Banner

Het Toneelhuis

Macbeth

Robin D'hooge - 05 april 2004

Wanneer Macbeth na een veldslag niet beloond wordt met de beloofde koningstitel, neemt hij op aandringen van zijn vrouw het heft in eigen handen. Het is het begin van een machtsstrijd die hem ten val zal brengen. Het Toneelhuis haalt alles uit de kast voor een indringende bewerking van the Scottish play.

Luk Perceval trekt alle registers open, zijn decors barsten zelfs uit de voegen van de Bourla. De regen stroomt in bakken neer. Een houten loopbrug overdekt de parterre volledig en deint ook achteraan uit, tot aan de gigantische, geopende achterdeur van het theater. Zelfs het achterliggende pleintje maakt eigenlijk gewoon deel uit van de setting. Een trap verdwijnt in de ereloges en het orkest begint haar ommegang ergens op de zijrijen van het derde balkon.

Wim Opbrouck is een grommend, tierend en rochelend schepsel. Impotent, is hij aangewezen op machtsvertoon om feeks Els Dottermans te overtuigen van zijn mannelijkheid. De tekstbewerking van Gerardjan Rijnders legt zwaar de nadruk op deze dorre relatie tussen het echtpaar. Haar man valt niet willoos ten prooi aan vrouwelijke hebzucht en het noodlot. Hij is volledig verantwoordelijk voor zijn eigen daden; wanhopige pogingen om zijn huwelijk te redden. Hopeloos wachtend op een kind dat nooit zal komen, beelden ze zich een zoon in en verwijten elkaar tergend hun lot.

Life is a tale told by an idiot, signifying nothing. De heksen en een immer aanwezige poortwachter, worden dan ook vertolkt door spelers van Theater Stap, met het syndroom van Down. Hun weerloze, kinderlijke goedheid hoort niet thuis in een wereld vol tegennatuurlijke wandaden. Teder en onbevangen knuffelen ze de onmensen die het stuk bevolken, maar die worden daarom nog niet weerhouden van hun daden. Onherroepelijk ontplooit het machtsgeweld zich, om uiteindelijk ook de vertellers aan te tasten. Het onschuldige, ingehouden gegiechel van de heksen verwordt doorheen het stuk tot onwezenlijk vloeken. Pure schepsels die hun onschuld verliezen, een duidelijke aanzet tot Macbeth’s gruwelijke moord op een paar weerloze kinderen.

Vormelijk overtuigt het stuk volledig, en zowel Opbrouck als Dottermans leveren grootse prestaties. Jammer genoeg zitten niet alle bijrollen even lekker. Opbrouck mist misschien ook een beetje raffinement om taalschoonheid echt in de verf te kunnen zetten. De tekst werd sowieso grotendeels gestript van haar subtiliteiten om plaats te maken voor absolute rauwheid. De interpretatie die Rijnders aan de tekst probeert te geven, zit op zich erg juist, maar zijn bijdrage blijft tegelijk een beetje de achillespees van het geheel. De indringende eindscène maakt veel indruk, maar bevat net iets te veel ingrediënten die zo weggelopen lijken uit Virginia Woolf. Een overweldigende theaterervaring, maar daarom nog geen meesterwerk.

E-mailadres Afdrukken