Banner

Tardi en de Grote Oorlog

BOZAR, Brussel

8.5
Dagmar Dirckx - 23 oktober 2014

Brussel stripstad? Jazeker! En dus haalde de Brusselse BOZAR de originele stripplaten van striptekenaar Jacques Tardi in huis om de Grote Oorlog te herdenken. In een innig verbond tussen tekening en trauma blijkt dat Tardi en de Grote Oorlog moeiteloos in het rijtje van de betere exposities rond de Eerste Wereldoorlog past.

De tentoonstelling start met de waarschuwing dat sommige beelden wel erg gruwelijk en confronterend kunnen zijn. Gevoelige kijkers die bij dit bord nog lichtjes lachen – komaan, hoe griezelig kunnen die stripfiguurtjes nu zijn? – komen twee meter voorbij de verwittiging bedrogen uit. De lijnvoering van de Fransman Tardi is vlijmscherp en de beelden van de modderige loopgraven, de lugubere gasmaskers of de aan flarden geschoten soldaten blijven lang op het netvlies gebrand.

Het stripverhaal dat wordt getoond over de hele expo in zijn originele platen draagt dan ook niet voor niets de titel ‘De Grote Slachting’. Elke zaal toont één hoofdstuk uit het stripboek, dat telkens één jaar uit de Eerste Wereldoorlog beschrijft. In 1915 valt er hier en daar nog wel wat te lachen, bijvoorbeeld door de Britse officieren die de uniformen van de Franse soldaten zo belachelijk ouderwets vinden. Maar het gelach in de tekeningen sterft al gauw uit en in hoofdstuk 1917 – met zijn vele verminkte soldaten en eeuwige slachtvelden – is de sfeer ronduit grimmig. De virtuositeit van Tardi komt hier vooral naar voor in het beheersen van techniek: rook van een ontplofte granaat legt de tekenaar vast in waterverf, de vage contouren van een naderende soldaat verschijnen dan weer in lichte inkt.

Wie vorm en inhoud zo sterk op elkaar kan afstemmen, bereikt meestal ook een betere overdracht van de narratief. De curatoren vertellen weliswaar in elke zaal zelf kort iets over de inhoud van het hoofdstuk en over de werkwijze van de kunstenaar, maar laten toch vooral de schetsen zelf spreken en vermijden zo slim een overdosis aan woorden. Want niet alleen de beelden van Tardi zijn snedig, ook de begeleidende tekst deelt rake klappen uit. De vertellende soldaat laat op cynische toon de vaderlandsliefde, de eindeloosheid en de hypocrisie van de grote slachting opdraven als factoren die een doorn in het oog van de frontvechters waren. Enig nadeel is dat de originele stripplaten uiteraard enkel voorzien zijn van de Franse tekst; de bezoeker die niet bepaald die andere officiële landstaal onder de knie heeft, kan dus waarschijnlijk enkel op de prachtige tekeningen teren.

Hier en daar permitteert de opbouw van de expo een klein uitstapje. Zo beschrijft het onderdeel “Bloedige Naweeën” een project uit 2009 van tien liederen over de gebeurtenissen van 1914-1918, waarbij Tardi telkens één plaat tekende. De stijl van de illustraties vermijdt de macaberheid van de andere stripverhalen en je voelt dat de tekenaar nood had een andere, misschien zelfs ludieke stijl te hanteren. Helemaal aan het einde van de tentoonstelling worden ook nog enkele platen uit het stripverhaal “Loopgravenoorlog” tevoorschijn getoverd. Hoewel ook dit een zeer beklemmend werk uit het oeuvre van Tardi betreft, lijkt het in de expo niet meer dan een onbelangrijk aanhangsel. Dit is dan ook een klein minpuntje in een voor de rest onberispelijke tentoonstelling.

Wat valt na zoveel bewieroking dan te concluderen over <î>Tardi en de Grote Oorlog? Misschien functioneert het laatste infobord toch als de beste eindnoot. Het bevat enkele confronterende cijfers van de Grote Oorlog; gaande van gigantische aantallen gesneuvelde soldaten tot miljoenen weduwen en weeskinderen. Een harde realiteit die eens te meer doet beseffen dat de tekeningen van Tardi de fictie links laten liggen. Het emotionele relaas dat Tardi vereeuwigde in gitzwarte inkt heeft geen extra foto-, video- of geluidsfragment nodig, want het is de stilte onder de toeschouwers die boekdelen spreekt.

Tardi en de Grote Oorlog loopt nog tot 23 november 2014 in de BOZAR, Brussel

E-mailadres Afdrukken