Banner

Cie Cecilia & De Werf

Sœur Sourire

Brecht Hermans - 08 juni 2007

Het leven als zingende non kan niet gemakkelijk zijn. In 1985 plegen Jeanine Deckers, alias Sœur Sourire, en haar lesbische vriendin zelfmoord. Marijke Pinoy vertrok van de trieste biografie van Deckers en maakte er haar eigen verhaal van.

Sœur Sourire is hot. Als alles goed gaat, begint Stijn Coninx in 2008 met de verfilming. Maar eerst is er de theaterversie. Marijke Pinoy speelt echter niet de rol van Jeanine Deckers maar van Jeanine Van den Bulcke, Sœur Sourire-fan van het eerste uur. Zij ziet zichzelf weerspiegeld in het levenslot van haar idool, en besluit de missie van de uitgetreden zuster voort te zetten. Met de twee vluchtelingen Dominique en Donatienne die zij in huis genomen heeft, start zij een band die de protestliederen avant-la-lettre van Sœur Sourire nieuw leven in moet blazen. Bovenal echter gaat Sœur Sourire over een krampachtige strijd tegen de eenzaamheid. Alles wat Jeanine wenst, is dat iemand haar graag ziet.

Pinoy is een theaterbeest. Als een pitbull bijt zij zich vast in een rol, en ze laat niet los tot ze het hele publiek bij zijn nekvel heeft. Voor de derde keer regisseert zij zelf, en dat doet ze met een even grote passie. Ze graaft diep in de pijn van Jeanine Deckers en haalt de universele laag naar boven: de angst voor de eenzaamheid, de verstikkende kracht van de liefde en het oermenselijke verlangen om aangeraakt te worden. Zij durft het daarbij aan om zichzelf volledig bloot te geven op het podium. De pijn komt van diep. Zonder ooit sentimenteel te worden en met de nodige humor — een zingende non is en blijft een farce — maakt ze de toeschouwer deelgenoot van haar getormenteerde ziel, en zo die van Sœur Sourire.

De bril, de gebloemde blouse, de opgetrokken rok. Pinoy ziet eruit alsof ze recht uit de jaren tachtig is gestapt. Maar tegelijkertijd is de voorstelling ontzettend hedendaags. In Sœur Sourire worden de zwarte gaten in ons collectief geheugen opgerakeld en afgemaakt. De kolonisatie en de intolerante houding van de kerk zijn grote thema’s uit een intussen grijs verleden, maar wanneer Pinoy tegen de Congolese actrice Cecilia Kankonda zegt "Rwanda, Congo, dat is toch allemaal Afrika hé," dan voelen we het schaamrood van deze tijd op onze wangen.

Vier sterspelers staan op scène. Naast de ijzersterke Pinoy en de minstens even krachtige verschijning van Kankonda, zien we ook nog Pinoy’s zoon Gilles Vandecaveye, die zich net als zijn moeder gedurfd in zijn blootje zet. De vierde actrice is Fabienne, de kip van het gezelschap. En dat mag u letterlijk nemen: haar aanwezigheid is ronduit komisch, maar evenzeer zet haar gekakel de pijnlijke scènes nog meer kracht bij.

Als regisseuse heeft Marijke Pinoy het er goed vanaf gebracht. Sœur Sourire voldoet aan de hoge verwachtingen die men aan een actrice van haar allooi kan stellen. Maar haar beste prestatie is misschien nog wel dat ze zich met een resem prachtmensen heeft omringd. Muziek is er van Mirko Banovic; Johan Heldenbergh en Jan Steen hielpen achter de schermen, en de geslaagde scenografie is van Timme Afschrift en Geert Vandewalle. Pinoy weet haar eigen kwaliteiten goed uit te buiten, maar eveneens knap te delegeren en zo een overtuigend resultaat neer te zetten.

Het verhaal van Sœur Sourire is er één van alle tijden. Het gaat immers niet om die ene biografie van een wereldberoemde non. Haar verhaal is er één dat iedereen aanbelangt, en daarom moet worden verteld. Marijke Pinoy bewijst dat niemand dit beter had kunnen doen dan zij.

Sœur Sourire is nog tot 16 juni te zien in Gent en Brugge. Van april tot juni 2008 gaat de voorstelling op tournee in heel Vlaanderen. Voor speeldata, zie de speellijst.

E-mailadres Afdrukken