Banner

Larry Clark – Tulsa & Teenage Lust

Foam, Amsterdam

8.0
Guy Peters - 30 juli 2014

Voor filmmaker Larry Clark in 1995 ophef veroorzaakte met het controversiële Kids was hij al even berucht (zij het op iets minder grote schaal) als de fotograaf die de provocerende fotoboeken Tulsa (1971) en Teenage Lust (1983) losliet op een nietsvermoedende wereld. Decennia later staan de tentoongestelde foto’s nog steeds garant voor een viscerale kopstoot.

Clark (°1943) was zelf opgegroeid in Tulsa, Oklahoma, en kende er een wereld die weinig uitstaans had met die van The American Dream en schone schijn zoals die te zien was in films en advertenties. Hij was daarmee niet alleen, maar het fotowerk dat hij vanaf 1963 maakte en uiteindelijk in zijn eerste boek zou belanden, was niettemin bijzonder schokkend. Dat Clark daarbij helemaal niet op zoek moest gaan naar zijn subject, maar gewoon het milieu waar hij zelf in zat portretteerde, hielp hem daarbij.

Al in de jaren vijftig worstelde Clark zelf met een drugsverslaving, eentje die hem jarenlang in de greep zou houden en ervoor zou zorgen dat het vervolg op zijn ophefmakende debuut uiteindelijk meer dan tien jaar op zich zou laten wachten. Het motto dat aan de start van de expo op de muur staat, zegt het allemaal: “i was born in tulsa oklahoma in 1943. when i was sixteen i started shooting amphetamine. i shot with my friends everyday for three years and then left town but i've gone back through the years. once the needle goes in it never comes out. L.C.” De foto’s uit Tulsa zijn een neerslag van zijn jaren in marginale milieus van jeugdige druggebruikers en mag je gerust beschouwen als de donkere tegenhanger van de beweging van peace & love.

De lachende gezichten op de schokkend directe foto’s zijn immers die van de narcotische extase, van het manische enthousiasme, de opgefokte geilheid. De honger naar het bevrijdende shot. Die foto’s zijn vervreemdend in hun ongewassen eerlijkheid, maar tegelijkertijd zorgt de hoogst subjectieve aanpak, waarbij alle artificiële grenzen vervagen, net voor een paradoxale betrokkenheid. Je wordt er met je gezicht in gewreven. De gezaghebbende fotograaf en criticus Martin Parr sprak in een van zijn boeken over een nihilistisch voyeurisme, maar het is net het wegvallen van die objectieve redelijkheid die deze foto’s zo’n obsessief karakter geeft. Je wordt er in gezogen en deelgenoot gemaakt van de vastgelegde rituelen.

Clark laat daarbij niets achterwege, er wordt niets geromantiseerd. Je ziet jonge mensen rotzooien met spuiten terwijl revolvers achteloos op bijzettafeltjes rondslingeren, de grimassen wanneer de drugs door bloedbanen koersen, de gebruikers die knock-out gegaan zijn. Maar er zijn nog sporen van geweld en transgressie te zien: blauwe ogen en etterende zweren, met daartussen een paar haast ‘klassieke’ portretten van kerels die een James Dean-pose lijken aan te nemen. De wereld die Clark vastlegt laat echter geen restje twijfel bestaan: je krijgt een horror te zien die nog veel echter en harder is dan die van The Man With The Golden Arm of The Days Of Wine And Roses. Hier krijg je de rauwheid van Cassavetes’ Shadows, maar dan via Selby’s Last Exit To Brooklyn. Deze trein biedt een enkeltje richting hel.

Het tweede luik, Teenage Lust, verschuift de focus wat meer naar het seksuele element. Tienerromantiek, maar dan volgestouwd met bibberende lichamen in koude badkuipen. Een foto van een jonge vrouw draagt het opschrift The Girl Next Door. Clarks reputatie kennende ga je je meteen afvragen wat dat buurmeisje al gezien heeft. Of een koppel op een bed: zij vastgebonden, terwijl hij met een stijve penis en een revolver over haar heen buigt. Het onderschrift: Brother & sister, 1973. Er vallen ook beelden te zien van jongerenklieken die in een lichaamscultus de redding gevonden hebben, maar ook dan is het geen naïeve hippie-indruk, maar opnieuw die keerzijde, met een schijn van pseudorevolutionaire zelfverzekerdheid. Een vlezige lul wordt uit een gulp gehaald. De eigenaar ervan kijkt met een uitdagende “Wat moet je?”-blik in de camera. Of ze doen het terwijl een vinger nog in een vagina zit. Een foto van een tiener die net zijn eerste blowjob van een hoer krijgt.

Bijzonder geslaagd zijn ook de latere foto’s van de mannelijke hoertjes die Clark maakte rond Times Square in New York. Het zijn beelden die ook bij Dee Dee Ramone’s “53rd & 3rd” horen: “53rd and 3rd / You're the one they never pick / 53rd and 3rd / Don't it make you feel sick?” Als uitsmijter krijg je ook nog een stille 16mm-film te zien (ook Tulsa genaamd) van een goed uur die Clark maakte in 1968. Zelfs zonder geluid is het duidelijk dat dit uit het leven gegrepen is dat Clark het beste kende: dat van een morele leegte die hij genadeloos openhartig in beeld bracht, soms met een overduidelijk symboliek (het combineren van geweren met de stars & stripes), meestal met beelden die voor zich spreken en een paar generaties later later nog altijd zorgen voor ongemakkelijke slikmomenten.

De expo loopt nog tot 12 september. Meer info en tickets via de website van Foam.

E-mailadres Afdrukken