Banner

CONTOUR 7

Biënnale voor Bewegend Beeld - Verschillende locaties in Mechelen

8.0
 - 16 oktober 2015

Exact vijfhonderd jaar geleden streek de humanistische denker Thomas More neer in Vlaanderen. Tijdens dit verblijf in de zomer van 1515, waarbij hij ook Mechelen bezocht, schreef More het grootste deel van zijn boek “Utopia”. Niemand die toen kon vermoeden dat dit boek zou uitgroeien tot een wereldwijde referentie op het vlak van vooruitgangsdenken. Contour zet de vijfhonderdste verjaardag van het boek in de kijker en wijdt de zevende editie van de Biënnale voor Bewegend Beeld aan More en zijn notie van de utopie.

Hoewel het begrip ‘utopie’ een veelvoorkomend en populair thema binnen de artistieke en curatoriële praktijk vormt, wordt maar zelden de persoon die het begrip in het leven riep vernoemd. Deze verbinding wordt in ere hersteld: More’s verblijf in Mechelen is een belangrijke passage uit het historische stadsverleden en vormt samen met de verjaardag van zijn bekendste publicatie het vertrekpunt van deze expo. Daarnaast is de kritiek die Thomas More vijf eeuwen geleden in dit werk neerpende actueler dan ooit. In “Utopia” zet hij een visionair beeld uit over een fictief eiland dat dienst doet als spiegel om de maatschappij van zijn tijd in vraag te stellen en uit te dagen. Curator Nicolas Setari erkent de nood aan een nieuw denkkader: hij bouwt verder op More’s concept en schotelt de bezoekers een eigentijdse en relevante invulling voor.

Contour 7 brengt het werk van eenentwintig kunstenaars samen binnen twee inhoudelijke luiken: “Monsters, Martelaren & Media” en “Fooling Utopia”. Het eerste luik vertrekt vanuit de spanning tussen monsters en martelaren, en linkt dit aan het menselijke traject dat More aflegde. De ambiguïteit van het martelaarschap wordt toegespitst op het verleden en het heden. Het oplossen van het onderscheid tussen leven geven en leven wegnemen, blijkt iets van alle tijden en is een gegeven waarmee de huidige massamedia ons dagelijks confronteert. Juist deze wisselwerking vormt het centrale punt binnen dit luik van de tentoonstelling. Ook de dystopische dimensie van de stad komt aan bod; Setari graaft in de legendes en volksverhalen van Mechelen en legt de recentere oorlogsgeschiedenis van de stad bloot. Het motto “Fooling Utopia” is geïnspireerd door More’s ‘Utopia’ en ‘Lof der Zotheid’ (1511) van Desiderius Erasmus. Beide auteurs bekritiseerden op een scherpe en dubbelzinnige wijze de toenmalige werkelijkheid. De ironische ondertoon die hun schrijfstijl kenmerkt, is mede verantwoordelijk voor de sterkte van beide publicaties. Het is een doeltreffende werkwijze die ook de oeuvres van de geselecteerde kunstenaars kenmerkt.

De kunstwerken worden getoond op vijf welgekozen locaties, namelijk het Cultuurcentrum, de Vlietenkelder, het Hof van Busleyden, de Dossinkazerne en De Noker. Zowel letterlijk als inhoudelijk vormen ze een passend decor voor de werken van de Biënnale en versterken ze de intensiteit ervan.

Het zestiende-eeuwse Hof van Busleyden, de oorspronkelijke paleiswoning van Hiëronymus van Busleyden, waar Thomas More vijf eeuwen geleden verbleef, vormt de meest centrale en drukst beladen locatie van de tentoonstelling. Op de eerste verdieping neemt het kunstenaarscollectief Slavs & Tatars twee ruimtes in. Het werk “Lektor (Speculum Linguarum)” vult de verst gelegen ruimte met Oosterse tapijten waarop luidsprekerboxen in de vorm van houders van het Heilige Boek (rahle) geïnstalleerd zijn. De boxen spelen op een verschillend tempo fragmenten uit het elfde-eeuwse handboek ‘Kutadgu Bilig (Wisdom of Royal Glory)’, behorend tot het literatuurgenre ‘Mirrors for princess’, af. Het doel van deze wijsheden was het adviseren van toekomstige leiders over de kracht en de valkuilen van de spraak en deze heersers de weg naar een volmaakte samenleving te wijzen. Het collectief herkent een link tussen deze teksten en het moderne zelfhulphandboek en bevraagt op een doordachte manier de hedendaagse relevantie van dit middeleeuws politiek schrijven. In de ondergrondse tentoonstellingsruimte trekt vooral het nieuwe videowerk, “everyday words disappear”, van Johan Grimonprez de aandacht. Centraal staat een gesprek met de Amerikaanse filosoof Michael Hardt waarbij “het concept van de liefde” op een politiek-filosofische manier benadert wordt. Extracten van dit interview worden afgewisseld met stills uit de dystopische film “Alphaville” van Jean-Luc Godard over een wereld waaruit elke vorm van liefde verbannen is. Interessant is hoe Grimonprez de rol van kunst herdenkt bij de totstandkoming van mogelijke narratieve structuren omtrent sociale organisatie en samenhorigheid.

Naar aanleiding van de Biënnale zijn uitzonderlijk twee van de drie ondergrondse gangen van De Vlietenkelder voor de bezoeker opengesteld. Dit zestiende-eeuwse overdekt stadskanaaltje, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog dienstdeed als schuilkelder, maakt plaats voor het werk van Michael Fliri en Rabih Mroué. De eerste gang is gereserveerd voor “I Pray I’m A False Prophet” van de Italiaanse kunstenaar Fliri. Het werk verbeeldt de tegenstrijdige uitspraak van More, “I pray to God I’m a false prophet”, die gefolterd en onthoofd als martelaar eindigde. De video combineert het paradoxale karakter van het martelaarschap met de transformatieve kracht van maskers en vermomming. De smalle, bijna benauwende, gangen van De Vlietenkelder zijn de perfecte locatie voor de beklijvende film van deze kunstenaar. Rabih Mroué toont vier videowerken die afrekenen met de mistroostige geschiedenis van zijn thuisland Libanon. Hij gaat aan de slag met thema’s als (de constructie van) geschiedschrijving, herinnering, identiteit en documenteert de persoonlijke worsteling die hij ervaart bij de bevraging van dergelijke complexe structuren. De Vlietenkelder vormt inhoudelijk, gezien zijn functie tijdens de Wereldoorlog, een passende ruimte voor Mroué’s werk; toch werkt het beklemmende gevoel van de kelders in dit geval averechts en verdienen de werken letterlijk meer ademruimte.

In het Cultuurcentrum vallen, esthetisch en visueel gezien, vooral de zaalinnemende installaties van Andrea Büttner, Javier Téllez en Gilad Ratman op. Ratman verbaast met ‘Swarm’, een installatie bestaande uit verschillende projectieschermen en attributen in piepschuim die de gehele ruimte omvangen. De klinische sfeer die deze ruimte uitstraalt, herhaalt zich op de schermen: groepen drones vliegen langs witte muren van piepschuim. De zoemende geluiden versterken het bevreemdende decor. De combinatie van het ongerepte en het kunstmatige maken van deze installatie een vertrouwde maar toch enigszins buitenaardse entiteit, waar de bezoeker ongemakkelijk maar graag deel van uitmaakt.

De dialoog tussen de geselecteerde werken, de locaties en het tentoonstellingsconcept maken van de zevende Biënnale voor Bewegend Beeld een coherent en dynamisch geheel. De twee theoretische luiken, “Monsters, Martelaren & Media” en “Fooling Utopia”, vormen de rode draad doorheen de tentoonstelling, maar zelden wordt Setari’s insteek opgedrongen of krampachtig nagestreefd. Eerder biedt de conceptuele uitwerking van More’s persoonlijke en professionele traject een origineel denkkader, waardoor de bezoeker een speelse hervorming van onze toekomstperspectieven mogelijk acht.

Contour 7. Biënnale voor Bewegend Beeld loopt nog tot 8 november 2015 op verschillende locaties in Mechelen.

E-mailadres Afdrukken