Banner

Het Toneelhuis

L, King of Pain

Maarten van Meer - 15 mei 2002

Het zag er nogal veelbelovend uit op papier: Luk Perceval regisseert Duitsers en Vlamingen in zijn bewerking van een van de klassiekste stukken aller tijden. Op het podium zag het er niet meer gewoon veelbelovend uit, maar spatte de productie (soms letterlijk) de zaal in. Een verdiende selectie voor het Theaterfestival volgde.

Veelbelovend, maar de messen waren ook reeds gewet in café ‘De Theatercriticus’. Eén blikte met heimwee terug naar de jaren van de Blauwe Maandag, toen Perceval nog als alternatief bestempeld werd omdat hij niet in de Bourla stond. De andere vond dat Perceval veel te elitair is geworden sinds hij een groot theater leidt (of om zo’n groot gezelschap te leiden). De meesten wilden gewoon Ten Oorlog nog eens zien, want ‘dat waren de tijden’. En de regisseur? Hij evolueerde rustig verder en maakte een loeier van een voorstelling.

L.is geen eenvoudige voorstelling. Het is een zeer verregaande bewerking van Shakespeare. Eigenlijk is het geen King Lear meer, maar het oorspronkelijke verhaal is wel duidelijk aanwezig. Je kan het als toeschouwer misschien best kennen, maar de uitgebreide programmabrochure biedt ook al enig uitsluitsel. Hoofdpersonage L is een zieke bejaarde. De man zit in een bejaardentehuis, compleet van de wereld. Hij denkt dat hij King Lear is en de andere rusthuisbewoners moedigen hem daar graag in aan. Als zijn dochters op bezoek komen, herkent hij ze niet meer, maar neemt hij ze mee in zijn Lear-fantasie. Op die manier gaat het stuk heel de tijd heen en weer tussen het oorspronkelijke verhaal van Shakespeare en de scènes uit het rusthuis.

De Duitse acteur Thomas Thieme speelt dit fantastisch. Het is bij momenten ontzettend pijnlijk om te zien hoe L elke vorm van menselijke waardigheid verliest en alleen nog als King Lear enige schijn van waardigheid kan hooghouden. Ook de andere acteurs blijken voortdurend van rol te wisselen. Het ene moment zijn ze een rusthuisbewoner of familielid van L, het andere een personage uit King Lear. Het is verbazend hoe organisch beide verhalen in elkaar overvloeien. Er komen geen spectaculaire decorwissels of lichtveranderingen aan te pas. De enige houvast lijkt de taal te zijn.

Het taalgebruik maakt de voorstelling echter niet altijd even eenvoudig om te volgen. Er wordt Nederlands, Duits en Frans door elkaar gesproken, soms zelfs in een zin. De meeste acteurs bedienen zich van een soort mengtaal, wat enige aanpassing vergt. Iedereen is vrij goed verstaanbaar, maar om Thomas Thieme goed te begrijpen, moet men toch het Duits enigszins machtig zijn. In het begin is het frustrerend dat je niet alles verstaat, maar eigenlijk draagt dat alleen maar bij tot het ontzettende vervreemdingseffect dat deze voorstelling veroorzaakt. Door de bizarre taalsprongen, geraak je als toeschouwer soms even verloren in de voorstelling als L aan het einde van zijn leven.

Uiteindelijk blijf je als toeschouwer verweesd achter. Je weet in eerste instantie niet wat je gezien hebt: een King Lear-bewerking of een drama over ouder worden? Dan zie je weer bepaalde scènes voor je en de denk je aan de extreem minimalistisch regie en scenografie. Er staat een gigantische ontwortelde boom op het toneel samen met wat tuinstoeltjes. De rest van de voorstelling wordt gemaakt door de acteurs, de regie, de taal en een plank (die de voorstelling niet eens overleeft). Simpel, maar zeer effectief en stof tot nadenken. Of het nu om Shakespeare of Perceval gaat, maakt eigenlijk zoveel niet uit. L. King of Pain is een zeer gedurfde bewerking, maar je kan er als toeschouwer niet onverschillig onder blijven. Nu hopen dat ze in café ‘De Theatercriticus’ niet op de nieuwe L., King of Pain gaan zitten wachten.

E-mailadres Afdrukken