Banner

't Barre Land/De Onderneming

De ideale Ernst of het belang van een echtgenoot

Matthieu Van Steenkiste - 12 mei 2003

Creatief met de groten der literatuur aan de slag gaan: het gaat het Nederlandse gezelschap ’t Barre Land goed af. Na een geslaagde Hamlet en een gewaagde Dostojevski-bewerking is het nu aan Oscar Wilde om door hun mangel gehaald te worden. Met hun kompanen van De Onderneming vermengen ze twee van zijn klassieke komedies tot een heerlijke voorstelling die zijn beslag vindt in een prachtig chaotische finale.

Bijna exact een jaar geleden zaten we al eens op dezelfde plek, in de Labozaal van het Leuvense Stuk. Toen speelden ’t Barre Land en De Onderneming een collagevoorstelling bij wijze van gezamenlijk Fin de Saison. Terwijl op de achtergrond de verkiezingsuitslagen uit Nederland binnensijpelden — je zag de acteurs als maar grauwer worden — zagen we op scène een ratjetoe van fragmenten uit allerlei teksten. De acteurs besloten ook een stukje Wilde te brengen, het tekstboek in de hand. Ze troffen onmiddellijk de juiste toon om de vlijmscherpe satire op de Victoriaanse manier hedendaags te brengen en een idee om dit seizoen te spelen werd geboren.

De ideale Ernst of het belang van een echtgenoot is een mix van Wildes twee bekende society-komedies Het belang van Ernst en De ideale echtgenoot. Met een vlijmscherpe pen zet de flamboyante Engelsman er de Victoriaanse burgerlijke zeden met de billen bloot: hypocrisie, gevlei, machtswellust… Het komt allemaal voor onder een dun laagje vormelijkheid.

Wilde schetst een wereld van societyfeestjes, waar moeders op zoek gaan naar de ideale echtgenoot voor hun dochters en de mannen zich op hun beurt van hun charmantste kant willen laten zien. Het is, kortom, een wereld gedomineerd door oude taarten. Geroddel en gekonkel zijn er schering en inslag. De burgerwereld als marktplaats en huwelijksbureau wordt door Wilde genadeloos te kakken gezet.

Oude taarten dus, zoals de Ladys Markby en Markby. Kris van Trier en Vincent van den Berg zetten ze hilarisch neer: kijvende vrouwen die bij gebrek aan een eigen leven, alles weten over dat van een ander. En dat breed uitstrooien ook. Samen zijn van Trier en van den Berg een komisch duo dat zich kan meten aan Wim Opbrouck en Fedja van Huêt in De Leenane Trilogie. Wilde mag dan al een vlijmscherpe kritiek afgeleverd hebben, het is toch ook voornamelijk om te lachen.

Beide stukken zijn niet meer dan een alibi om een spervuur aan bon-mots en aforismen af te vuren. Het is waar Wilde bekend voor staat en waar hij goed in was. De acteurs van de twee gezelschappen voelen zich er duidelijk mee in hun sas. Het spelplezier spat van de vloer en sommigen schitteren. Jacob Derwig, bijvoorbeeld, geniet de eer om zowel een dominante vader als een dominante moeder te spelen, en doet dat briljant.

Op een sublieme wijze schuiven de twee stukken — die op een identieke wijze evolueren — in elkaar. Eerst netjes afgewisseld, maar na de pauze schuiven de stukken meer en meer in elkaar en wisselen de acteurs van personage alsof het niets is. Op het einde wordt het een geweldige chaos: binnen de twee zinnen wisselen identiteiten als het weer in april en iemand smokkelt er op zijn Discordia’s in: "wie heeft aan de rekwisieten gezeten". Zoals we zeiden: serieus is het niet te nemen, smullen ervan is de boodschap. Heerlijke teksten, heerlijk spel. Oscar Wilde rules. En ’t Barre Land en De Onderneming natuurlijk ook.

E-mailadres Afdrukken