Banner

Peter Sellars

The Children Of Heracles

Robin D'hooge - 07 juni 2004

Na jarenlange afwezigheid deed Peter Sellars de laatste maanden al twee keer België aan. For an End to the Judgement of God, een radiospeech door Artaud die herwerkt werd tot een aanklacht tegen de oorlog in Irak, werd op de voet gevolgd door Children of Herakles, een halfvergeten Griekse klassieker van Euripides over politieke vluchtelingen, die vandaag, verrassend genoeg, actueler blijkt dan ooit.

Sellars is een cultuuractivist. Hij wil een helder actueel statement brengen met zijn stukken, die systematisch kracht bijgezet worden door een samenspel van debatten, films, documentaires en een persmachine. Voor Children of Herakles ziet hij zichzelf als een soort bemiddelaar, die twee grotendeels langs elkaar heen levende spelers in het migrantendebat rechtstreeks met elkaar confronteert, door hen voor een paar uur samen in een zaal te duwen. Een groepje jonge vluchtelingen staan mee op de scène, kijken doordringend naar het publiek, komen handjes schudden: "Merci, merci pour le retour dans mon pays." Op die manier probeert hij het probleem een menselijk gezicht te geven. Het stuk wordt voorafgegaan door een debat, met persoonlijke getuigenissen van vluchtelingen, een ambtenaar van de Dienst Vluchtelingenzaken en ethicus Prof. Vermeersch, die een reeks adviezen aan het opstellen is voor de richtlijnen die gepaard gaan met uitwijzing.

Het lijkt alsof de Griekse klassieker pas gisteren geschreven werd, terwijl het stuk toch echt wel letterlijk gebracht wordt. In elk land waar de kinderen van Herakles asiel proberen te krijgen worden ze doorverwezen, op de hielen gezeten door de koning van Argos die hen uit hun rijk verjaagd heeft. Athene is niet bang van de legers van Eurystheus, haar bevolking is nog bereid te sterven voor idealen als rechtvaardigheid, naastenliefde en gastvrijheid. Sellars grijpt vooral naar de keel wanneer je gaat beseffen hoeveel offers soms gebracht moeten worden, vaak door mensen die zelf achterblijven, om deze vluchtelingen tot hier te krijgen.

Indrukwekkend, maar een beeldenstormer is Sellars dan weer niet. Hij blijft een positivist, spreekt de betere burger aan op zijn eigen terrein en confronteert hem, maar schopt nergens tegen schenen. Een gevoel van licht onbehagen bij zoveel politieke correctheid valt dan ook niet helemaal weg te cijferen. Dit wordt in de hand gewerkt door de dik aangezette speelstijl van de acteurs, die hun rol brengen met veel pathos. Hier en daar loert het melodrama van een didactisch schooltoneeltje net iets te veel om de hoek, een kwaal waar For an End to the Judgement of God bijvoorbeeld veel minder aan leed. De avond slaagt er vooral in een verlangen op te wekken naar meer informatie, een beter begrip van de situatie van individuele vluchtelingen, zoals die in het voorgesprek aan bod kwamen. In hun worstelen met taal en hevige emoties slagen deze mensen er amper in om echt over te brengen in welke omstandigheden ze hier terechtgekomen zijn. Vluchtelingen krijgen misschien een gezicht in deze voorstelling, maar aan een echte stem blijft het hen ontbreken.

Die stemmen zijn er intussen wel, onder de blijvers, en ook op cultureel vlak steken ze steeds vaker de kop op. Vaak authentieke, maar bescheiden, lokale initiatieven, waardoor het wel eens moeilijk kan zijn om op de hoogte te raken van interessante projecten. Café Casa, een on-line documentatiecafé over culturele diversiteit in de podiumkunsten, probeert hen een duwtje in de rug te geven.

E-mailadres Afdrukken