Jef & Bertocchini

Jim Morrison: dichter van de chaos

4.5
Eric d’Hooghe  - 27 januari 2013

Het moest een uitgave zijn ter “ere” van de veertigste verjaardag van de dood van Morrison. In het Frans was de publicatie netjes op tijd klaar. Wij moesten wachten tot eind 2012. Voegt deze strip iets toe aan wat al algemeen erfgoed was?

Wie dacht dat dit het tekendebuut van Jef was, zit even verkeerd. Niet erg, hoor. De man houdt er immers van om geregeld van synoniem te veranderen. Zijn echte naam is Jean-François Martinez, maar af en toe gebruikt hij ook het alter ego Niño. Hij had al bescheiden succes onder zijn eigen naam sinds 1999 met de reeks Weerwolven. Als Jef verraste hij de wereld met de Franstalige, vijfdelige reeks 9/11. Zijn techniek in die serie en ook in deze biopic bestaat uit het bewerken van fotokopieën van foto’s. Waar het in 9/11 duidelijk om foto’s ging die vooral als achtergrond gebruikt werden, heeft hij hier gewoon de foto’s met een grove penseelstreek overschilderd. Met de huidige technieken in Photoshop overtuigt dit als tekenstijl niet echt. Je hebt het gevoel van in een fotoboek over The Doors te bladeren dat slecht gefotokopieerd werd.

En dat gevoel gaat niet echt weg als je het verhaal onder handen neemt. De bekende epische ‘foto’s’ wisselen elkaar af met scenebeelden uit de Oliver Stone-film The Doors. Het verhaal begint hier bij het einde. We zien Jim Morrison in Parijs in 1971 in een verwoede poging om zich te distantiëren van zijn roem. In deze staat van depressie vertelt hij zijn reisgezel en vriendin Pamela Courson zijn levensverhaal en dat van The Doors, beginnend bij zijn jeugd als 14-jarige High School-leerling. En dan begint de aangedikte verstripping van de eerder genoemde film, indianenvisioenen inbegrepen. Het verhaal verloopt vanaf dan chronologisch, anekdotisch en dus niet erg origineel.

Bertocchini, getuige het voorwoord een verstokte Doors-fan, beweert dat hij met dit scenario uiterst objectief is gebleven in zijn beschrijving van Morrisons verhaal. Niets is echter minder waar. Net als Stone beschrijft hij hem als een miskende dichter, sexidool en miskend genie met een voorliefde voor zelfvernietiging en morbide teksten. Een man die steeds heeft geweten dat hij vrij vroeg zou sterven. En het Nostradamuseffect blijft voortduren. Hij voorspelt het succes van Light my Fire, vergelijkt zich met Rimbaud en Verlaine en the End spreekt uiteindelijk voor zich.

Wat ook verwonderlijk is, is dat de zwartwittekeningen en de donkergekleurde iconische hard cover beter bij het verhaal passen en stemmiger zijn dan de tekst. Waar Jef, ondanks de minimale stijl, geen pogingen onderneemt om pseudoduister of betekeniszwanger te zijn, probeert de tekst dat wel steeds te zijn.

Kortom: wie Jim Morrison als kunstenaar beter wil leren kennen, doet er beter aan om L.A. Woman te beluisteren of An American Prayer te lezen. Je wordt er geestelijk rijker van en heel wat gelukkiger dan van deze strip.

E-mailadres Afdrukken