Banner

In Flanders Fields Museum

Kristof Vande Velde - 16 augustus 2012

In 2014 is het een eeuw geleden dat ons land het podium werd van een belangrijk deel van de Eerste Wereldoorlog. Met het vooruitzicht op massatourisme is onze hele Westhoek aan het moderniseren geslagen om de nieuwsgierigen een frisse kijk op ons verleden te kunnen bieden. In Flanders Fields, het bekendste oorlogsmuseum van ons land, trekt de kar en heeft de hernieuwde deuren al geopend.

Oorlogstoerisme, het is een vreemd gegeven: mensen gaan kijken hoe anderen er elkaar op welke manier dan ook om zeep hielpen. In 1919 al konden toeristen de stellingen in ons land bezoeken waar hun vrienden of familieleden hadden gevochten voor de vrijheid of idealen van hun volk of aanvoerder. Georganiseerde wandelingen langs ruïnes behoren vandaag niet meer tot de mogelijkheden, een leemte die wordt opgevuld door restanten hier en daar, monumenten en oorlogskerkhoven en natuurlijk oorlogsmusea. Geheel naar de geest van onze tijd koos In Flanders Fields Museum voor een sprong naar een sterk audiovisuele, digitale en interactieve collectie.

Bij aanvang krijgt elke bezoeker een digitale klaproos om de pols. De RFID-technologie erin slaat je gegevens op nadat je ingelogd bent en zorgt ervoor dat je museumbezoek gebeurt in je eigen taal en dat je een min of meer gepersonaliseerd levensverhaal kan volgen. Zo scan je je aanwezigheid bij bijvoorbeeld een vitrinekast met wapens en kan je een woordje uitleg oproepen van dat ene wapen dat je interesseert. Allemaal erg handig en plaatsbesparend, maar enkel wanneer het ook voldoende werkt. Een aantal lezers was al (of nog) defect, waardoor het nadeel van de technologische aanpak onderstreept werd. Het persoonlijke levensverhaal dat je kan volgen, doe je best wanneer je tijd over hebt, maar is wellicht handig om een bezoeker uit pakweg Duitsland een meer geschikte inkijk te bieden.

Het te volgen parcours is uiteraard chronologisch opgedeeld: van aanloop tot wederopbouw, van inval tot herdenking. Het zijn 38 plaatsen die je op anderhalf uur kan doen om een goed beeld te hebben, maar waar je gerust ook een halve dag mee kan vullen als je er alles uit wil halen. Sterk zijn de hologramachtige personages die je hun deel van het verhaal vertellen in hun eigen taal. Oké, het zijn uiteraard acteurs, maar het werkt wel. Ook de bewegende 3D-pancarte rond de Eerste Slag om Ieper is indrukwekkend. Veel duidelijker kan je het haast niet voorstellen. Een knap staaltje architectuur zijn de obelisk-achtige structuren waarin minder voor de hand liggende zaken worden getoond die niet voor ieders maag geschikt zijn. Dit met sacrale muziek, die weer vervaagt en vervangen wordt door de ambient soundtrack van Stuart Staples wanneer je weer buiten komt. Hoe verder je je een weg door het museum baant, hoe beklemmender de beelden en muziek je achterlaten.

Neen, vrolijk zal je In Flanders Fields niet verlaten. Onder de indruk wel, want dit museum zet knap in op de nieuwe generatie(s) voor wie dit onderwerp steeds meer een ver-van-mijn-bed-show wordt. Nu nog de technische foutjes wegwerken en Vlaanderen is een eigentijds topmuseum rijker.

E-mailadres Afdrukken