Banner

Voltaire

Candide of het optimisme

Frida Dewitte - 06 januari 2012

Het verhaal over het ontstaan van Voltaire’s Candide ou l’optimisme is een van de leukste anekdotes uit de hele literatuurgeschiedenis. Ook de uitwerking van het op zich al geestige basisgegeven is in die mate ludiek, dat het geheel een hilarische roman geworden is. Een meesterwerk om continu bij te schuddebuiken.

Licht verteerbare, satirische romans die toch tot de literaire canon behoren zijn een zeldzaamheid. Voltaire’s Candide mag echter gerust een uitzondering genoemd worden. Hier geen intellectuele verhaalconstructie waarin een volledig filosofisch discours ingebed zit. Evenmin geschreven in een pseudo-mystieke stijl waar professoren in de literatuur met Socratisch geheven vinger uren over kunnen oreren. Wel een tot in de diepte uitgewerkte klucht, geschreven als reactie op Leibniz positivistische stelling dat deze “de beste van alle mogelijke werelden” zou zijn. In zijn jeugd zou Voltaire die uitspraak misschien nog durven ondertekend hebben, maar eenmaal op respectabele leeftijd gekomen, moest de Verlichtingsfilosoof inzien dat een dergelijk ideeëngoed in de wereld van toen niet kon standhouden. Leibniz’ denkpiste houdt echter steek voor wie gelooft in een almachtige, warmhartige schepper, die van alle denkbare werelden (natuurlijk!) de beste heeft gecreëerd, simpelweg omdat hij het (natuurlijk!) goed voorheeft met de mensheid. Een positief georiënteerd, religieus beeld waarop men logisch verder redeneert en waarvan men de nuances afschraapt, zou ook vandaag nog tot een dergelijk citaat kunnen leiden.

Maar helaas. Zowel in het heden als in de tijd van Voltaire ziet men op dagelijkse basis geweld, onverdraagzaamheid en stompzinnigheid zegevieren. Met Candide, het Franse woord voor “oprecht”, schiep Voltaire een personage dat door een lachwekkend “filosoof” en leraar (Pangloss, waarvan de naam al weinig goeds voorspelt) onderwezen wordt in de leer van Leibniz. Wanneer Candide echter door het begaan van door Voltaire gesuggereerde vleselijke lichtzinnigheden uit zijn veilige thuishaven wordt verbannen, heeft hij het moeilijk om te blijven geloven in de onmetelijke goedheid van deze wereld. Het personage is een sympathieke en wat lichtvaardige jongeman die de wijsheden van zijn ex-leraar echter niet zomaar wil verwerpen. Die koppigheid resulteert in hilarische gesprekken en gedachten, door vertaler Hans van Pinxteren in schijnbaar naïef, vlot Nederlands gegoten. Ironie is bij Voltaire een wapen dat doorheen het hele boek loopt en waaraan ook de protagonist bloot wordt gesteld. Deze reageert dan weer steevast met een geïnfantiliseerd, logisch systeem, dat de lezer nog extra aan het lachen brengt.

Candide of het optimisme is anderzijds zeker niet het boek van de fenomenale stilistische ingrepen. Er komt immers weinig taalkundige of verhalende compositie bij kijken. Voltaire heeft aan de hand van korte, aanschouwelijke hoofdstukken het idee van Leibniz willen ontkrachten en dat niet uitsluitend voor een ingewijd publiek. Filosofische kwalificaties zijn dus absoluut overbodig voor wie deze roman tot zich wil nemen. Men zou de weinig uitdagende lolligheden als lezer ook een zwakte kunnen noemen, maar ongeveer honderd bladzijden oorlogen, gevechten, diefstal en ander moedwillig menselijk kwaad zijn wel genoeg om Leibniz’ ongelijk te bewijzen. Het zou trouwens jammer zijn mocht Voltaire van Candide een al te zwaarwichtig boek hebben gemaakt. De manier waarop de auteur de satire hanteert is daarenboven indrukwekkend: Candide is geen filosofisch traktaat, maar zeer toegankelijk proza van de meest aandoenlijke soort, waar bovendien een extra laag intellect aan vast kleeft. Op die manier doorprikt Voltaire tevens het idee dat intellectuelen of filosofen niet aan humor doen, voor zover iemand daar tegenwoordig nog in gelooft.

Met een mooie uitgave in zijn Perpetua-serie brengt Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep dit standaardwerk met recht en reden terug onder de aandacht. Zowel gevorderde lezers als een jong publiek dat de humoristische finesses van de literatuur nog niet kent, bijvoorbeeld de scholieren uit het secundair onderwijs, hebben baat bij een fenomenaal boek als Candide. Omdat men soms ook gewoon moet kunnen lachen met alle ellende, nietwaar?

E-mailadres Afdrukken