Banner

Meg Stuart / Damaged Goods

Do Animals Cry

Kjel Dupon - foto's: Chris van der Burght  - 04 november 2009

De geborgenheid van het rode pluche en het schemerduister laat het theater een beetje aanvoelen als thuiskomen. Dat geldt des te meer voor Damaged Goods’ nieuweling, alwaar we in hun huiskamer worden uitgenodigd. Net als het pluche is de sfeer niet steeds zo zacht als hij op het eerste gezicht lijkt.

Een onrustig kluwen krijgt langzaam gestalte. Nerveus geschuifel en zuchtjes van inspanning stijgen op. Een mensenhoopje wriemelt over elkaar. Opgaand in het moment trekken ze aan armen en benen. Is het liefdevol gewoel of een wreedaardig gevecht? Het opklarende licht maakt hen plots bewust van onze aanwezigheid. Onze blik doodt hun spontaniteit. Ongemakkelijk klauteren ze recht en trekken hun kleren in de plooi. Ze voelen zich betrapt tijdens een moment van onbevangen overgave. Door de herkenning van de situatie voelen we ons onvermijdelijk zelf betrapt. De spiegel zal ons nog meermaals worden voorgehouden.

Na MAYBE FOREVER zoekt Meg Stuart in Do Animals Cry opnieuw de huiselijke regionen op. Waar het verlangen naar en onvermogen tot lichamelijk contact van twee geliefden laatst centraal stond, zien we nu de veranderende relaties binnen een familie in een setting die knettert van kneuterigheid. Er is het als huis dienende hondenkot waarin de mensen gezellig dicht bij elkaar hokken. Daarvoor de typische Vlaamse kamerplantjes die ruiken naar nostalgie. Aan het te kleine houten tafeltje is het knus tegen elkaar aan schurken. Een met takken gevlochten organische koker slingert zich als een warme sjaal om de leefruimte en het okerkleurige licht van de goedkope sierluchter drukt moede op de borst.

De erg herkenbare huissfeer werkt bevreemdend en confronteert door zijn uitvergroting. Ze slaat in een zucht om van beklemmende droefenis in joelend geluk en alle gradaties daar tussenin. Een prettig tafelen wordt plots verstoord door een laatkomer met metaforisch verlamde benen. Negerende en onbegrijpende blikken doorpriemen de gezelligheid. Het volgende moment kan kantelen naar een tastend verleiden en uitmonden in een brok onstuimige sensualiteit. Wie eerst een zoon lijkt , blijkt even later de vader te zijn. Situaties, rollen en gedragspatronen ondergaan een voortdurende verandering. De zwaarmoedigheid van MAYBE FOREVER is daarbij vervangen door een meer relativerende ondertoon. De snelle gemoedswissels en de vele geslaagde grapjes blijven fris bloed pompen. Iets over de helft dreigt een moment van langdradigheid, wat gauw weer wordt opgevangen door de levendige flux.

Films als American Beauty en Festen grijnzen ondeugend mee. De onbestemdheid van het klinkende muziekmotief uit het middendeel horen we nagonzen uit American Beauty. Alsook de verborgen seksuele verlangens en de warme, zinnelijke stemming. Contrasterende echo’s uit Von Triers Festen brengen dan weer koude toetsen en meer sérieux. De subtiele familiebanden en schurende verschuivingen zijn zeker gemeenschappelijke noemers. De androgyne Christusfiguur die halfweg de groepsrelaties omgooit, is -- wat Stuart zelf aangeeft -- ontleend aan Pasolini’s Teorema.

Naast de sferische referenties uit filmland is er uiteraard onmiskenbaar Meg Stuarts eigen stempel. Dionysos huist in het lichaam. De bewegingen vertrekken vanuit impulsieve stroomstoten die onbeschaamd en vrij circuleren. Een te groot eenzaam verdriet komt aan de oppervlakte in een gezicht dat naar alle kanten vertrekt en verkrampt. Seksuele spanning krijgt de gestalte van een loopse hond. Verstand en beschaving laten zulke energie-uitbarstingen niet meer toe, maar het lichaam herkent het in zijn intieme hoeken, op microscopisch niveau. Een rituele bevrijding van begraven krachtvelden.

Bovenal wordt iets geschapen dat vibreert en resoneert in de krochten van de eigen geschiedenis. Het vraagt door te tonen wat vaak onzichtbaar blijft. Ook door letterlijk als een kind de dingen te bevragen: ‘Do animals cry? –I’ll tell you tomorrow.’ Antwoorden zijn er uiteraard niet. Het is een vreemd familieportret, een hartelijk nest voor allen.

Do Animals Cry speelt nog op vier december in Kortrijk, op negen december in Leuven en op vijftien december in Rotterdam.

E-mailadres Afdrukken