Tardi

Ik René Tardi krijgsgevangene in Stalag IIB

8.0
Joris Vanden Broeck - 04 februari 2013
Tardi :: Ik René Tardi krijgsgevangene in Stalag IIB

Een heel oeuvre lang al lopen de beide wereldoorlogen als een rode draad door het werk van de Frans stripauteur Jacques Tardi. In zijn nieuwste werk, Ik René Tardi krijgsgevangene in Stalag IIB, blijkt hoe persoonlijk die band met de oorlogen is: Tardi's grootvader vocht in de Eerste Wereldoorlog en René Tardi, vader van de auteur, was soldaat tijdens de Tweede wereldbrand.

alt

Wat zijn grootvader meemaakte, vormde voor Tardi de inspiratie voor albums als Loopgravenoorlog en, enkele jaren geleden, De grote slachting. De oorlogsjaren van zijn vader komen in dit nieuwe album aan bod, dat een blikt gunt op een ietwat onderbelicht aspect van de Tweede Wereldoorlog.

De Tweede Wereldoorlog was dan ook zo'n complex kluwen van grote en kleine gebeurtenissen dat het bijna onmogelijk is een alomvattend beeld te krijgen van wat vermoedelijk de meest donkere bladzijde uit de geschiedenis van de mensheid is. Zeker met het verstrijken van de tijd, dreigt de geschiedenis zich tot de grote lijnen terug te plooien. Die evolutie roept Tardi, al is het maar voor even, een halt toe met dit album.

Ik René Tardi is gebaseerd op de schriften die Tardi's vader, op zijn vraag, volpende met zijn wedervaren tijdens de laatste oorlog. Vader Tardi maakte deel uit van het Franse leger, dat al snel het onderspit moest delven tegen de Blitzkrieg van de Duitsers. Het einde van de vijandelijkheden in 1940 betekende echter nog maar het begin van de ellende van Tardi. De jongeman werd, met tienduizenden lotgenoten, op transport gezet naar Polen, waar hij in een krijgsgevangenenkamp de rest van de oorlog moest uitzitten.

Die krijgsgevangenenkampen leiden de laatste tijd een schaduwbestaan in de geschiedschrijving rond de Tweede Wereldoorlog. Met The Great Escape werd, alweer een halve eeuw geleden, een blockbuster gemaakt rond Amerikaanse krijgsgevangenen, maar het verhaal van René Tardi is andere koek. Hier geen romantisering of heldhaftige ontsnappingen -- al wordt daar wel van gedroomd --, maar de grauwe, jaren aanhoudende ellende van het gevangenschap.

Uiteraard was je als krijgsgevangene, zelfs in handen van de nazi's, beter af dan wie in een concentratiekamp belandde, maar dat maakt dit verhaal niet minder tragisch. Jacques Tardi probeert te bevatten wat zijn vader doormaakte en voert daarom zichzelf op. Als kleine opdonder beweegt hij zich, samen met zijn vader, door de pagina's, met hem in dialoog tredend, lastige vragen opwerpend, vragen die soms beantwoord worden, maar vaak louter een vraag blijven.

In hun vertelling sparen de Tardi's niets of niemand. De vijand niet, die, zelfs al is het met kinderachtige plaagstoten, het leven zuur wordt gemaakt, maar net zo goed moeten medegevangenen er aan geloven en ook het vaderland (“onze geweldige aanvoerders”) moet niet op al te veel sympathie rekenen. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat Jacques Tardi zopas een medaille van de Franse Orde van het Erelegioen weigerde.

De anarchist Tardi blijkt namelijk ook nu weer de juiste auteur voor het juiste verhaal, en dat niet alleen omwille van de persoonlijke betrokkenheid. Slechts weinig auteurs zijn immers zo beslagen in het accuraat weergeven van de donkere episodes van de 20ste eeuw als Tardi, vanuit een menselijk perspectief, zodat ook voor ons, 21ste eeuwers, die hoofdstukken uit de wereldgeschiedenis bevattelijk worden.

E-mailadres Afdrukken