Banner

Christian Boltanski “La Salle des Pendus”

MAC’s, Hornu

8.0
 - 08 mei 2015

De prachtig gerestaureerde ruimtes van de site Grand Hornu lenen zich bijzonder goed voor het tonen van Christian Boltanski’s duistere, bezwerende werk. In de diepten van de oude steenkoolmijn worden we geconfronteerd met de donkerste kanten van de mens, in een tentoonstelling die het etiket ‘art total’ meer dan waard is.

De site van Grand Hornu (onderdeel van de gekende Borinage-regio) is sinds 2002 deels omgetoverd tot MAC’s, Musée des Arts Contemporains de Wallonie et Bruxelles. Het is niet de eerste keer dat een grote naam als Boltanski aan bod komt. Recent passeerden ook al Tony Oursler en Bernd Lohaus de revue. Boltanski heeft de gewoonte zijn bestaande oeuvre aan te passen aan de locatie van de tentoonstelling. Dit is in MAC’s meer dan ooit een toepasselijke methode.

In de eerste ruimte wordt een hele muur ingenomen door gestapelde geroeste koekjesdozen. Deze dozen dragen elk de naam van een mijnwerker of een gezinslid van een mijnwerker die in Grand Hornu werkte. De site krijgt hiermee niet alleen haar verleden terug, maar ook haar gezicht(en). Het gezicht is een belangrijk aspect van Boltanski’s oeuvre. “Les Miroirs Noirs” bestaat uit een groep zwart-witte foto’s van gezichten. De beelden zijn zo geabstraheerd dat ze nog wel specifieke kenmerken vertonen zoals flaporen, maar de individuen niet meer herkenbaar zijn. Een andere zaal is volledig gevuld met enorme ogen, geprint op grote doeken. Dit werk is zeer filmisch: de bezoeker moet zich als het ware een weg banen tussen kwellende geesten van het verleden. De ruimte wordt al snel overbevolkt met deze confronterende blikken, en voelt claustrofobisch aan.

Soms valt het gezicht ook op door haar afwezigheid: anonimiteit binnen het kapitalistische systeem is één van de rode draden doorheen de tentoonstelling. Boltanski geeft dit verlies van menselijkheid vorm door middel van kleding. Hij werk meer bepaald veel met jassen. “La Salle des Pendus” is de kernzaal van deze expo. Hier hangen een groot aantal zwarte mantels op aan een automatisch katrolsysteem, waardoor ze zich mechanisch door de ruimte bewegen. Opnieuw is de idee van geesten aan de orde. Dit werk is uiterst confronterend en duister. De mantels zijn allemaal uniek, maar evoceren hier de uniformiteit van een leger. De machinale geluiden van het katrolsysteem, in combinatie met de geschiedenis van het gebouw als oude steenkoolmijn, herinneren aan de donkerste aspecten van de kapitalistische industrie. De arbeiders die hier gerepresenteerd worden, hebben bovendien geen gezicht. In de diepten van de steenkoolmijn worden ze ontdaan van hun menselijkheid en vormen ze één geheel; een machine.

Dit concept wordt omgekeerd in “Coeur”. Deze installatie bevindt zich op het laagste punt in het gebouw, en letterlijk op het midden van de route doorheen de expo. De installatie laat een menselijke hartslag horen, terwijl een gloeilamp in het centrum van de ruimte oplicht op het ritme. De muren zijn bekleed met kaders, die bij nader inzien geen foto’s blijken te bevatten, maar slechts zwarte vlakken. In dit donkere hol worden we geconfronteerd met onze eigen fundamentele angst voor de dood en de vergetelheid. Er is echter een hoopvol gevolg: bezoekers kunnen hun hartslag laten opnemen en zo deelnemen aan “Les Archives du Coeur”. De tienduizenden opnames van hartslagen worden verzameld in een bunker op het Japanse eiland Teshima en de bezoeker krijgt een cd’tje als uniek aandenken.

De hartslagen weergalmen tot in “La Salle des Pendus” en de zalen daarachter. De laatste ruimte is gevuld met een berg kleren die tot het plafond reikt. De berg evoceert twee dingen: de foto’s van Joodse lichamen buiten de gaskamers van Auschwitz en de terrils van de steenkoolmijn. De klinische witte muren van de ruimte versterken nog de horror van deze duistere stapel overblijfselen van de menselijkheid. In de gang die naar het einde van de expo leidt hangt nog één laatste kunstwerk: een neonlicht dat het woord “après” vormt. Wat is er “après”? Wat komt er na deze gruwelijke anonieme dood? Het is de grootste vraag in de geschiedenis van de mensheid en het feit dat we het antwoord niet kennen, boezemt ons angst in. Gelukkig leidt de uitgangsdeur naar het prachtige zonovergoten park van Grand Hornu, een oase van natuur, stilte en – in dit geval – hoop.

Christian Boltanski’s oeuvre is intens filosofisch: zelden heeft kunst zo accuraat fundamentele menselijke vragen blootgelegd. Boltanski suggereert dat onze huidige maatschappij, gefundeerd op machinale arbeid en gericht op product en winst, een vergaande ontmenselijking tot gevolg heeft. Hoe we ons hiertegen kunnen wapenen zegt hij niet, maar de confrontatie met deze harde werkelijkheid stemt alvast tot nadenken.

Christian Boltanski “La Salle des Pendus” loopt nog tot 16 augustus 2015 in MAC’s, Hornu.

Deze expo is onderdeel van Mons 2015 (Mons als culturele hoofdstad van Europa).

E-mailadres Afdrukken