Banner

NTGent

Krapps laatste band

Carmen Van Cauwenbergh - foto's: Phile Deprez - 21 januari 2009

Twee mannen die afscheid nemen. Johan Simons met Krapps laatste band van het NTGent, en in die voorstelling Krapp van zijn leven. Een afscheid dat beiden zwaar valt.

Samuel Beckett was niet bepaald de meeste positieve mens en dat bewijst hij na Wachten op Godot opnieuw met Krapps laatste band, een monoloog uit 1958. Krapp onderneemt ieder jaar hetzelfde ritueel: op zijn verjaardag, deze keer zijn negenenzestigste, gaat hij alleen op café en overdenkt hij het afgelopen jaar. Na wat kriebels op een envelop vertrekt hij naar huis en luistert daar naar een willekeurige tape uit het verleden om daarna de neergeschreven gedachten aan een nieuwe tape toe te vertrouwen. De tape die hij nu beluistert dateert van exact dertig jaar geleden, een moeilijk jaar, waarin hij zijn moeder verloren heeft en de liefde heeft afgezworen voor het schrijverschap. De envelop van dit jaar is onbeschreven gebleven, veel valt er dan ook niet te zeggen over een leven dat leeg is geworden en slechts uit pijnlijke herinneringen bestaat.

Niet alleen wou Beckett het met zijn tekst hebben over de leegte en de wanhoop van het individu dat obsessief naar het verleden gedraaid staat, maar ook, en vooral, over hoe we met die herinneringen omgaan: hoe we verhinderd worden door onze eigen geschiedenis om in het heden te staan en hoe we de authentieke ervaring inwisselen voor de reproductie. Dit laatste is een heel actueel onderwerp en zorgt ervoor dat we de tekst van Beckett perfect op onze maatschappij kunnen toepassen, maar daar gaat Johan Simons in de fout: hij laat die kans jammerlijk onbenut. De vertaling van Peter Verhelst blijft getrouw aan het origineel, onvermijdelijk wegens de strenge controle van Becketts familie, maar de vormelijke benadering van de thema's is dubbelop waardoor Johan Simons op één niveau van de tekst blijft boren en de actualisering naar het achterste plan verschuift.

Het decor wordt gevormd door een stalen muur die het gevoel van een bunker en het daarbij behorende isolement oproept, met daarvoor een gigantische hoop puin waarin de persoonlijke bezittingen van Krapp verborgen liggen. Centraal in dat puin staat de tapespeler als een alomtegenwoordige machine. Zo graaft Krapp niet alleen figuurlijk in zijn verleden maar ook letterlijk op scène, om zijn kleren en andere materiële resten te vinden. Dubbelop dus en vooral verwijzend naar de wanhoop van Krapp en zijn blinde, tevergeefse, zoektocht naar essentie. Hij kan niet leven met zijn verleden en is daarom ook gedoemd om erin te blijven vasthangen.

Steven Van Watermeulen is niet meteen de meest voor de hand liggende acteur voor deze rol, maar los van het feit dat hij de oude man soms iets te veel moet spelen, weet hij de wanhoop van Krapp, subtiel doorbroken met humor, consequent door te voeren en over het algemeen geloofwaardig neer te zetten. Ook zijn handelingen zijn, soms tergend traag, doordrongen van de thematiek van de herhaling en de lusteloosheid. Het is dan ook Steven Van Watermeulen die er voor zorgt dat deze niet altijd even geslaagde enscenering niet helemaal onderuit gaat.

Krapps laatste band speelt nog op 18 en 21 februari in Monty (Antwerpen) in het kader van Le Salon des Exilés.

E-mailadres Afdrukken