Banner

THEATERFESTIVAL

Oblomow & Aleksej

Brecht Hermans - foto's: Raymond Mallentjer/Kurt Van der Elst - 14 september 2011

Maandagavond: drie uur lang Russen. Dinsdagavond: drie uur lang Russen. Veel gelijkenissen, maar evenveel verschillen: Oblomow en Aleksej.

Lezen we het juryverslag en de recensies erop na, dan zou Lazarus’ Oblomow een smakelijke avond acteurstheater moeten zijn. Een voorstelling waar het spelplezier van afdruipt. Helaas is daar die bewuste maandagavond bitter weinig van te merken. Goed, de Lazarussen staan er niet tegen hun zin en de slapstick van Joris Van den Brande als weinig betrouwbare knecht en Charlotte Vandermeersch als lustige boerin is hilarisch. Maar om nu te zeggen dat deze opvoering een bom van amusement is, dat is een paar bruggen te ver. Vooral een gevoel van routine en sleet dringt zich op. En daardoor valt de hele voorstelling in duigen.

Zwaartepunt van deze theaterbewerking van Oblomow is het acteerwerk van Koen De Graeve. De antiheld uit Ivan Gontsjarovs meesterwerk is voor hem de ideale kapstok om al zijn spelerstrucs aan te hangen. Waar het gros van de acteurs slechts rond lijken te lopen om goede voorzetten te geven -- ook een kunst op zich -- krijgt De Graeve de vloer ter zijner beschikking om onbeperkt met zijn talent uit te pakken. Maar ook al beheerst hij het metier nog zo goed, iedere overdaad schaadt. De ellenlange monologen en dito dialogen duren stuk voor stuk te lang -- geen enkele knipoog, gespeelde verspreking of hapering weten dit blijvend boeiend te houden. Op den duur heb je het gewoonweg gehad. En dan begin je je aan kleine dingen te ergeren: de scène die eruit ziet als een weinig origineel kringloopwinkeldecor, de continue aanwezigheid van muziekinstrumenten om slechts in een nummer waarvan de noodzaak ons ontsnapt te worden gebruikt, de moeilijke verstaanbaarheid van Ryszard Turbiasz, maar bovenal de lange duur van de voorstelling. Na afloop rees bij ons de twijfel om de volgende dag opnieuw zo’n Russische marathon mee te maken.

Maar die hards als we zijn, deden we het toch. De kaarten voor Aleksej lagen dan ook anders dan die voor Oblomow. Ze beloofden veel goeds: een voorstelling van Het Paleis, een tekst van Frank Adam in regie van Koen De Sutter, een veelbelovend decor van Leo De Nijs en fijne acteurs als Stefaan Degand, Jeroen Van der Ven en Ariane Van Vliet. Dat zou een garantie moeten zijn voor drie meer dan draaglijke uren.

Wel, Aleksej was draaglijk. Maar wel wat oubollig. Al is dat voor een deel van het publiek misschien juist de kracht. Frank Adams tekst is een tragedie van Shakespeariaanse allure, die zich afspeelt aan het tot de verbeelding sprekende hof van tsaar Peter De Grote. Maar de regie van Koen De Sutter is braaf, op het voorspelbare af. De acteurs kunnen hun hart ophalen en lekker traditionele personages neerzetten, maar dat leidt dan weer tot overacteren. Voor een hysterisch personage als dat van tsarin Catharina (Ariane Van Vliet) is dat niet erg, maar onder meer bij Frans Van der Aa en Erik Van Herreweghe komen een aantal mooie, maar misschien te literaire zinnen nogal gekunsteld en ongeloofwaardig over.

Zolang de intrige wordt opgebouwd, weet Aleksej te boeien. Maar al snel wordt alles heel erg duidelijk uitgelegd (onnodig, want de voorstelling is 16+) en hoef je alleen maar toe te kijken hoe de personages elkaar de loef willen afsteken. Grote gemis daarbij is dat je voor geen enkel van hen sympathie voelt. De reden voor het wegvluchten van de zoon komt niet overtuigend genoeg uit de verf, zodat je niet meegaat in zijn gedachtengang. En de dictatoriale vader kan al helemaal niet op sympathie rekenen. Zelfs niet wanneer hij op het eind in zijn onderbroek verweesd achterblijft. Bijgevolg kan het je niet schelen welke personages worden omgebracht en welke blijven leven. En dat is nooit een goed teken.

Behoorlijk klassiek, maar ronduit slecht is Aleksej niet. Het merendeel van de voorstelling kan door de beugel -- al had korter ook vandaag weer gemogen. Enkel de epiloog is een verschrikking: op aanwijzen van de tsaar gaat het zaallicht aan en wordt de moraal van het verhaal het publiek ingewreven. Wij hielden onze handen angstvallig op onze oren tot aan het applaus.

Twee Russische avonden, met als meest opvallende en meest gemene deler: ze duurden lang. Jammer, want de Russen hebben zoveel te beiden. Kunst, literatuur, en drank. Een wodka om door te spoelen? Graag!

E-mailadres Afdrukken