Banner

SkaGen

Dedayroom

Robin D'hooge - 15 maart 2004

Je moet wel gek zijn om niet te beseffen dat je geleefd wordt, toch ? Zoniet duurt het niet lang meer voor je het wordt. Ben ik wel wie ik zeg dat ik ben ? In DeDayRoom van SKaGen ga je aan alles twijfelen.

Wanneer een min of meer normale man langsgaat bij de dokter, voor een routineonderzoek, gaat alles mis. Hij blijkt aan waanvoorstellingen te lijden. Zijn behandelend arts hoort misschien zelf wel thuis in een inrichting, net als de verplegers die hem uiteindelijk afvoeren naar een naburige vleugel. Of ze bestaan niet eens echt, wie weet ? DeDayRoom zet het in elk geval keihard op een lopen met de werkelijkheid, en de acteurs van SKaGen ravotten er lustig achteraan.

Don DeLillo is in de eerste plaats een grootmeester van de Americana. In zijn boeken breit hij een ongelooflijk uitgebreide en gevarieerde mozaïek van flarden uit al dan niet fictieve mensenlevens, historische gebeurtenissen, faits divers en momentopnames uit bijvoorbeeld films, radioprogramma’s of televisiereportages aaneen, tot een kroniek van het leven in Amerika, Zoals Het Is. Zijn eerste (of liever eerst opgevoerde) toneelstuk is oorspronkelijk abstracter van aanpak. Het ligt meer in de lijn van Ionesco of Beckett, spelend met taal, leven en dood, zingeving en de onmogelijkheid tot echte communicatie. Hier en daar ligt het dan ook nogal zwaar op de hand, een val waarin SKaGen niet getrapt is.

De ziekenzaal uit het stuk maakt in hun bewerking plaats voor wat op het eerste zicht een klinisch witte kantoorruimte lijkt. Een troebel raam geeft uitkijk op de wereld die aan hen voorbijgaat. Al snel blijken de ’bedienden’ niet aan bureaus te zitten, maar eerder aan een soort hobbytafels. Ze zijn volgestouwd met attributen, waarmee de bewoners hun tijd min of meer zinvol proberen te verdrijven. De ene kickt duidelijk op kleren, de andere zit achter zijn pc, speelt gitaar, of leest een boek. Maar het belangrijkste voorwerp in deze ruimte blijft natuurlijk: de afstandsbediening.

Gretig stelt het collectief haar eigen lappendeken samen, met voor het publiek erg herkenbare fragmenten. Vol enthousiasme spelen de patiënten na wat ze zappend op hun TV voorgeschoteld krijgen: een dansclip met Kylie Minogue, een aflevering van de populaire Britse comedy Coupling met een vettige lachband, filmscènes,… Woord voor woord, alsof ze er zelf bij waren, het zelf meemaken, en pas op die momenten lijken ze ook echt tot leven te komen. Hoogtepunt is wel het hilarische stomme filmpje dat ingenieus heropgevoerd wordt voor een blauw scherm.

Deze bevreemdend vrolijke passages worden afgewisseld met individuele getuigenissen uit een documentaire over doodgewone Parijse burgers, die plots door het lint gaan onder de stress van hun job. Eén voor één doen de patiënten een verhaal. Hún verhaal ? Wie zal het zeggen. De geïnterviewden erkennen weliswaar dat ze de mist ingingen, dat het niet meer lukt, maar zoeken de fout buiten zichzelf. Hun eigen leven waren ze immers allang kwijt, ook toen ze nog ’normaal’ waren. Eerder dan fysiek of geestelijk, zijn ze moreel gestoord. Ze lijden onder een acuut gebrek aan onverschilligheid, voor een ziekte van de maatschappij. Noem het een economische crisis, een verscheurende patsituatie waar ze niet aan kunnen ontsnappen.

Het lijkt One Flew over the Cuckoo’s Nest, maar de relativerende humor van Catch 22 is nooit ver weg. De stukjes passen mooi in elkaar tot een afgerond geheel. Nu en dan blijft misschien iets hangen uit het origineel, waarvan de volledige betekenis zonder oorspronkelijke context nogal de mist ingaat. Maar als geheel is deze bewerking zeker geslaagd, het is een ander stuk geworden. Actuele thema’s worden niet uit de weg gegaan, terwijl de sfeer aangenaam rommelig blijft. Typisch SKaGen dus, maar beheerster, en je blijft met een plezierig gevoel achter.

E-mailadres Afdrukken