagonisten moeten niet aardig zijn, wel geloofwaardig. De good guys in Headshot zijn dus nooit helemaal zuiver, noch zijn de opgevoerde villains allen onmensen, wel zijn zij slechts pionnen in een groter geheel die noodgedwongen moeten samenwerken. Naar het einde toe blijft er nog maar weinig verschil tussen zwart of wit: de flikken worden brutaler en de misdadigers iets menselijker, ondanks hun moorddadige bezigheden.

In afsluiter ’Onrust in het aquarium’ wordt na de moord op senator Sterling ook Louis van het hitmanduo vermoord. Perry, een van de twee onderzoekers die op de zaak zitten, wordt eveneens neergeschoten. Nu blijven enkel Carlisle en Jimmy over, geagiteerd omdat hun goede vrienden er niet meer zijn. De ideale situatie voor een clandestiene organisatie dus. Hun plan? Het aquarium overhoop halen opdat de ’grote vissen’ zouden komen bovendrijven! Net als je weer sympathie begint te voelen voor de hoofdpersonages wordt dit gevoel abrupt verbroken door gewelddadige scènes die je wakker schudden. Het tempo van de reeks is ongelooflijk strak en zuigt je op: lange dialogen worden afgewisseld met strepen snoeihard en excessief geweld. De meeslepende voice-overstijl intrigeert en maakt dit een kontstrak en zeer beklijvend drieluik met verwijzingen naar Miami Vice, Pulp Fiction en de grootstedelijke eenzaamheid in Edward Hopper’s Nighthawks.

Matz heeft een ontegensprekelijke gutfeeling voor het opbouwen van een degelijke spanningsboog, gespijsd met vonkende dialogen en verrassende plotwendingen. Het einde stelt licht teleur, net zoals de beperkte tekeningen van Colin Wilson en iets te glanzende inkleuring van Chris Blythe. Met ’Onrust in het aquarium’ beëindigen Matz en Wilson de eerste cyclus van een andere succesvolle reeks uit de Castermanstal. Headshot is de terechte opvolger van De Killer en het staat nu al vast dat de reeks wordt verdergezet. Pure porno voor de Thanatos.

E-mailadres Afdrukken