Banner

Het Toneelhuis en De Filmfabriek

De Wilde, Wilde Weg

Carmen Van Cauwenbergh - 14 januari 2009

’We doen de deuren open van de Bourla, gooien een paar handgranaten naar binnen en komen de volgende dag terug om te kijken naar ons decor.’ Dat kan tellen qua uitspraak: een perfecte promotiezin die menig spektakelzoekend ramptoerist naar de Bourla zal lokken.

Handgranaten hebben de makers van de Filmfabriek niet boven gehaald maar die hadden ze blijkbaar niet nodig om van het decor van De Wilde, Wilde Weg een spectaculair festijn voor het oog te maken. Een houten brug loopt dwars over de parterre tot aan het middenbalkon. Aan het begin staat een oude wagen, jaren ’30, en aan de zijkant bevindt een naakte man zich in een glazen pilaar gevuld met water: een futuristisch aandoend opgezet exemplaar of een geheim experiment. Wie zal het zeggenè In een land dat in totaal verval is, doet het er waarschijnlijk allemaal niet meer toe. De Filmfabriek doet zijn naam alle eer aan. Want wanneer de voorstelling van start gaat, krijgen we de indruk op een grote, Amerikaanse filmset aanwezig te zijn, in plaats van in een theaterzaal. De rookmachines die het decor in een waas hullen, de opdoemende man met hoed en lange jas en de bombastische compositie van Wagner katapulteren de kijker naar het universum van Hollywood, waar pathetiek en dramatiek de plak zwaaien.

Maar in tegenstelling tot de meeste Amerikaanse blockbusters zit onder de kitscherige laag van De Wilde, Wilde Weg wel een diepere betekenis. Het oorspronkelijke stuk, On the open road, van de Amerikaans-Servische Steve Tesich is in wezen een aanklacht tegen de versplintering van zijn land Joegoslavië en de wreedheden die tijdens deze burgeroorlog tegen de Serviërs werden gepleegd, een aanklacht die huist onder de filosofische bespiegelingen over kunst, cultuur, religie en politiek. De absurditeit en de willekeur zijn persoonlijk én universeel waardoor dit stuk probleemloos tegen de achtergrond van onze surreële politieke crisis geplaatst kan worden. Het Belgische volkslied helpt ons onze gedachten in die richting te sturen.

Een derde, en meer persoonlijke, laag in deze voorstelling is de relatie tussen Al en Angel. De twee protagonisten in dit verhaal, willen weg uit dit destructieve land in oorlog en trekken met een kar vol gestolen kunst naar Het Beloofde Land waar de inwoners intellectuele kunstliefhebbers zijn, afgeschermd van het vuil van de straat. Een overgang die weerspiegeld wordt in twee karakters die zich ieder aan het uiteinde van een pool bevinden: Al, intellectueel met een grote afstandelijkheid en duidelijke morele standpunten. Het lijkt bijna onmogelijk dat ze samen hun doel zullen bereiken en dat ze een consensus zullen vinden over de grote levensthema’s: kunst, politiek, cultuur en religie. Zelfs Jezus komt hier, hapklaar en als popicoon, zijn zegje over doen.

De Filmfabriek brengt met De Wilde, Wilde Weg een groots en gelaagd spektakel met hier en daar enkele schoonheidsfouten. Fouten die misschien onopgemerkt waren gebleven als ze ons geen beloften hadden gedaan van het overtreffende niveau, en daardoor al deels onze perceptie hadden bepaald. De acteurs zijn goed gecast en weten in hun samenspel de kloof in hun zijn en denken overtuigend neer te zetten. De humor daarentegen wordt soms iets te letterlijk gezocht en bepaalde elementen kan men zien als overbodig. Maar zoals reeds gezegd, dit zijn schoonheidsfouten, en het is knap hoe de Filmfabriek consequent vorm en inhoud op elkaar weten af te stemmen. Net als de spelers vinden de makers een uitgebalanceerd evenwicht tussen Amerikaanse grootsheid en pathetiek, en gewone zeggingskracht. Wie maar niet genoeg kan krijgen van de Belgische Wilde, Wilde Weg zal op vele vlakken genieten van deze abstracte, actuele theatralisering.

Foto’s: Koen Broos
E-mailadres Afdrukken