Banner

Donkere kamers. Over melancholie en depressie

Museum Dr. Guislain, Gent

 - 12 februari 2015

“We moeten leren weer een beetje ongelukkig te zijn,” verzucht psychiater Dirk De Wachter al een tijdje. Dat donkere bladzijden wel degelijk inherent zijn aan de menselijke psyche durft het museum Dr. Guislain te ventileren in Donkere kamers. Over melancholie en depressie, een expo die een ietwat vreemde narratief over de somberste gedachtegangen brengt.

De ouverture van de expositie blijkt een schot in de roos. Het inleidende betoog verklaart hoe de tentoonstelling inspeelt op het spook van de depressie dat onze Westerse samenleving in haar greep houdt en zoekt diens tegenhanger in de melancholie; een gemoedstoestand die op veel bijstand en zelfs bewondering kon rekenen in tijden van Goethe tot Rimbaud. In Domenico Feti’s grote olieverfschilderij ‘Melancholie I’ uit 1620 heeft de vrouw -- allegorie van de neerslachtigheid -- enkel oog voor de schedel, de ‘memento mori’. Haar pose weerspiegelt Albrecht Dürers befaamde, maar kleinere werk ‘Melancholia I’ uit 1514. De ets hangt aan de overkant van de zaal te pronken en is nog puurder in haar zwartgalligheid. Het slimme pingpongspel van kunstwerken wordt voltooid in de minuscule tekening van Rinus Vermeersch uit 2012, waarin een vogelachtig wezen dat, compleet ontdaan van enig attribuut, uiteindelijk volledig op zichzelf is teruggewezen. Alle hoop ontbreekt in dit sluitstuk van een sterke trilogie.

Maar na dat succes stuikt het kaartenhuisje Donkere kamers snel in elkaar. Werken als een treurend Christusbeeld of diens ‘Mater Dolorosa’ staan prompt verloren in de expositie. Wilhelm Sasnals schilderijen van bands als Sonic Youth of Einstürzende Neubauten zijn -- zelfs ondanks de vage link naar de duistere klanken van de jaren tachtig en negentig -- technisch veel te mak. De curatoren verloren, al dan niet bewust, het roer over hun expositie en laten de toeschouwers dobberen van kunstwerk naar kunstwerk, zonder rode draad of houvast, werken waarvan de noodzakelijkheid in deze tentoonstelling ver zoek is.

Gelukkig biedt de expo toch enkele prachtige reddingsboeien als ‘Irène scene’ uit de serie ‘Grief’ van Erwin Olaf uit 2007. Zoals in de opening van de expo figureert een zittende vrouw hier als boegbeeld van depressie, maar alle heldhaftigheid is voltooid verleden tijd. Al in 1963 -- de fotoserie handelt over de moord op president Kennedy -- wordt treurnis taboe in een op geluk geënte samenleving, maar hoelang is dat houdbaar? De foto is dan ook een toonbeeld van ingehouden emotie, en de toeschouwer wacht gespannen op een haast maniakale uitbarsting van verdriet. De gebrokenheid na die storm doemt duidelijk op in Johannes Kahrs olieverfschilderij van een man met de handen in het haar; zijn dure horloge en de trouwring aan zijn vinger bieden geen soelaas. Dan pas valt het op hoe in de expositie vaak een culturele, rijke en elitaire bovenlaag van de samenleving wordt afgebeeld als ten onder gaande aan melancholie en depressie. Of die veronderstelling inderdaad klopt, vinden we helaas niet terug in de nochtans door informatiebordjes overladen expo.

Ook aan de verschillende onderdelen schort veel. Thema’s als de nacht of de natuur zijn op zich legitiem, maar rijgen soms de clichés aan elkaar. Niet dat het nachtelijk tafereel van Léon Spilliaert of de strakke lijnen van Lee Ranaldo’s ‘autostradeschetsen’ falen om de desolaatheid te verbeelden, de anonimiteit van een moderne samenleving te evoqueren of een allesoverheersende tristesse te tonen, maar nergens klopt het geheel. Vele werken hebben een sterke, intrinsieke kwaliteit, maar artistieke aura’s -- om het met Walter Benjamin te zeggen -- kunnen ook botsen en dat is meestal toch uit den boze op een thematische tentoonstelling als deze. De wanorde en de overdaad doen hier het eigen potentieel de das om in het museum Dr. Guislain, waarvan we nochtans meer gewoon zijn. Het hoogtepunt van Donkere kamers dateert van 2003 en is getiteld “Descent”, waarin kunstenaars Jason & Carlos Sanchez magnifiek een meisje afbeelden, zinkend in een blauwste water. Het werk staat zo jammerlijk symbool voor een expo die het hoofd toch net niet boven water kan houden.

Donkere kamers. Over Melancholie en Depressieloopt nog tot 31 mei 2015 in het Museum Dr. Guislain in Gent.

E-mailadres Afdrukken