Monster (Urasawa)

Marc Bastijns - 09 juni 2005

Oogkleppen dienen om van je gezicht te vallen. Ook een doorgewinterde lezer als onze stripman kan dus nog verrast worden, en wel door een manga notabene. Als leek in de Japanse stripcultuur waagde hij zich aan het recent afgeronde epos Monster.

In Vlaanderen en Nederland bestaat er vooralsnog geen mangacultuur. Terwijl de Angelsaksische landen en Frankrijk al verschillende jaren volledig in de ban zijn van het Japanse tekengeweld, blijven de liefhebbers in onze streken aangewezen op Engelse en Franse edities. Ondanks enkele schuchtere pogingen in het verleden (Ghost in the Shell, Yu-Gi-Oh), blijft de Nederlandstalige mangamarkt voorlopig beperkt tot de maandelijkse Dragon Ball en de twee recent opgestarte reeksen Say Hello To Black Jack en Alice 19th (allen bij Glenat). Maar dit alles blijft toch eerder een marginaal gebeuren in onze nationale stripwereld, en dat terwijl er in Japan erg hoogstaande en unieke stripverhalen gemaakt worden, waaronder Monster.

Monster is een creatie van Naoki Urasawa. In 18 delen vertelt deze het verhaal van een waanzinnige klopjacht. Alles begint wanneer de Japanse dokter Kenzo Tenma, die in een Duits ziekenhuis werkt, tussen twee patiënten moet kiezen: een klein jongetje of een hoge overheidsfunctionaris. Hij kiest voor de eerste en zet zo zijn eigen functie op het spel. Wanneer achteraf dit kleine jongetje genaamd Johann dan nog een gruwelijke moordenaar met een wel erg bizarre achtergrond blijkt te zijn, raakt Tenma meer en meer gemarginaliseerd en gaat hij op zoek naar de waarheid achter Johann, het Monster.

Urasawa is een meester van de suspens. De spanning die hij telkens opbouwt en laat exploderen in zinderende climaxen keert doorheen de hele reeks terug. Hij introduceert tal van nevenpersonages en bezorgt deze een wirwar aan onderlinge verhoudingen en relaties. Ondanks zijn sterk westers gerichte tekenstijl behoudt hij in het scenario toch de dynamiek van de manga. Wie Akira reeds las, zal in Monster eenzelfde passionele verteltrant terugvinden.

Het tekenwerk in Monster is steeds leesbaar, aangenaam en efficiënt. Urasawa spreidt geen grootse taferelen tentoon waar een reeks als Akira dan weer deels zijn aantrekkingskracht haalt, maar zijn bladschikking en filmische vertelstijl compenseren dit ruimschoots. Zelden zagen we een wisselwerking tussen beeld en verhaal die naadlozer verliep. Op het fesival van Angouleme van 2003 werd Monster reeds genomineerd, wat indertijd erg ongewoon was voor een manga. Sindsdien kaapte Urasawa’s meest recente project 20th Century Boys in 2004 de prijs weg voor de beste reeks, een prijs die Monster zeker ook verdient.

Een ander pluspunt voor deze reeks is de sterke opbouw binnen de 18 delen. Nergens verzwakt Urasawa of verlaat hij zich wat al te opvallend op technische truuks om verhaallijnen tot een goed einde te brengen. Hij houdt steevast een ijzeren grip op zijn verhaal en speelt vakkundig met de verwachtingen van de lezers. Deze laten zich maar al te graag verleiden door de verrassingen die de auteur telkens weer bedenkt.

Monster is dus met andere woorden een manga ’buiten categorie’. De vertelstijl vormt een boeiende mix van westerse en oosterse invloeden, waardoor de drempel voor deze manga aanmerkelijk lager ligt dan bij het merendeel van de Japanse stripverhalen. Door de genialiteit van Naoki Urasawa groeit Monster dan ook uit boven de middelmaat en kan het zeker aanspraak maken op de titel ’klassieker in wording’. Eerder dit jaar werd geopperd dat Monster dan toch vertaald zou worden, een gerucht dat we bij deze maar al te graag geloven.

E-mailadres Afdrukken