Banner

NTGent / Peter Verhelst & LOD

Lex

Isabelle Stockmans - 17 december 2008

God en Alexander de Grote zijn het eens: It’s lonely at the top. Lex speelt zich af vóór het begin van alles, op het moment dat God geboren wordt uit zijn eigen woorden. De klemtoon ligt hierbij niet op de goddelijke grootsheid, maar op de onpeilbare eenzaamheid van een machtig man.

Kristof van Boven kruipt in de huid van God in de gedaante van Alexander de Grote. Het klinkt complex, maar dat is het niet. Althans niet qua vorm. Althans niet voor Peter Verhelst. Wat we te zien krijgen is kaal theater met grote gevolgen. Een acteur die zijn lichaam een uur lang tot een wanhopige performance dwingt in een verlaten setting: een tweetal gesmolten maskers tegen de vloer, een harnas en een oplopende plank.

Het duurt even voor onze ogen het schemerduister gewoon zijn en we dit alles van de achtergrond kunnen onderscheiden. De contouren van de liggende gedaante worden zichtbaar op het moment dat hij langzaam in beweging komt. Nu eens toont hij ons zijn eigen zwartgeschilderde gezicht, dan weer het masker dat hij op zijn hoofd draagt. De choreografie die hij ondertussen opvoert in het donker is niet vloeiend, maar hoekig. Geen gezapige huis-tuin-of-keukengod, maar eentje die als een opgejaagde wolf aan zijn schepping begint.

De oorspronkelijke tekst van Verhelst is ondertussen leesbaar op de achterwand van het gitzwarte theater. God zelf spreekt vooral Engels via een voice-over die als een bezwerende mantra door de zaal rolt. Af en toe verschijnt in de linkerhoek iets wat op een gigantische zoutlamp lijkt. Zolang er hoop is, is er eenzaamheid. Of was het omgekeerd?

Zoals wel vaker bij Verhelst zitten woord en beeld elkaar op de hielen. Er is een hoge mate aan lichamelijkheid die rechtstreeks op ons bewustzijn inwerkt, en een verlangen om dat in woorden te vatten. De voorstelling speelt zich af in de leegte tussen taal en lichaam.

Het resultaat is een cryptische tekst die in haar eigen staart bijt, maar veel tijd om daarover na te denken is er niet. Het is de manier waarop hij gebracht wordt die de aandacht vasthoudt. De dierlijke bewegingen van Van Boven in combinatie met live trombonespel van Roel Smedts zorgen ervoor dat een onbehaaglijk gevoel op de toeschouwer overslaat.

Het is geen theater zoals te verwachten en te voorzien was, maar het werkt wel. Wanneer ook de boventiteling ten slotte aan een sneltempo voorbijraast, weten we dat het einde nabij is. Of het begin? Kortom, de God van Peter Verhelst die op de deleteknop drukt en zegt: Vergeet alles wat er is gezegd.

Foto’s: Kurt Van der Elst
E-mailadres Afdrukken