Banner

Victoria

Club Astrid

Katelijne Beerten - 01 maart 2002

Acht acteurs zij aan zij aan een grote tafel. Droeve gelaatsuitdrukking en tranende ogen. Getooid in eenvoudige turnpakjes onthullen ze een aspect van zichzelf.

De openingscène is erg minimaal: de acteurs zitten aan een lange tafel. Voor hen op de tafel ligt een ijzeren plaat met nummer. Ze zwijgen en kijken elkaar met hun bedroefde gezicht aan. Voor de rest is het decor zeer sober: een tafel aan de zijkant, nagemaakte muren en een buste van wijlen koningin Astrid.

De acteurs lijken aan het begin alle leed van de wereld te moeten torsen. Eén voor één vertellen ze iets. Geen doorlopend verhaal of boeiende dialoog. Neen, flarden vertelsels over een eerste toneelherinnering, over de vader die alle mogelijke beroepen uitgeoefend heeft en dies meer. Ze vertellen hun verhaal aan een denkbeeldige figuur. Eén na één dringen ze zich op aan de toeschouwer.

Iedereen vertoeft in zijn eigen leefwereld, er is geen tijd of ruimte om naar elkaar toe te groeien. Het lijkt alsof ze zichzelf wat willen duidelijk maken, zichzelf willen manifesteren tegenover elkaar. Aandacht en respect opeisen. De integriteit van elke persoon bewijzen, dat lijkt de rode draad doorheen Club Astrid.

De verschillende losse scènes laat Pauwels aan elkaar rijgen door dansjes of gezongen stukken. Overbekende nummers, soms een tikkeltje vals. Elke acteur krijgt zijn solo. Ook de obligate stukken krijgen een plaats in Club Astrid: de pedofiel die achter een meisje aanzit, een jonge vrouw geobsedeerd door haar uiterlijk, een man in een kleed.

Club Astrid is geen traditioneel theaterstuk. De acteurs dansen, zingen en springen. Echte dialogen zijn er niet. Vervelen doet de voorstelling niet, maar aangrijpen ook niet. De losse flarden die Lies Pauwels presenteert, zijn soms hilarisch. Op een bankje op een plein of in een park kun je echter ook dergelijke scènes zien, je hoeft er niet per se voor naar het theater te gaan.

E-mailadres Afdrukken