Banner

Mekhitar Garabedian

Happy when it rains

Tom Viaene - 19 mei 2006

Aan de hand van foto-installaties en video- en geluidswerken waarin de kunstenaar vaak zelf al dan niet rechtstreeks figureert, dompelt Mekhitar Garabedian de bezoeker onder in politiek heikele thema’s zoals migratie en de diaspora van minderheden. Niet alleen vormen de moraalfilosofische ’schetsgedachten’ betreffende de rol van het geheugen, de geschiedenis en de taal in dat verband geslaagde uitstapjes, de bezoeker wandelt door een integere en goed gedoseerde tentoonstelling.

Integriteit staat de revolterende uitwerking van Happy when it rains geenszins in de weg. Het is niet zo dat de bezoeker gezalfd of gepaaid wordt, maar het is evenmin zo dat hem of haar iets ten laste wordt gelegd, toch niet rechtstreeks. Misschien doen we niet genoeg ons best om de vreemden ’onder ons’ een thuisgevoel te geven, toch is dat niet onmiddellijk de invalshoek van waaruit deze tentoonstelling vertrekt. Pogingen tot assimilatie of volledige integratie ’kunnen’ ook het vertrekpunt niet zijn (laat staan het doel), want de ’breuk’ (met de taal, geschiedenis en het milieu van de traditie waaruit je stamt) die voortkomt uit het migratieproces is in wezen niet op te lossen: "(De vreemdeling) kiest niet voor die breuk, ze is het gevolg van vaak gedwongen handelingen en daar moet men zich aan aanpassen. (…) Dat roept enorm veel vragen op: vergeten, verliezen, verhuizen, verraden, de verdamping, verbrokkeling van identiteit, taal, familie, cultuur, geschiedenis. (…) Het omgaan met die breuk en de vertaling daarvan in taal, is voor mij uiterst intrigerend." (Interview: curator Kurt Vanbelleghem – Mekhitar Garabedian, Gent, vrijdag 24 februari 2006)

In Happy when it rains stelt de in Syrië geboren Belgische kunstenaar met Armeense roots, Mekhitar Garabedian, zichzelf tentoon. Zijn installaties beogen de vervreemding en dilemma’s weer te geven die de ’vreemde’ (tweede- en derde-generatie-migrant) ervaart op basis van diens — wat Garabedian graag noemt — ’non-locatie’. De kunstenaar put hiervoor voornamelijk uit zijn familiegeschiedenis die rechtstreeks verbonden is met de (trauma’s van de) ’Armeense kwestie’. Dus is de tentoonstelling voornamelijk een poging om de bezoeker uit zijn veilige thuishaven te lokken en hem/haar in die bevreemdende ’non-positie’ te droppen. De integriteit van het ’gebeuren’ (veeleer dan ten-toon-stelling) schuilt in de vaststelling (van de kunstenaar zelf ook) dat de klemtoon niet zozeer ligt op het scheppen van de condities voor die empathische beleving van ’het noodlot van de vreemdeling’, maar op de bewustmaking dat in- en uitsluitingsmechanismen inherent zijn aan het taalgebruik en dat ’iedereen’ (elke individuele taalgebruiker), en dus ook de ’vreemdeling-vertaler’, verantwoordelijk gesteld kan worden voor de onderdrukking of ontkenning van het ’anders zijn’.

"Happy when it rains" is ook de naam voor de fotografische reeks die men aan de start van het gebeuren aantreft. De zes landschapsfoto’s reveleren onherbergzame, moeilijk te benaderen locaties. Deze ’zelfportretten’ ver-beelden de non-locatie, het gevoel van het niet kunnen aarden of wortelen. Op de site van de kunstenaar is te lezen: "Happy when it rains’ is a photographic translation of concepts like Diaspora, obstruction and neglect. The images refer in a symbolic way to a mental state, a position of existence without identity, superfluous and disorientating."

Desoriëntatie is wat de bezoeker (de autochtoon) ervaart op basis van de in dezelfde ruimte opgestelde geluidsinstallatie "Pararan (Dictionary)". Je stapt in een onontwarbare woordenbrij (38 luidsprekers waaruit Armeense zinnen en klanken voortkomen) waarin een algemeen begripskader volledig zoek is en vooral waarin de confrontatie met dit ’onbegrip’ bijzonder onaangenaam is. Deze onnatuurlijke habitat is de reële habitat van de migrant.

In "MG" bevindt de kunstenaar zich voor een spiegel en spreekt hij zijn naam alternerend uit in het Armeens en in het Nederlands. Het uitspreken, de beweging ook, van die naamsverandering, noopt de kunstenaar in verschillende werelden te stappen en telkens een andere persoonlijkheid op te voeren. De verschillende uitspraak van dezelfde naam betekent een andere representatie van de identiteit en leidt zo tot de continue breuk/vervreemding die kenmerkend is voor de ’non-locatie’.

Hoogtepunt van het gebeuren is ongetwijfeld "Learning Piece" (zie foto) waarin de kunstenaar "de impact van zijn verantwoordelijkheid ten opzichte van een Armeense geschiedenis vertolkt." (Interview) Dit videowerk mag dan een herneming zijn van de performance van Vito Acconci, de hele onderneming — een oude, Armeense man leert Garabedian met passie een oud, Armeens lied aan — is een originele manier om de autochtoon te wijzen op de moeilijke en tevens dubbelzinnige opdracht van het ’levendig’ houden van een geschiedenis en taal die zonder plaats bestaan en wandelen werden gestuurd.

In dit totale gebeuren is Wittgenstein nooit ver weg. Als deze ’filosofische onderzoekingen’ iets concreet ’tentoonstellen’, dan is het wel dat het privé- en het publieke domein onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. En dat is een ferme prestatie.

Happy when it rains, BE-PART, Platform voor actuele kunst, Westerlaan 17, 8790 Waregem, 14 mei – 2 juli 2006. Open van woensdag t.e.m. zondag van 11 tot 17 uur. Gratis toegang. Meer info: http://www.garabedian77.be en voornamelijk http://www.be-part.be

E-mailadres Afdrukken