Banner

Cédric Gerbehaye. D’entre eux

FoMu, Antwerpen

5.0
Tamara Beheydt - 28 augustus 2015

De Belgische fotograaf Cédric Gerbehaye werd reeds geroemd om zijn documentaire reeksen in Congo en Zuid-Soedan. Met zijn nieuwste werken keert hij terug naar zijn thuisland. In D’entre eux gaat hij op zoek naar Belgische beelden.

Wat onmiddellijk opvalt in de expositieruimte is de totale afwezigheid van kleur. Gerbehaye werkt bijna uitsluitend in zwart-wit. Alle foto’s beantwoorden aan een esthetische standaard, die echter van weinig artistieke originaliteit getuigt. Wat wel origineel is, zijn de gekozen onderwerpen. Gerbehaye documenteert verschillende aspecten van het Belgische (dorps)leven. Het gaat voornamelijk om beelden van uitzonderlijke situaties in een volkse context, waarbij de kunstenaar inzoomt op personen, en de context naar de achtergrond verdringt.

De titels zijn onmisbaar voor de werken van Cédric Gerbehaye. In “Dour” toont hij een close-up van een ongeschoren jongeman met ontbloot bovenlijf. Zijn gezichtsuitdrukking suggereert dronkenschap. Enkel de titel maakt duidelijk dat de man zich op een festival bevindt, en verklaart zo zijn zichtbaar bedwelmde toestand. Andere titels vertellen zelfs een heel verhaal. Bij een portret van een man staat “Arthur verliet Polen om zich in Brussel te vestigen. De hoofdstad van Europa was voor hem een El Dorado. Hij is nu dakloos.” Dit is niet zomaar een duiding van de foto. De kunstenaar wil meer. Hij wil dat het publiek zich vragen stelt; over de geschiedenis van deze man, en over de geopolitieke context die deze tragedie mogelijk maakte. Allicht wil hij zelfs medelijden opwekken.

Gerbehayes sterkte is tegelijk zijn zwakte. Zijn personages zijn vaak dronken of aan het huilen; toestanden waarin je liever niet gefotografeerd wordt. Om deze foto’s te kunnen maken, heeft Gerbehaye het vertrouwen van de geportretteerde mensen moeten winnen. Hierin is hij dus meer documentairemaker dan kunstenaar. Dankzij dit vertrouwen weet hij emoties op een aangrijpende manier te vatten. “Kerstmis” toont een huilende oude man en ook zijn portretten van vrouwelijke gedetineerden in de gevangenis van Vorst getuigen van persoonlijke tragiek. De keerzijde van deze zoektocht naar individuele emotie is het tamelijk negatieve beeld dat Gerbehaye van de geportretteerden ophangt. Net door de tragiek van zijn beelden lijkt hij een ‘marginale’ status te benadrukken. Zowel de portretten van Dour als van de vrouwelijke gevangenen wekken meer medelijden dan esthetische interesse. Ze tonen situaties en mensen die zich op de rand van de maatschappij bevinden. Inzoomen op de gelaatsuitdrukkingen en emoties van deze mensen is een fout, omdat net de context het beeld zou kunnen nuanceren. Wanneer iemand in een betekenisvolle plaats afgebeeld wordt, vertellen de ruimte en objecten iets over die persoon. In de plaats daarvan reduceert de fotograaf zijn modellen tot toonbeelden van pathetiek.

Naast portretten brengt Gerbehaye Belgische ceremonies en feestelijkheden in beeld. In de tentoonstelling hangen verschillende foto’s van de processie van boetelingen in Lessines. Geen portretten ditmaal, maar eerder sfeerbeelden. Eén foto zoomt in op de drummer, een andere toont in mantels gehulde figuren met toortsen die in een stoet door de straat lopen. Gelijkaardige beelden documenteren de IJzerbedevaart, het carnaval van Binche en het feest van Sainte Rolende in Gerpinnes. Diverse foto’s van hetzelfde evenement hangen overigens niet bij elkaar, maar zijn zorgvuldig over de tentoonstellingsruimte verspreid. Deze strategie suggereert dat Gerbehaye probeert ietwat afstand te nemen van zijn positie als documentaire fotograaf. Het gaat in deze expo niet om het documenteren van bepaalde evenementen of sites, maar om de (esthetische) waarde van het beeld zelf.

In 2008 won Gerbehaye de World Press Photo Award voor zijn reeks “Congo in Limbo”. Ook in D’entre eux lijkt hij eerder een documentaire dan een artistieke fotograaf. Het beste bewijs hiervoor is dat de beelden zonder de duiding van de titels er niet in slagen een verhaal te vertellen. Gerbehaye is op zoek naar het persoonlijke, dagelijkse en emotionele in het leven van de gewone Belg, maar zelfs zijn foto’s van de ArcelorMittal-fabriek in Seraing, wellicht de meest artistieke van de expo, vervallen in het anekdotische, het pathetische en het karikaturale.

Cédric Gerbehaye. D’entre eux loopt nog tot 22 oktober 2015 in FoMu, Antwerpen

E-mailadres Afdrukken