Banner

kc Nona

Les Wallons, C'est Du Caca?

Brecht Hermans - foto's: Raphaël Noël / Loupix / Cici Olson - 02 juni 2010

Je moet maar durven. Net nu de politieke muur tussen Vlamingen en Walen hoger lijkt dan ooit, organiseert kunstencentrum Nona een bescheiden festival met een eyecatcher van een titel: Les Wallons, C’est Du Caca?

De zinsnede waaraan het festival haar naam ontleent, komt uit het voetbal. In november 2008 werd een match tussen Tubeke en Genk gestaakt omdat de Vlaamse supporters "les Wallons, c’est du caca" bleven zingen. Het viel niet in goede aarde bij onze zuiderburen en zorgde bijna voor alweer een communautaire rel. Intussen zijn de gemoederen bedaard, maar nu giet het Mechelse kc Nona opnieuw olie op het vuur. Dit keer echter niet vanuit disrespect maar omdat het zo jammer is dat de culturele muur tussen ons bijna even hoog is als de politieke. Vandaar drie avonden lang voorstellingen en gesprekken die samen een mooie introductie vormen op het Waalse theater. Les Wallons voor Vlaamse Dummies.

Bij Vlamingen bestaan er nogal wat clichés over wat Waals theater is. Het meest overheersende daarvan is dat in hun theater de tekst heilig is en dat men de Franse traditie van de grote schrijvers als Molière of Racine trouw in ere houdt. Uit de gesprekken die dramaturg Erwin Jans iedere avond voor de voorstellingen voert met telkens een andere vertegenwoordiger van het Waalse theater blijkt dat er zoals bij alle clichés wel iets van waar is, maar dat ze de werkelijkheid toch ook te beperkt reflecteren. De traditie van het grote theater is nog aanwezig in het Franstalige theater, meer dan in het Vlaamse, maar speelt nu ook weer geen overheersende rol. Als dat zo lijkt voor ons Vlamingen is dat waarschijnlijk omdat wij onze voorgeschiedenis in de jaren 80 met de grond hebben gelijk gemaakt. Ons theater vond meer inspiratie in de beeldende kunst dan in de traditie, die als oubollig werd bestempeld en overboord werd gegooid. Misschien waren we daarin toch iets te radicaal.

Het cliché van het traditionele teksttheater in Frankrijk en Wallonië wordt ondermijnd door het programma van kc Nona. Op de speellijst drie voorstellingen en een toonmoment waarbij als gemene deler terugkeert hoe de Franstalige makers op zoek zijn naar nieuwe manieren om een verhaal te vertellen.

Het festival opent met de voorstelling Le Chagrin Des Ogres<, geschreven en geregisseerd door Fabrice Murgia in samenwerking met het Thé&acirctre National. De verhaalstof komt uit de realiteit: het ene personage is gebaseerd op Sebastian Bosse, een achttienjarige jongen die op zijn vroegere middelbare school zijn medeleerlingen en leerkrachten beschoot alvorens zelfmoord te plegen. Voor de tweede verhaallijn stond Natascha Kampusch model, die in 1998 op weg naar school werd ontvoerd en na acht jaar gevangenschap wist te ontsnappen. Waar Murgia op inzoomt binnen deze twee levensverhalen, is hoe zowel Bastian als Natascha — Bastien en Laetitia genoemd in de voorstelling — op abrupte manier hun kind-zijn verliezen.

Ceremoniemeester in Le Chagrin Des Ogres is een klein meisje dat de verhalen van Bastien en Laetitia aan elkaar praat. Zij loopt vrij over de scène terwijl de twee hoofdfiguren elk in hun eigen gevangenis leven. Bij Laetitia is dat letterlijk te nemen, Bastien zit in zijn kamer voor zijn computer en vlucht in een fantasiewereld van computerspelletjes en Star Wars. Via kleine camera’s vertellen zij hun verhaal aan het kleine meisje en aan het publiek; hun hoofden worden groot geprojecteerd op doorzichtig plastiek waarmee de hele scène is afgewerkt. Wat de vertelling echter het meest interessant maakt, is de sfeer die op de scène wordt opgeroepen. Het kleine meisje schommelt op haar schommel, haar teksten zijn bijna poëtisch. Het contrast tussen de harde inhoud van de voorstelling en de dromerige sfeer maakt Le Chagrin Des Ogres nog schokkender. Een erg beklijvende voorstelling.

Helemaal anders is Mon Bras van Groupe Toc. Zij baseren zich op een tekst van Tim Crouch over een jongetje dat op een dag besluit zijn arm in de lucht te steken en zo verder door het leven te gaan. De sfeer hier is koeler: op een bijna wetenschappelijke manier brengen drie acteurs het verhaal van deze bijzondere jongen naar voor. Ook hier wordt echter constant van perspectief gewisseld. Eerst is de ene acteur de verteller en kruipt een ander in de rol van de jongen, en meteen daarna wisselen ze van rol. Zo wordt vanuit verschillende vertelstandpunten het merkwaardige levensverhaal van de jongen met de arm uit de doeken gedaan, afgewisseld met nagespeelde filmfragmenten. Het traditionele Franse theater, met een sterke inleving in de vast omlijnde personages, kon niet verder van deze hedendaagse realiteit verwijderd zijn.

Op locatie in de oude kapel die omgedoopt werd tot het artistieke huis Cjour toont het jonge collectief Monstre! fragmenten uit het werkproces voor hun in ontwikkeling zijnde Ceci Est Mon Royaume. De voorstelling heeft ziekte als thema en behandelt dit ook weer vanuit alle mogelijke perspectieven. Tekst is aanwezig maar niet heilig. Monologen lopen soms door elkaar, waardoor niet langer alles verstaanbaar is. Maar dat hoeft ook niet, soms zegt de klank van de taal meer dan de inhoud. Daarbij is voor Monstre! ook de fysieke beeldtaal heel belangrijk. Het zieke lichaam wordt ongecensureerd tentoongespreid: van een kotsende dame tot drie psychisch gestoorden die uit hun dak gaan omdat ze zich mogen verkleden.

Ceci Est Mon Royaume is nog maar een inkijk in een werkproces, maar toont toch zoals bij de overige voorstellingen op Les Wallons, C’est Du Caca? de zoektocht naar nieuwe manieren om een verhaal te vertellen. Mochten de drie acteurs nog iets verder gaan in hun fysieke acteren en de inhoud van de voorstelling nog wat meer op punt stellen, mogen ze ons zeker uitnodigen voor wat waarschijnlijk een boeiende voorstelling wordt.

De laatste avond van het festival presenteert het Charleroise theater L’Ancre de voorstelling Un Homme Debout. Ook hierin wordt de traditionele manier van theatermaken op een nieuwe manier bekeken. Op scène geen acteur maar een mens uit de realiteit die zijn levensverhaal vertelt. Jean-Marc Mahy doet zijn relaas over hoe hij op zijn zeventiende in de gevangenis terecht kwam. Tijdens een ontsnappingspoging met twee kompanen werden twee rijkswachten gedood, wat Mahy een levenslange celstraf opleverde. Na 19 jaar gevangenis komt hij vrij en kan hij pas echt aan zijn leven beginnen. Nu is Mahy opvoeder van beroep en begeleidt hij jonge delinquenten in de jeugdgevangenis.

{image}Un Homme Debout is van opzet misschien wel de meest traditionele voorstelling te gast in kc Nona. Mahy staat op scène en voert een monoloog, bijgestaan door videobeelden die zijn verhaal moeten versterken. De beelden zijn echter nogal eenduidig en de monoloog is niet krachtig genoeg om het publiek anderhalf uur lang te kunnen boeien. Helaas ook spreken we elkaars taal zo slecht en verpest het moeten lezen van boventitels die hoog boven het podium geprojecteerd worden, een beetje de inleving. Maar er kan wel een boom opgezet worden over dit soort documentairetheater: is het echt noodzakelijk voor de beleving dat de persoon in kwestie op scène staat? Is het niet even authentiek theater als een geschoold acteur de tekst speelt die in samenwerking met de werkelijke persoon is geschreven? Misschien dat de voorstelling an sich er wel bij vaart.

Maar daar gaat het niet om bij Les Wallons, C’est Du Caca?. Wat het festival vooral biedt, is een introductie op het Waalse theater, wars van de clichés en met een breed perspectief dat met een beperkte duiding voor nuance zorgt in ons denken over Franstalig theater. De muur tussen onze culturen is alweer wat afgebrokkeld. Ze blijft hoog, maar kc Nona heeft ons alvast van een opstapje voorzien. We zouden het vaker moeten doen, zo’n potje gluren bij de buren. Het vertelt ons immers ook veel over onszelf.

E-mailadres Afdrukken