Banner

De Roovers

Van de brug af gezien

Anne Dekerk; Matthieu Van Steenkiste - 01 april 2002

Brooklynn Bridge, New York. Van de brug af gezien kijk je neer op het arme Brooklyn van de immigranten. Daar situeerde Arthur Miller dit stuk over een verstikkende liefde en het groene monster van de jaloezie. De Roovers maakten er een beklijvende voorstelling van.

Eddy Carbone (Robby Cleiren) is een hardwerkende dokwerker van Italiaanse afkomst. Samen met zijn vrouw Beatrice (Sara De Bosschere) voedde hij zijn nichtje Catharina (Sofie Sente) op als was het zijn eigen dochter. En dan komt de dag dat twee verwanten illegaal het land binnenkomen. Het is een zaak van eer voor de familie Carbone om beide broers onderdak te bieden.

Marco, de oudste broer, heeft thuis vrouw en kinderen achtergelaten. Hij wil in Amerika enkel geld verdienen om naar huis te sturen. Rodolpho daarentegen is een knappe blonde vrijgezel die zijn zinnen heeft gezet op the American dream. Catharina zwicht meteen voor hem, zeer tot onvrede van Eddy die zich begint te gedragen als een jaloerse minnaar. Hij verzet zich uit alle macht tegen het idee dat Catharina zelfstandig wordt en probeert haar er van te overtuigen dat Rodolpho haar enkel wil huwen om gelegaliseerd te worden. Veel kan hij echter niet doen tegen de liefde van zijn dochter. Eddy wordt meegesleurd in een genadeloze logica en op het einde van de spiraal doet hij het ondenkbare.

In een subliem geënsceneerde liefdesscène tussen Rodolpho en Cathy komt het tot een climax. Eddy’s obsessief geworden verlangen naar Cathy leidt tot zelfdestructief gedrag, waarbij hij de ongeschreven wetten van hun Italiaanse gemeenschap overtreedt en zijn eer verliest, wat niet niks is in een machistisch milieu.

Om het verhaal te kaderen riep Miller de figuur van advocaat-verteller Alfieri (Luc Nuyens) in het leven. Hij leidt op droogkomische wijze de verschillende scènes in, analyseert de ethische kwesties in het spel, maar raakt ook betrokken in het conflict tussen vader en stiefdochter. Eenmaal Eddy hem is komen opzoeken, ziet hij het drama van verre aankomen en laat niet na het publiek daar ook op te wijzen.

De voorstelling baadt dan ook in een voortdurend ingehouden, ondraaglijke spanning. Over het spel hangt de doem van het onvermijdelijke dat aangekondigd wordt maar nog even op zich laat wachten. De sfeer is als die voor een woeste zomerstorm: niets aan de hand, maar je voelt de dreiging zo in de lucht hangen. Het is enkel nog een kwestie van tijd voor het onheil losbarst.

En dat doet het dan ook: op zijn eentje breekt Robbie Cleiren in een emotioneel hoogtepunt de scène af. Dat gebeurt nogal omslachtig, maar het sprekende scènebeeld dat het daarna oplevert maakt alles onmiddellijk goed. Als schipbreukelingen op ijsschotsen houdt het zestal zich staande. Het is weer één van die vele geslaagde beelden die scenograaf Stef Stessel telkens opnieuw uit zijn mouw weet te schudden als vijfde Roover.

Ondanks de duistere en tragische kant van het stuk slagen De Roovers er in om je ook te laten bulderen van het lachen. Op een subtiele manier lijnen ze de ethische kwesties, de sociale achtergrond en de kleinmenselijkheid uit. In het decor bijvoorbeeld of de kleine uitspattingen doorheen hun onderkoeld acteerwerk.

De Roovers staan er weer. Meer nog: met Van de brug af gezien bewijzen ze eens te meer erg intelligente theatermakers te zijn die een tekst in zijn pure essentie kunnen brengen. Vertezucht is hen bij deze vergeven.

E-mailadres Afdrukken