Banner

Meg Stuart & Damaged Goods

Alibi

Maarten van Meer - 01 november 2001

Meg Stuart is een Amerikaanse danseres/choreografe die haar eerste stappen naar internationale roem op het Klapstukfestival zette. Ze vond ook een vaste stek in het Kaaitheater, waar zopas haar meest recente productie Alibi in première ging.

Het scènebeeld is vrij imposant. Een grote betonnen ruimte met een grijze linoleumvloer. Het beeld roept associaties op met een ontspanningsruimte van een gevangenis. Rechts staat een witte cabine waar de dansers rustig wachten tot het publiek gezeten is. Deze cabine verandert tijdens de voorstelling in een soort controlecabine annex kleedkamer van waaruit de dansersvia een microfoon communiceren met de dansers die nog in de grote ruimte zijn.

De voorstelling begint agressief: dansen gaat over in vechten. Iemand wordt door de ruimte geslingerd, ze schoppen en schudden. Op de achtergrond zie je schuddende beelden van een deuropening naar een lege kamer. Ook de muziek volgt de chaos: electronic noise, waar interferentiegeluiden belangrijker zijn dan instrumenten. Na een kwartier stopt het en begint de eerste monoloog. Alibi is dus geen pure, abstracte dansvoorstelling.Korte monologen — van de hand van Tim Etchells van het invloedrijke Engels theatercollectief Forced Entertainment — wisselen de dansmomenten af. In zijn typische stijl wordt een eerste danser ondervraagd: "Would you give your life for a friend? Answer! Answer loud, precise and to the point!". De danser staat in het midden van het podium wat verdwaasd naar het publiek te kijken.

De dansers betrekken het publiek — zeer postmodern allemaal — regelmatig in het geheel: ze spreken het publiek aan en lopen door de zaal. Twee monologen blijven in die zin bij. Halverwege de voorstelling doet de Amerikaanse performer Davis Freeman een bekentenis aan het publiek. Eerst grappig en anekdotisch, later zeer confronterend: "I’m guilty of holding my just-born daughter in my hands and thinking how I had complete control over this small creature. I was standing next to an open window in the hospital." Naarmate de monoloog vordert, begint hij harder en harder te schudden, tot hij geen tekst meer gezegd krijgt, maar aan een prachtige danssolo begint, die wordt overgenomen door de overige dansers in de cabine.

Iets later begint een van de danseressen haar collega’s te verkopen terwijl de anderen gefilmd worden. Als de camera zich plots op haar richt, slaat de twijfel toe en staat ze uiteindelijk alleen vooraan op het podium zichzelf te verkopen: "I am a sweet girl, but I like a good hard fuck at times as well. Doesn’t anybody want me? I want children, but I can have my uterus removed as well if you rather don’t have children." Het is een zeer pijnlijke en confronterende scène.

De voorstelling toont een vrij donker en negatief mensbeeld. Niemand lijkt oprecht, iedereen is een lafaard en een klootzak. Maar ze zoeken allemaal erkenning en rechtvaardiging voor hun daden. Tekst en danselementen vullen elkaar zeer goed aan. De dansers bewegen zeer agressief en hyperkinetisch, waarbij ze tot het uiterste lijken te gaan. In de monologen moeten de dansers regelmatig even naar adem happen. Het publiekselement komt bij momenten wat geforceerd en gezocht postmodern over, maar de laatste twintig minuten zijn bijna ondraaglijk. De dansers schudden alsof ze geëlectrocuteerd worden terwijl er harde electronische noise door de boxen schalt. Er stapten meerdere mensen uit de zaal op alvorens de rust was weergekeerd, maar zij misten het prachtige eindbeeld, dus blijf best zitten. Indrukwekkende voorstelling!

E-mailadres Afdrukken