Banner

Jheronymus Bosch verbeeldt de menselijke drift op een poëtische wijze

Katelijne Beerten - 01 november 2001

Een van de meest gekende en meest fascinerende kunstenaars uit de hele kunstgeschiedenis is ongetwijfeld Jheronymus Bosch (ca. 1450-1516). Zijn werken blijven tot de verbeelding spreken, zelfs tot 500 jaar na datum. In het Rotterdamse Museum Boymans-Van Beuningen kun je terecht voor een retrospectieve over de duivelskunstenaar, iemand die de hel gezien had.

Bij het binnentreden van het museum overvalt je een vreemd gevoel. Temidden van een reeks hedendaagse kunstwerken tref je kasten aan met boeken over Bosch. Allerminst een evidente manier om een expositie over een renaissancekunstenaar te beginnen. Op deze manier wordt het nachleben van Bosch’ schilderkunst aangetoond. Je treft er onder meer werk van de Nederlander Ton Frenken, die voor schilder- en beeldhouwwerk vertrok van de figuren van Het Laatste Oordeel. Ook Bill Viola vond inspiratie bij Bosch: diens Doornenkroning vormde het uitgangspunt voor een video-installatie aan het einde van de tentoonstelling. De video toont, net zoals het schilderij van Bosch, een rustpunt in het centrum van een storm en vormt een bron van inspiratie voor eenieder die zich in moeilijke ogenblikken moet trachten overeind te houden.

De tentoonstelling zelf heeft anders ook wel veel van een duivelswerk: zonder de belangrijkste werken van de meester een tentoonstelling maken, het lukt niet iedereen. Daarenboven is het de eerste keer dat men probeert om het oeuvre van Jheronymus Bosch in het laatmiddeleeuwse tijdskader te situeren. Buiten schilderijen en kopieën naar zijn werk tref je er kazuifels, grafiek, kledij en gebruiksvoorwerpen.

Bosch blijft voor iedereen de schilder van vreemde wezens: vissen die kunnen vliegen, mensen met dierenhoofden enzovoort. Naast een onuitputtelijk scala van monsters en duivels tref je bij Bosch vaak een uitbeelding van de menselijke zwakte. De zeven ondeugden vind je grandioos uitgebeeld op zijn drieluiken. Denk maar aan De Hooiwagen, Het Laatste Oordeel en De Tuin der Lusten.

De populariteit van Bosch kun je afleiden uit het naleven van zijn kunst. Tot diep in de zestiende eeuw vind je in de grafiek en in de schilderkunst elementen van Bosch’ werk. Bosch mag dan wel het genie uit de late vijftiende en het begin van de zestiende eeuw genoemd worden, maar waar haalde hij zelf de mosterd vandaan? Het antwoord op deze vraag komt ook aan bod op de tentoonstelling en is misschien wel de reden om eens naar Rotterdam te gaan. Gewone gebruiksvoorwerpen (kacheltegels, messenheften) en kledingstukken tonen aspecten van de kunst van Bosch. Ook in goedkope volkssieraden zoals pelgrimsinsignes en sierspelden vond Jheronymus inspiratie. Het waren kleine geschenkjes die in de Nederlanden enorm populair en dus ook wijd verspreid waren. De seksuele, volkse fantasieën kregen de vrije loop. Hoewel deze volkse sieraden aan duidelijkheid niets te wensen over laten, was Bosch nooit zo expliciet in zijn schilderijen. Op een poëtische wijze bracht hij de menselijke drift tot uiting.

Het opzet van de tentoonstelling in Boymans-Van Beuningen lijkt wel geslaagd: het oeuvre van Jheronymus Bosch uit de verzameling van het museum in een groter geheel plaatsen aan de hand van voorgangers, tijdgenoten (en het duiden van het artistieke klimaat in ’s Hertogenbosch ten tijde van de meester zelf) en navolgers is in ieder geval geslaagd.

Meer informatie over de tentoonstelling vind je op www.rotterdam2001.nl

E-mailadres Afdrukken