Banner

THEATERFESTIVAL

Openingsavond, waar is het feest?

Brecht Hermans - foto's: Maya Wilsens / Jochem Jurgens - 31 augustus 2011

Hoera, het is weer Theaterfestival! De beste voorstellingen van het jaar, de sterkste acteurs, de strafste regisseurs. Zo’n enthousiasme zou je verwachten, maar van festivalsfeer is in Brussel bijzonder weinig sprake.

"De zaal zit vol collega’s en journalisten," gniffelt Laura Van Dolron in haar Sartre zegt sorry. En zo lijkt het wel: dat het Theaterfestival vooral een meetingpoint is voor theatermakers en -recensenten. Gewoon publiek is in zeer geringe getale aanwezig. Terwijl de geselecteerde voorstellingen stuk voor stuk volle zalen zouden moeten trekken, omdat ze het verdienen. Maar het is zomer. Mensen laten zich niet verleiden door theater. Of mensen hebben nog niet door dat het nieuwe theaterseizoen op gang komt. Onzinnige smoesjes. Het Theaterfestival heeft gewoon een duffe uitstraling. Een festival als Theater Aan Zee speelt zich ook af in de zomer en brengt wel een kleine massa op de been.

Openingsavond, en je merkt bijna niet dat er iets gaande is. De State of the Union geeft als vanouds de aftrap. In de zaal de te verwachten hoofden van een keure spelers uit het veld: acteurs, makers, critici. In een mooi opgebouwd betoog pleit socioloog Pascal Gielen voor een theaterbestel dat kleur bekent. Waar theatermakers moeiteloos politieke stellingen durven in te nemen, zwijgen de theaterhuizen als vermoord. Zij lopen braafjes mee met de politiek en likken de juiste hielen om hun podium als vrij forum voor de kunstenaar te bewaren. Klinkt nobel, maar volgens Gielen ging het daardoor fout in Nederland. Theaterhuizen gingen mee in het managementdiscours van de neoliberalen, gingen vooral spreken over financiële efficiëntie — publieksopkomst en ticketprijzen — kortom de cijfers werden belangrijker dan de inhoud. Het logische gevolg is dat wanneer men wil besparen, men eerder economische dan inhoudelijke keuzes maakt. Pascal Gielen roept dan ook de Vlaamse theaterhuizen op om politieke kleur te bekennen, een eigen visie te bepalen en ook expliciet te maken. Omdat we in een democratie nog steeds een andere stem dan die van de meerderheid kunnen laten horen. En om te verhinderen dat Vlaanderen een dictatuur wordt, waarin die andere stem verstomt.

Gesprekstof genoeg, na de State of the Union. Maar helaas blijft zo’n speech toch vooral tussen de vier muren van het Kaaitheater hangen. Daarbuiten ligt er bijna niemand wakker van. Nu, de tekst van Gielen richt zich op interne keuken: de artistiek leiders in ons land zullen misschien wel in beweging komen. Misschien. Maar of Jan Met De Pet In De Straat weet wat de State of the Union is, laat staan waar ze over gaat, dat is een andere vraag. En of Jan Modaal weet wie Laura Van Dolron en Jurgen Delnaet zijn, dat is ook betwijfelbaar. En dat is wel jammer.

Het Theaterfestival opent met twee stand-uppers. In de grote zaal van het Kaaitheater speelt Jurgen Delnaet zijn Berckmans. In een verschroeiend tempo spat Berckmans’ poëzie van de kleine man van Delnaets lippen. Over naar de Aldi gaan, over pies en stront, maar daaronder ook over eenzaamheid, onbegrip, het niet thuishoren in deze maatschappij. Berckmans is een geestige zot, hij is ongevaarlijk. Maar toch herkennen we ons moeiteloos in hem. De man staat in de rand, maar hij heeft gelijk. Zijn teksten zijn hilarisch absurd, maar slaan in al hun naïviteit spijkers met koppen. Veel respect voor de sobere aanpak van Jurgen Delnaet, die de tekst voor zich laat spreken.

Van stand-up-poetry naar stand-up-philosophy. Zo benoemt Laura Van Dolron haar eigen theatervorm. Vertrekkend van Sartres existentialisme, belandt ze bijzonder dicht bij haarzelf en gaan ook haar generatiegenoten onder het mes: we voelen ons schuldig omdat er mensen sterven van de honger, maar blijven toch vooral onszelf ontplooien. Via tai chi en andere jogatechnieken maken we van onszelf een beter mens, we vullen de leegte van ons zinloze bestaan met een propvolle agenda. Terwijl we gewoon wat liever voor elkaar zouden moeten zijn. In elkaar geloven, zonder cynisme. Maar nee, we hebben bindingsangst en dat is allemaal Sartres schuld. Van Dolron laat Sartre zich in de vorm van een guitige Steve Aernouts verexcuseren voor het nihilisme dat hij de wereld instuurde.
De grootste verwezenlijking van Van Dolron is dat zij vanuit een filosofisch gegeven tot een bijzonder persoonlijk relaas komt, dat honderden vragen en bedenkingen oproept bij het publiek. Aan het eind van de voorstelling kom je door de inzichten van Van Dolron ook weer tot inzichten en vragen over jezelf. Zijzelf hoopt dat Sartres ’sorry’ mensen troost kan bieden, wij werden er vooral weemoedig van. En we besloten dan toch maar kinderen te nemen.

Twee ijzersterke voorstellingen op de openingsavond van het Theaterfestival, een State Of The Union die aan het denken zet, maar alles voltrekt zich binnenskamers. Uit niets aan deze avond blijkt dat het hier om een festival gaat. Enkel de installatie Brief van Kyoko Scholiers en Ruth Becquaert laat op straat blijken dat er iets gaande is. Op het grasplein voor het Kaaitheater staat een draaimolen met kleine lessenaars waaraan je mag plaatsnemen om te luisteren naar ingelezen brieven. Stiekem luistervinken, terwijl het landschap traag aan je voorbijtrekt. Een moment van rust in een volgestouwde agenda. En het goede nieuws is: hier is Jan Met De Pet Die Toevallig Voorbijkomt wel van harte uitgenodigd om op de molen te stappen en zo aan het theaterfeest deel te nemen.

Over de kwaliteit van de voorstellingen op het Theaterfestival kunnen we alleen maar spreken vol lof. De jury maakte correcte keuzes. Maar in de programmatie volgend jaar graag meer van het soort voorstellingen als Brief (dat niet in de officiële selectie is opgenomen). Het festival moet de buitenwereld inknallen. Het moet van de daken schreeuwen: "wij vieren het theater!" Met muziek en feest omdat we goed theater maken. Met makers, journalisten (dans dan toch eens Wouter Hillaert!) én publiek. Dat zou pas een Theaterfestival zijn.

E-mailadres Afdrukken