Banner

Peter Verhelst

Headbanger’s Wall

Brecht Hermans - foto's: Kurt Van der Elst - 28 januari 2009

Een mens zonder thuis lijdt. Iedereen heeft behoefte aan een warm nest: weten dat je ergens terecht kunt, weten dat er iemand voor je zal zijn. Enkel van daaruit kan je het gevecht met het leven aanvatten.

Met mondjesmaat wordt een gewei zichtbaar. Het dode lichaam van een hert drijft langzaam weg op het water. Headbanger’s Wall gaat over afscheid nemen, troost zoeken, een thuis vinden, en ook weer over die verdomde eenzaamheid. De mens heeft niemand. Wij zijn eeuwig op onszelf aangewezen. Drie danseressen zetten dit om in beweging. Eén van hen staat op een stoel en laat zich ervan vallen. Een andere trekt een trui uit en wikkelt hem tot een warme baby die zij kan liefkozen. Vooraan staat nog een vrouw, die met inkt in Chinese tekens een tekst schrijft over thuiskomen. De drie danseressen bewegen los van elkaar. Er is geen interactie, het zijn op zichzelf staande figuren, al vinden ze hier en daar wel raakvlakken in gelijke bewegingen. Maar daarvan lijken ze zich weinig bewust.

Peter Verhelst vond als regisseur enkele jaren geleden zijn thuis onder de vleugels van Johan Simons’ NTGent. Na enkele experimenten kwam daar de voorstelling Utopia GmbH van, vorig seizoen opgevolgd door het aangrijpende Lex. Waar deze twee producties nog hun mosterd haalden bij de Griekse mythologie — acteur Kristof Van Boven speelde in Utopia GmbH Dionysos, in Lex Alexander De Grote — mist Headbanger’s Wall deze context van een bekend verhaal. De toeschouwer is daardoor meer op zichzelf aangewezen, wat de voorstelling zwaarder maakt dan haar voorgangers, en die waren al niet erg lichtvoetig. Deze keer hebben drie danseressen de opdracht het abstracte begrip "troost" tot leven te brengen. Door de traagheid van hun bewegingen wordt elke houding een moment, elk detail krijgt een eigen betekenis. In die veelheid moet de toeschouwer zijn eigen weg banen.

De meest directe betekenis in Headbanger’s Wall komt van een voice-over, een vertaling van de Chinese woorden die danseres Nan Ping Chang opschrijft en uitspreekt. Het thuiskomen wordt hier letterlijk weergegeven. Veilig zijn op een ommuurde plek. Handen die je aanraken en een stem die zegt dat alles zo zal blijven. Dit gaat over het vinden van troost. Klank is ook de troostbrenger in het Requiem For My Friend, een muziekstuk dat Zbigniew Preisner componeerde naar aanleiding van de dood van zijn vriend, filmmaker Krysztof Kieslowski, en dat als inspiratiebron gold voor Peter Verhelst. Muziek heelt de diepste wonden, en ook hier voelen we de zalvende klanken der troost.

Door al dat gepraat over troost en thuis zijn, zou je bijna gaan denken dat Verhelst ons hier onthaalt op een bijzonder hartverwarmende voorstelling. Dat blijkt echter niet zo te zijn. In de bewegingen van de drie danseressen vinden we hier en daar inderdaad warmte terug, maar ook agressie en pijn passeren de revue. Net als in Verhelsts vorige producties blijken de personages in de eerste plaats zeer eenzame wezens.

Peter Verhelst is een erg visueel regisseur, met als voornaamste werkmiddel het lichaam. De beelden die hij weet te vormen met alledaagse elementen als een trui of inkt zijn bij momenten subliem. Het openingsbeeld met het hert is prachtig, alsook het eindbeeld dat samen met het licht uiterst langzaam uitdooft. Alleen jammer dat sommige beelden dan weer minder goed uit de verf komen. De drie danseressen slaan met kledij op de grond, wat agressie oproept, maar toch een zekere spanning mist. Ook de herhaling van het gebruik van de ski-boots uit vorige voorstellingen biedt weinig meerwaarde.

In het oeuvre van Verhelst is Headbanger’s Wall een onmisbare stap. Zwaarder dan zijn voorgangers, maar opnieuw beladen met uitgepuurde beelden die niet meer uit het hoofd zullen wijken.

Headbanger's Wall bespeelt na de Kaaitheaterstudio’s (Brussel) ook nog het NTGent in april-mei 2009.

E-mailadres Afdrukken