DE STRIPTOEKOMST: 4.Wauter Mannaert

Marc Bastijns - 07 juni 2012

Om de launch van enola te vieren, stellen onze striprecensenten deze week vijf beloftevolle jonge tekenaars aan u voor. Vandaag: Wauter Mannaert.

Hoe oud ben je?

33 jaar

Waar kom je vandaan?

Schaarbeek (Brussel)

Wanneer is je interesse voor strips ontstaan?

Die was er altijd al. Ik was dat kind dat op feestjes altijd ergens in de hoek zit met de volledige collectie van de gastheer of gastvrouw binnen handbereik. Wanneer er ergens een strip in huis was, had je van mij niet veel last meer. Maar het is wel op Sint-Lukas dat ik in aanraking kwam met meer alternatieve en experimentele stripvormen. Ik studeerde er animatiefilm toen de richting rond het stripverhaal opgericht werd en maakte de geboorte van deze nieuwe afdeling dus van dichtbij mee. Ik deed enkele experimenten in het ondertussen gestopte striptijdschrift Ink. Hoewel het dan nog een paar jaar geduurd heeft voor ik me echt volop op het striptekenen ging gooien, was die periode toch een echte eye-opener.

Had je als kind al talent en heeft dit geleid tot een grafische opleiding? Of ben je autodidact?

Als kind had ik maar een paar ambities in het leven. Alle kevers uit mijn achtertuin catalogiseren, een katapult ontwerpen die een voorwerp ter grootte van een nachtkast tot bij de buren kon slingeren en 'leren tekenen'. Toen ik zestien was, mocht ik dan eindelijk naar Sint-Lukas (geholpen door een mij goed uitkomend B-attest op mijn vroegere school) en ik ging er toegepaste beeldende kunsten volgen. Naast veel geëxperimenteer met allerhande grafische technieken en fotografie, kreeg ik er ook mijn eerste tekenlessen van Gerard Alsteens (Gal).

Mijn keuze voor animatiefilm in het hoger onderwijs was vooral ingegeven door een drang om veel te kunnen tekenen. Uiteindelijk was het tot leven brengen van enkele potloodlijnen op papier een mateloos fascinerende nieuwe wereld. Een filmopleiding heeft me bovendien veel bijgeleerd over filmtaal en beeldtaal in het algemeen. Op stripgebied ben ik een volkomen autodidact maar het staat buiten kijf dat die opleiding zijn sporen nagelaten heeft.

Welke ervaring heb je al als stripmaker?

Op enkele kleine experimenten in Ink na had ik nog niet veel ervaring toen ik zo ergens rond 2007, in een opwelling, besloot om me op het striptekenen te gooien. Ik vond een gewillige scenarist in mijn wijde vriendenkring en samen zijn we er behoorlijk roekeloos aan begonnen. Dankzij de steun van het Vlaams Fonds voor de Letteren, Mara Joustra van Oog&blik en mijn collega's van het atelier die me af en toe met de zweep op de billen sloegen, is Ondergronds er uiteindelijk na vier jaar van bloed, zweet en tranen ook gekomen (in 2011 verschenen bij Oog&Blik/De Bezige Bij).

Verder nam ik twee maal deel aan de Stripstrijd van Focus Knack (ook weer in samenwerking met Pierre De Jaeger) .

Meer recent werd ik samen met Eva Hilhorst geselecteerd voor Brussels in Shorts (een internationale wedstrijd voor grafische kortverhalen, uitgeschreven door het Beschrijf). Ook nog samen met Eva teken ik een maandelijks stripverslag van een sociaal cultureel evenement in Brussel Deze Week.

Heb je al een eigen stijl (welke?) of ben je nog zoekende?

Voorlopig hou ik ervan om voor elk project op zoek te gaan naar een stijl die bij het verhaal past. Ondergronds is bijvoorbeeld een avonturenverhaal met veel referenties naar de Amerikaanse avonturenstrips uit de jaren dertig. Grafisch heb ik geprobeerd bepaalde invloeden uit die strips te laten doorsijpelen, bijvoorbeeld in het gebruik van veel clair- obscur. Vooral de bijna volstrekt vergeten Amerikaanse cartoonist Roy Crane uit de jaren twintig tot veertig, blies me tijdens het researchen voor Ondergronds grafisch van mijn sokken en diende meermaals tot inspiratie. Ondergronds zit denk ik ergens tussen Crane en Christophe Blain, mijn grote hedendaagse voorbeeld van dat moment, in. Blain haalt trouwens ook graag de mosterd bij tekenaars uit die periode, bijvoorbeeld Gus Bofa. Ik denk dus dat ik iets met die periode heb.

De projecten die ik momenteel in de pijplijn heb zitten, vragen echter om een andere stijl, ik werk momenteel aan een andere benadering.

Ook heel spannend, als het over stijl gaat, vind ik de samenwerking met Eva, die héél erg verschillend tekent van mij. Maar toch tekenen en schrijven we alles samen. Dat levert telkens opnieuw verrassende resultaten op.

Welke voor- en nadelen zie je aan alleen werken versus werken met een andere scenarist/tekenaar?

Ik vind sociaal contact belangrijk in alles wat ik doe. Met iemand samenwerken is zeker niet altijd de makkelijkste weg en zorgt keer op keer voor een stevige portie uitdagingen. Uiteindelijk verwacht je toch van elkaar dat je meegaat in iemands gedachten, obsessies en fascinaties. Ik kan ook niet zomaar snel snel wat beginnen tekenen en schetsen, ik moet eerst mee zijn met wat die andere persoon in zijn of haar hoofd heeft, en dat vraagt altijd veel tijd. Maar die tijd kan wel aangenaam ingevuld worden. Er vliegen altijd veel boeken, films en gesprekken heen en weer als ik met iemand samenwerk.

Ik hou er wel van dat mijn eigen referentiekader uitgedaagd en in vraag gesteld wordt. Als je snel wil bijleren en niet vastroesten in je eigen bubbeltje is samenwerken een must.

Het nadeel van samenwerken is dat je een stuk controle uit handen geeft en dat je dus een stuk onzekerheid toelaat. Dat mag je zeker niet onderschatten.

Wat zijn je belangrijkste invloeden?

Collega-stripauteurs die ik inspirerend vind, komen voornamelijk uit Frankrijk: Blain, Joann Sfar, Kerascoët, Pascal Rabaté, David Prudhomme. Die twee laatste bewonder ik ook al voor een stuk omwille van hun 'filmische benadering' van strip. Maar ik denk dat mijn invloeden veel breder liggen dan strips alleen. Tentoonstellingen, boeken en films geven me altijd een enorme boost om dingen te gaan uitproberen.

Inhoudelijk ben ik momenteel het meest beïnvloed door sociale en maatschappelijke thema's. Mensen die naar een andere vorm van samenleven op zoek zijn of ongebreidelde creativiteit vertonen in soms heel moeilijke omstandigheden, vind ik goeie stof voor verhalen. Ook al worden ze nog steeds meestal als entertainment aanzien, strips mogen ook al eens stof tot nadenken geven.

Wat zijn je toekomstplannen?

Blijven experimenteren met wat kleinere projecten en samenwerkingen. En er zit ook een nieuwe graphic novel in de pijplijn. Het is nog wat vroeg om er al veel over te zeggen, al zitten er al een paar tips in de antwoorden op de vorige vragen (lacht).

www.gpstripreportages.wordpress.com
E-mailadres Afdrukken