Fiske

Herr Merz

8.0
Thomas Bartosik - 14 april 2013

Lars Fiske's Herr Merz is een eigenzinnige biostrip over de Duitse kunstenaar Kurt Schwitters. De onorthodoxe vormgeving staat een goed verhaal niet in de weg.

Samen met Steffen Kverneland werkte Fiske aan Kanon waarin korte strips verschenen over Noorse en in Noorwegen actieve kunstenaars. Zo kwamen de heren uit bij Schwitters die vaak naar het Scandinavische land reisde en er eind jaren 1930 enige tijd verbleef om uit het zicht van het Nazi-regime te blijven. Fiske hield er een fascinatie voor de dadaïst aan over en werkte de plaatjes uit tot een voldragen graphic novel.

Schwitters was een vreemde eend in de dadaïstische bijt. Hij werd niet alleen geweigerd door de Berlijnse Dada-groep, maar had deels ook een verschillende thematiek. Zo is het politieke aspect veel minder nadrukkelijk aanwezig in zijn kunst. De manier van werken is wel gelijkend: collages, objets trouvés, klankgedichten, etc. In 1919 bedacht Schwitters zijn creaties met de naam "Merz" (naar aanleiding van een collage met een fragment uit een Commerzbank-reclame). De noemer werd gebruikt voor al zijn kunstwerken en beroepsactiviteiten, maar ook voor zichzelf. Schwitters was Merz. In zijn huis in Hannover bouwde hij traag aan Merzbau, een kamersvullende collage die de leefomgeving van het gezin grondig veranderde.

Merz was ook een tijdschrift waarin Schwitters experimenteerde met typografie en bladspiegel. De stijl van het magazine past Fiske gretig en smaakvol toe in zijn boek. Zwart en wit zijn de overheersende kleuren; het ritme van het blad wordt bepaald door rode tekstbalken. Met strak getekende pijlen en geometrische composities creëert Fiske een ongewone strip die in eerste instantie enige moeite van de lezer vergt. Het verhaal leest niet altijd van links naar rechts en van boven naar onder. Elementen staan in ware collagestijl door mekaar, worden verbonden met lijnen of waaieren uit over het hele blad. Na enkele bladzijden went het afwijkende karakter van de strip en blijkt Herr Merz helder en overzichtelijk te zijn. Sommige episodes zijn zelfs opgesteld als een diagram.

De personages doen met hun hoekig, verknipt karakter en hier en daar verwrongen perspectief denken aan Schwitters' pseudo-kubistische collagestijl. Fiske opteert voor uitgesproken gestileerde figuren die het platte vlak benadrukken. Zo nu en dan zijn ze onderworpen aan de bladspiegel: wanneer Schwitters declameert en het gedicht de bovenhand neemt, of wanneer Fiske zichzelf opvoert, onnatuurlijk voorovergebogen door de tekstballon boven zijn hoofd. Het resultaat zweeft ergens tussen de nostalgische stijl van Ever Meulen en Mazzucchelli's Asterios Polyp.

Herr Merz is geen biografie die volledigheid ambieert. Fiske vertelt het verhaal van zijn zoektocht naar Schwitters en staat enkel stil bij wat voor hem belangrijk is. Verwacht u niet aan een klassieke vertelling met natuurlijke dialogen; integendeel, soms moeten we het stellen met conversaties die meer weg hebben van een vertelstem. Toch word je als lezer na verloop van tijd -- in het begin is het nog even wennen aan vertel- en tekenstijl -- meegezogen en groeit de sympathie voor personages van vlees en bloed.

Een aantal grappige passages maken de strip nog sterker. Met gepaste zelfrelativering beeldt Fiske zichzelf en zijn kompaan Kverneland uit, gebogen over enkele houtresten, zich afvragend of het gaat om echte "Merz". Ronduit aanstekelijk is het tragikomisch stukje over het galadiner van de Aeropittura-tentoonstelling in Berlijn: dronken avant-gardekunstenaars en hoge piefen van de NSDAP (o.a. Goebbels en Göring waren aanwezig) brallen door elkaar tot Marinetti tegen de vlakte gaat tijdens het voorlezen van een experimenteel gedicht.

Voor wie op zoek is naar strips die buiten de lijntjes kleuren, is Herr Merz een absolute aanrader.

E-mailadres Afdrukken