Banner

Guy Cassiers

The Woman who walked into Doors

Wim Borremans; Anne Dekerk - 01 januari 2002

In het boek The woman who walked into doors vertelt de Ierse schrijver Roddy Doyle het verhaal van de Ierse poetsvrouw en alcoholiste Paula Spencer. Guy Cassiers en Kris Defoort maakten er een opera van. De gewone, onbetekenende vrouw krijgt een spreekbuis én een scène.

Guy Cassiers en Kris Defoort plaatsen twee vrouwen op de scène: Jacqueline Blom als actrice en de sopraan Claron Mc Fadden. De vrouwen voeren het innerlijke gevecht van Paula. Ze zijn de stemmen van haar herinneringen. Het ongemak waarmee Paula (Jacqueline Blom) plots op de scène staat, laat meteen merken dat het hier om een gewone vrouw gaat en dat het niet evident is dat ze wordt verheven tot het middelpunt van de belangstelling. Ze is onbetekenend, één der vele onbelangrijke vrouwen, behorend tot de lagere sociale lagen. Ze staat voor het grote videoscherm, waarop de schaduwen van mensen in haar hoofd aanwezig worden gesteld. Ten aanzien van dat immens scherm is ze niets.

Haar tegenstrijdige emoties krijgen kracht bijgezet door Claron McFadden. De zang abstraheert en werkt enorm suggestief. Doorheen het stuk verhouden sopraan en actrice zich op verschillende manieren ten aanzien van elkaar. Paula wordt ontdubbeld, verscheurd. Het gebruik van camera's zorgt er op een bepaald moment voor dat het gelaat van beide Paula’s één wordt. Ze verschijnt zelf op het scherm dat de belangrijke anderen uit haar innerlijke wereld representeert. Dit werkt bij momenten wonderlijk! De interactie met het videoscherm en de verschillende media creëeren een vervreemdende afstand die ook twijfel uitdrukt. Alsof dit samenspel soms stottert, alsof ze niet op elkaar afgestemd zijn.

Bij dit alles zouden we haast nog vergeten dat The woman who walked into doors voor alles een opera is. Defoort heeft een jazz-achtergrond en dat laat zich horen. Het is niet evident dat iemand die gepokkeld is in de jazz-muziek plots een opera gaat schrijven. Dan krijgen we nogal eens een conservatieve reflex en beginnen mantragewijs "schoenmaker blijf bij uw leest" te mompelen. Als je pleit voor het doorbreken van hokjes, moet je daar consequent in blijven. En gelukkig doet Defoort dat. Zijn muziek heeft een zeer filmisch karakter, dat onmiddellijk aanspreekt. Hij vermengt vakkundig de verworvenheden van het klassieke orkest met de kracht van de improvisatie in de jazz.

De interactie tussen de sorpaanstem, Defoorts muziek en de inhoud van Paula’s miserabele leven geeft een eigenaardig gevoel. Niet enkel Paula voert een gevecht in zichzelf, ook de verschillende disciplines op het podium lijken een gevecht te voeren met elkaar. Defoort beseft dat. Hij wil blijkbaar dat het publiek die confrontatie aangaat en gaat anderzijds bij momenten zelf die confrontatie uit te weg. Dan wordt de muziek grimmiger, harder en vloeit ze mooi samen met de pijn op het podium.

The woman who walked into doors is een opera, maar zéker niet in de klassieke zin van het woord. Het is een zoektocht naar nieuwe wegen die de opera zou kunnen inslaan. Zoals Paula Spencer op het einde een gelaat krijgt, zichzelf weer kan samenhouden en zo openingen ziet naar nieuwe wegen die zij kan bewandelen.

E-mailadres Afdrukken