Banner

Constantin Meunier

KMSKB, Brussel

5.0
Tamara Beheydt - 17 oktober 2014

Constantin Meunier is één van die kunstenaars die bijna nooit in de vergetelheid raakte, maar toch dateerde de laatste retrospectieve tentoonstelling van zijn werk van 1909. De expo in KMSKB wordt sterk gepromoot, maar wie een vernieuwende kijk op Meuniers werk verwacht, is er wel aan voor de moeite.

De tentoonstelling begint op de saaist mogelijke manier: met een traditionele tijdlijn van Meuniers leven en werk. Een nuttig, maar verre van noodzakelijk element, dat helaas de toon zet voor de hele retrospectieve. Meuniers vroege academische schetsen tonen aan dat hij al op jonge leeftijd een brede anatomische kennis had, die hij op indrukwekkende wijze in potloodtekeningen wist om te zetten. In het begin van zijn carrière verkiest Meunier het schilderkunstig medium boven de sculptuur. In zijn vroegste schilderkunst lijkt hij zoekende. Zijn werken hebben thema’s die traditioneel commercieel succesvol zijn, zoals religie en de bourgeoisie, uitgevoerd in een eenvoudige, lineaire stijl. Kenmerkend zijn de grote kleurvlakken waarmee Meunier in deze periode werkt. Bovendien geeft hij op werken als “De weesmeisjes” zijn personages allemaal hetzelfde uitdrukkingsloze gezicht, terwijl uit de schetsen blijkt dat hij zeker het nodige talent had om expressie te tonen. Op “Bedevaart op Paasmaandag”, een tekening uit dezelfde periode, zijn zelfs verschillende tronies te zien, maar het is pas later, en vooral in de beeldhouwkunst dat Meunier zich zal ontwikkelen tot meester van de individuele expressie.

Naarmate de tijd vordert, zijn in Meuniers werken steeds meer kenmerken zichtbaar die elementen worden van zijn latere, wereldberoemde en alom geprezen stukken. In de periode 1857-‘75 verbleef Meunier regelmatig in de abdij van Westmalle en documenteerde hij het leven en werk van de trappistenbroeders. In een werk als “Ploegende monniken” komen duidelijk de typische donkerbruine tinten naar boven, die ondertussen steevast met Meunier geassocieerd worden. Omdat de monniken het land bewerkten, is deze iconografie ook een voorloper van Meuniers bekende zaaiers. Zowel in zijn latere schilderkunst als in zijn sculptuur komt de figuur van de zaaier regelmatig terug als een iconografische hoop op een betere wereld. Meuniers zaaier heeft veel weg van die van Millet, met dat grote verschil dat Meunier zijn hoofdrolspeler hier al de typische gespierde, maar verbeten gezichtsuitdrukking geeft die bij vele van zijn arbeidersportretten terugkomt.

Op het einde van de expo worden Meuniers internationaal gekende topwerken met de nodige luister geïntroduceerd. Naar deze zalen is er, ondanks het vertonen van oude en minder bekende werken, duidelijk intens toegewerkt. De zaalteksten vermelden regelmatig thema’s en motieven die later terugkomen in die meesterwerken. Jammer genoeg worden specifieke verbanden in een associatieve ordening vermeden ten voordele van een chronologische volgorde. Hierdoor ontbreekt een rode draad in de tentoonstelling. De bezoeker kan onmogelijk een visueel verband leggen tussen “De bewening”, een schilderij in de eerste zaal, en “Het grauwvuur”, de sculptuur waarin een moeder haar in een mijnramp omgekomen zoon beweent. In de laatste zaal staan vitrines met compleet uiteenlopende werkjes, die niet meer passen in een afgelijnde thematiek. Na de andere chronologisch en thematisch strak geordende zalen, komt dit wel heel erg slordig over.

Constantin Meunier is één van die zeldzame Belgische kunstenaars uit de negentiende eeuw die vandaag nog steeds relevant kan zijn. Zijn humane en expressieve behandeling van arbeiders is nog brandend actueel. KMSKB neemt het woord “retrospectieve” echter wel erg letterlijk en kijkt enkel achterom, wat resulteert in een saaie chronologische opsomming van Meuniers werken, zonder enige toegevoegde waarde.

Constantin Meunier loopt nog tot 11 januari 2015 in KMSKB, Brussel.

E-mailadres Afdrukken