Banner

Géricault:: Museum voor Schone Kunsten, Gent

7.5
Dagmar Dirkx - 17 april 2014

Het Museum voor Schone Kunsten in Gent gunt deze dagen een blik in de ziel van een niet zo alledaagse negentiende-eeuwse schilder. Of hoe Théodore Géricault met gemak het heroïsme, de nostalgie en de mystiek aan de kant schoof om overtuigend zijn eigen stempel op de stroming van de romantiek te drukken.

De expositie confronteert de toeschouwer meteen met een knap staaltje plagiaat. Het imposante ‘Vlot Van De Medusa’ eist alle aandacht op, maar een beetje kunstkenner weet dat het origineel niet zo makkelijk van haar vaste stek in het Louvre wijkt. De kopie doet even de geest van Walter Benjamins ‘Het Kunstwerk In Het Tijdperk Van Zijn Technische Reproduceerbaarheid’ door de zaal waren, maar dan blijkt dat het om een replica gaat uit het jaar 1869, vijftig jaar na de vervaardiging van het origineel. De details van de hand van kopieerders Ronjat en Guillemet zijn groots: de uitgemergelde lichamen en de wanhoop op het vlot hoeven niet onder te doen voor de krachttoeren van Géricault. Ondanks de mogelijks uitstekende discussie over de uniciteit van iconen in de kunstgeschiedenis blijft het vreemd dat de expo de bezoeker meteen met een kopie confronteert.

De volgende zaal verkent de gruwelen van de oorlog aan de hand van enkele magnifieke lithografieën van Géricault. De kunstenaar waagt zich ver buiten de grenzen van een zeker realisme, maar zijn ietwat gekunstelde, haast stripachtige figuurtjes -- misschien wel verwant aan het werk van de Franse striptekenaar Jacques Tardi -- overtuigen des te meer van een bittere waanzin op het strijdperk. De werken worden sterk gecombineerd met de etsen van de Spaanse kunstenaar Francisco de Goya in wiens haast surrealistische ‘Los Desastres De La Guerra’ uit 1810-1815 eveneens de heldhaftigheid en het romantisch patriottisme plaats moeten ruimen voor een bloederige realiteit. In al het strijdgewoel vormen de paarden, voor wie Géricault een mateloze fascinatie koesterde, een steeds terugkerend motief in zijn werken. Een voorbeeld is het bekende ‘De Gewonde Kurassier, De Strijd Verlatend’ uit 1814, waarvan op de expositie een voorbereidende studie te zien is.

Die voorbereidende studies zijn trouwens het best vertegenwoordigde onderdeel in de expositie. Wie voor bekende en voltooide werken komt, boekt beter een treinticket naar Parijs. Toch vormen de schetsen, modellen en voorzichtig verkennende schilderijen net een goed beeld van de worsteling en het zoeken van zo’n gevierd kunstenaar. Géricault was bovendien een nauwkeurige ziel. Aan een werk als ‘Het Vlot Van De Medusa’ gingen jaren van onderzoek naar de anatomie van schipbreukelingen vooraf, alsook schetsen van tientallen lijken en zelfs het nabouwen van een maquette van het vlot. Die nauwkeurigheid ging gepaard met de opkomst van de betere anatomische handboeken. Zo tekende Géricault de ‘Anatomische Studie Van De Wervelkolom En De Bovenste Spieren Van De Rug’ naar een boek van Giuseppe del Medico. Zowel schets als boek zijn aanwezig: de curatoren hebben het nodige huiswerk gedaan.

Zijn de thema’s van oorlog, de zelfkant van de maatschappij en de studie van anatomie op hun plaats in het verhaal van Géricault, dan blijkt de zaal over de rol van de vrouw in de Franse Revolutie toch een overbodige excursus. Daarbij komt nog het hoog aantal andere tijdgenoten in de expositie. Hier en daar mag de navolging zeker aan bod komen, maar deze kunstenaars treden vaak meer op de voorgrond dan Géricault zelf. De vraag of Géricault dan ook geen kwestie van louter ‘namedropping’ is, komt nogal eens boven borrelen tijdens het dwalen tussen de werken.

Na de laatste zaal over psychiatrie en kunst in de negentiende-eeuwse romantiek komt de bezoeker ietwat onzeker naar buiten. Géricault is geen makkelijk verhaal waar men doorheen dartelt vanaf het moment dat de schilder het levenslicht zag tot en met de laatste woorden op zijn lippen. Integendeel, de curatoren bieden de toeschouwers wel de stukjes, maar voor de puzzel is het publiek zelf verantwoordelijk. Voor wie erin slaagt om het hele plaatje bij elkaar te sprokkelen, opent zich een waarlijk inzicht in de Zeitgeist waarin Géricault vertoefde. De mindere puzzelaars onder ons kunnen zich nog altijd optrekken aan de magistrale portretten ‘De Kleptomaan’ en ‘De Monomanie Van De Afgunst’ uit 1819-20 of 1822-23. Het vergapen meer dan waard.

Géricault loopt nog tot 25 mei 2014 in het Museum voor Schone Kunsten, Gent.

E-mailadres Afdrukken