Pendanx & Kris

Svoboda! Rusland, 1914-1920: 2. Jekaterinaburg, zomer 1918

6.0
Thomas Bartosik - 10 februari 2013

Dat Kris de mosterd wel eens op een ander durft te halen, bleek al in het verleden (zie bijvoorbeeld onze recensie van Moeder oorlog, een reeks waarvoor overvloedig inspiratie wordt gehaald uit de dagboeken van Louis Barthas). Ook het scenario van Svoboda! is stilzwijgend schatplichtig aan andere literatuur. We beginnen ons stilaan af te vragen of Kris een goede verhalenverteller is, dan wel een meesterplunderaar.

Want de verhalen die hij bij elkaar pent, zijn steeds van een behoorlijk niveau. Kris plukt her en der elementen rond eenzelfde thema en laat ze versmelten tot een aangenaam leesstuk dat weinig moeite heeft om de aandacht vast te houden. Dat appropriëren is ondertussen al geruimte tijd tot kunst verheven én deel gaan uitmaken van onze leefwereld, maar in dit geval blijft de man te vaak in de buurt van het origineel om daadwerkelijk iets wezenlijks toe te voegen met zijn lappendeken. (Trouwens, toch wel vreemd is de vermelding in het colofon van een kort stuk tekst dat "losjes" gebaseerd is op een liedje, terwijl er geen spoor is van enige andere verwijzingen.)

Voor Svoboda! dook de auteur wederom in de geschiedenisboeken. Zijn oog viel op het wedervaren van het Tsjechisch Legioen, een leger zonder land tijdens de Eerste Wereldoorlog. We verklappen u alvast de hele verhaallijn van de stripreeks: de Tsjechen en Slovaken die aanvankelijk met tegenzin onder Oostenrijks-Hongaarse vlag ten strijde trekken tegen Rusland leggen maar al te graag de wapens neer en vormen, na een periode van krijgsgevangenschap, een onafhankelijk leger van zowat 65.000 soldaten. Na de Russische Revolutie proberen ze via het oosten aan het West-Europese front te geraken, in de hoop hun militaire hulp te verzilveren in de vorm van een Tsjecho-Slowaakse staat. Aangezien ze in de Russische Burgeroorlog verwikkeld raken (en onderweg de aanleiding zijn voor de moord op de Tsaar), lukt het hen pas in 1920 om Rusland te verlaten.

Ook de petites histoires die de albums bevolken, zijn niet ontsproten aan het brein van Kris maar overgenomen uit allerhande bronnen: Pepa die de treinwagons beschildert (zelfs de kleinste details zoals zijn houten stelling zijn ontleend aan bestaande foto's), het incident in Tcheliabinsk waarbij een Hongaarse krijgsgevangene een Tsjech verwondt en de Bolsjewieken aansluitend de kant van de Hongaren kiezen... Het zijn eenvoudigweg waargebeurde feiten die in de strip op natuurlijke wijze verweven worden tot een fictief dagboek. De klemtoon ligt eerder op de persoonlijke beleving van de personages dan op het grote verhaal. Tekenend is de ontluikende haat-liefdeverhouding tussen gravin Norbertine Kinsky (Nora voor de vrienden; ook zij is geen verzonnen figuur) en een van de Tsjechen, al weerspiegelt deze verhouding tegelijk de confrontatie tussen burger en adel, een niet onbelangrijk aspect van de zwanenzang van zowel de Donaumonarchie als het Tsaristische Rusland.

De hoofdrol in Svoboda! is weggelegd voor de zwierig in beeld gebrachte anarchist Jaroslav Chveïk die het niet al te nauw neemt met de militaire discipline, en daarmee duidelijk gebaseerd is op de protagonist uit De lotgevallen van de brave soldaat Švejk van Jaroslav Hašek (die zelf tijdens '14-'18 in Rusland verzeilde én er gravin Kinsky ontmoette): zijn cynische enthousiasme voor de oorlog, een arrestatie vanwege foute uitspraken, een verkleedpartij met een Russisch uniform... Het komt allemaal vervormd terug in Svoboda!. Voor de passieve tegendraadsheid van Chveïk heeft het Tsjechisch zelfs een woord: švejkovat.

Onze roekeloze held en zijn maatje Pepa worden in Jekaterinaburg, zomer 1918, het tweede van negen delen, voor het eerst in de actie ondergedompeld. Was het eerste deel nog een kabbelende inleiding met de nodige flashbacks, het vervolg smijt de Tsjechen midden in de chaos van de Russische Burgeroorlog. Trotski heeft de vrijgeleide voor het Tsjechische Legioen net ongedaan gemaakt, waarna ze besluiten zich een weg naar het oosten te vechten. Onderweg worden de steden langs de trans-Siberische spoorlijn bezet en schermutselingen met Rode partizanen uitgevochten. Wanneer een tekort aan medicijnen dreigt, besluiten Chveïk en Pepa zich in het hol van de leeuw te wagen. Daar wacht hen een verrassend weerzien.

Pas dan -- wanneer de grote lijnen van de geschiedenis van geen tel meer zijn -- wordt het verhaal boeiend. De opzet van de reeks creëert zo ook meteen het grootste minpunt: de auteurs hebben zo veel te vertellen dat ze soms gebruik moeten maken van lappen tekst om van de ene naar de andere gebeurtenis te springen. Door die pauzes leest de strip niet altijd even vlot, al doet het gelukkig weinig afbreuk aan de inleving van de lezer.

Tekenaar Pendanx houdt zijn stijl van het eerste deel, Van Praag naar Tcheliabinsk, consequent aan: vlot, schetsmatig en met hier en daar een bescheiden knipoog naar Hergé. Wanneer zijn losse lijn vrijblijvend wordt, is de inkleuring nodig om de tekeningen op niveau te houden -- iets wat in deel 1 met zijn beklemmende monochromie van aardekleuren enorm goed werkte. Op het einde van Jekaterinaburg, zomer 1918 gaan de auteurs wat dat betreft de mist in. Het blauw van de nachtscène die deze strip afsluit en waarin de close-ups hun kracht verliezen, maakt pijnlijk duidelijk dat Svoboda! niet meer is dan degelijke middelmaat.

Tot slot, mocht deze reeks helemaal uw ding zijn, ga dan bij uw volgende bezoek aan Praag zeker eens langs de Legiobanka, gebouwd door het Tsjechische Legioen. De gevel is versierd met een fries -- een stripverhaal avant-la-lettre -- die net dezelfde geschiedenis vertelt.

E-mailadres Afdrukken
 
Pendanx & Kris
Daedalus
Tekeningen: Pendanx
Scenario: Kris
www.uitgeverijdaedalus.be

Advertentie
Advertentie
Banner