Banner

KVS/De Bottelarij

Richard II

Matthieu Van Steenkiste - 01 april 2002

Shakespeare in deze tijd? Neen toch. Mensen die oorlog voeren om absurde redenen, dat is toch niet meer relevant? Paul Peyskens is het er niet mee eens: "Shakespeare ligt maar vierhonderd jaar achter ons. Dat is maar acht grootvaders geleden." Een radicale bewerking was dan ook niet aan hem besteed. De tekst, en alleen de tekst, is bij hem van belang.

Het decor is kaal en leeg. Toch imposant: als evenzovele zwaarden van Damocles hangt een bos stokken dreigend boven de lege vloer. Een hoveling komt ons goedenavond wensen en legt kort de historiek uit. Hij draagt zo’n typisch zestiende eeuwse kraag. Oh neen, denk je dan: we krijgen een historisch verantwoorde voorstelling. Gelukkig stappen Richard II en zijn vrienden even later de scène op in uniformen die eerder een vooroorlogse sfeer oproepen. Shakespeare in de jaren dertig plaatsen, het is al meer gedaan.

Typisch Peyskens speelt een overwegend jonge cast. Daar leent het verhaal zich ook toe: als elfjarige bestijgt Richard de troon. Het bestuur werd waargenomen door een clubje oudere edellieden: The Magnates. Richard blijft echter geen elf jaar en gaandeweg luistert hij meer en meer naar de raad van enkele briljante jonge lieden: The King’s New Friends. De machtsstrijd tussen beide partijen zal uiteindelijk eindigen in de val van Richard en de troonsbestijging van new friend Bollingbroke als Henry IV.

Peyskens vult dat consequent in: de New Friends worden allen gespeeld door jonge acteurs — voor twee van hen is het zelfs hun afstudeerproject — met die typische arrogantie van de jeugd. Vooral Filip Jordens is een overtuigende hautaine Henry Bollingbroke. De oudere familieleden, The Magnates worden dan weer gespeeld door oudere acteurs.

Dirk Roofthoofd komt weinig overtuigend uit de hoek als Richard II. Hij bast, hij roept, hij tiert, maar op geen enkel moment komt hij over als de vorst die nog even de touwtjes in handen heeft. Het gaat hem dan ook beter af wanneer Richard’s macht begint te verkruimelen en hij stotterend onder een vaal peertje het einde ziet naderen. Toch mist hij iets authentieks. Roofthoofd gaat er al te vaak óver, weet veel te weinig te overtuigen.

Dat doet de laatste scène voor de pauze wel: als Bollingbroke een leger op de been heeft gebracht tegen Richard, komen de zwaarden van Damocles neer. Het suggereert een slagveld. Verscholen achter een woud van houten staken komt Richard tot de conlusie dat hij verraden is. Het einde van zijn regering is nakend.

Richard II is een uitputtingsslag. Een tekst waarin om de haverklap sprake is van actie maar er nooit toe wordt overgegaan. En dus wordt er vooral gepraat. Lang. En uitvoerig. Peyskes schrapte geen letter uit Gerrit Komrijs vertaling. Af en toe krijg je het gevoel dat Shakespeare leed aan het Alanis Morissettesyndroom: teveel woorden per vierkante centimeter. Het stuk zit werkelijk dichtgeplamuurd met taal en dat voelen ook de acteurs. Zowel ouderen als jongeren moeten soms worstelen om het gezegde eruit te krijgen.

Niettemin slaagt Peyskens erin door een strakke regie en de klemtoon op die tekst een helder stuk af te leveren. Het spel om de macht, en dan vooral het vastklampen eraan, wordt pijnlijk duidelijk. Het smeden van banden en complotten, het politieke schaakspel om de macht komt bloot te liggen. Een goede keuze dus om de taal te laten primeren, al maakt dat het er voor de acteurs niet makkelijker op.

E-mailadres Afdrukken