Banner

Het Toneelhuis

Asem (FP)

Frauke Pauwels - 10 september 2002

'Geef dat touw hier'. Zoals elke goede moeder, neemt de vrouw op het toneel haar zoon zijn gevaarlijke speeltje af. Maar terwijl ze een praatje slaat, knoopt ze het tot een strop en reikt het hem opnieuw aan. Met dezelfde pijnlijke vanzelfsprekendheid knijpt Asem je gaandeweg de keel toe. Terwijl het publiek lang en enthousiast applaudisseert, zit ik zelf met een strop om mijn hals, blootgesteld aan het dilemma of de makers feliciteren gelijk staat met de goedkeuring van het thema van deze voorstelling: incest en kindermisbruik.

Asem zet de slachtoffers letterlijk in het hemd: twee kinderen in ondergoed (vertolkt door Inge Paulussen en Pepijn Caudron) wisselen quasi onverschillig hun seksuele ervaringen uit. Ook de volwassenen op het toneel praten onverbloemd over hun omgang met kinderen. Zij nemen de argumenten van plegers van incest letterlijk over en slingeren ze je in ongekuist Vlaams dialect naar de oren. Slechts hier en daar wordt deze schijnbaar normale conversatie doorprikt. Kindermuziek of stil gezongen liederen zetten de breekbaarheid van kinderen én ouders extra in de verf.

Breekbaar is ook de enorme glasplaat, die alle acteurs samen angstvallig overeind houden. Bij het begin staat het schone glas in schril contrast met de smerigheid van de gedachten en woorden, maar stilaan wordt ook zij bepoteld en bevlekt en verliest de toeschouwer zijn heldere kijk op het gebeuren. Toch wordt de illusie van het gelukkige huisgezin nergens aan diggelen geslagen: de glazen muur blijft het hele stuk overeind. Dat de zoon met een strop om de hals rondloopt — die hem nota bene werd aangereikt door zijn moeder — en de dochter vergroeid lijkt met een revolver, verandert daar nauwelijks iets aan. Het benadrukt alleen de benadering waarvoor Luk Perceval bij Asem gekozen heeft: die van een evident feit, dat — hoewel taboe, hoewel vreselijk — door een heleboel gezinnen eigen is gemaakt.

Heel even biedt de objectieve opsomming van symptomen door de dokter een houvast. Maar als ook zij toegeeft dat haar dochtertje ervan houdt gestreeld en gekust te worden, zakt elke kans op een aanklacht weg. In een schaarse poging om de fysieke contacten te objectiveren worden wetteksten onder de loep genomen, maar met een gerust geweten weer van de hand gedaan. Alleen de moeder van het meisje ontsnapt aan de beschuldigingen. Daar is ze echter niet gelukkiger om: het verlies van haar man schrijft ze toe aan haar dochter — 'geen kind meer, een vrouw' — en ze verdrinkt zich in zelfbeklag. De opdeling die zij maakt, namelijk tussen slachtoffer en zondebok, wordt overigens nergens anders in het stuk gemaakt. Er zijn geen daders of slachtoffers, er is enkel het pijnlijk 'alledaagse' feit van kindermisbruik.

Je moet wel van een bittere soort reality-tv houden om deze voorstelling rustig uit te zitten. De ingehouden vertolking door de acteurs geeft allerminst blijk van spelplezier — gelukkig maar? — maar ondersteunt, net als het decor, de wreedheid van de voorstelling. Incest bestaat en je kunt er niet onderuit… Van goedkope zin voor sensatie is hier nauwelijks nog sprake, want dan hadden we misschien ook nog wat gezien. Wat we nu zien, zijn een stelletje lege poppen, uitgehold door hun eigen gewrongen overtuiging en gedoemd tot eenzaamheid. Of Asem een geweten schopt, is moeilijk te zeggen, maar schoppen doet het in elk geval…

E-mailadres Afdrukken