Banner

Harald Merkelbach

De leugenmachine

Jurgen Boel - 06 januari 2012

Is Ronald Janssen een psychopaat? Hoort Kim De Gelder thuis is een instelling of eerder de gevangenis en leeft Anders Breivig werkelijk in een waanwereld? Het zijn vragen die in ons modern gerechtsapparaat beantwoord dienen te worden, maar helaas zinken de antwoorden te vaak weg in het drijfzand van oppervlakkige analyses door ongeïnteresseerde gerechtspsychiaters en door vooroordelen verblinde agenten en openbare aanklagers.

Dat is alvast de stelling van de Nederlandse hoogleraar psychologie Harald Merkelbach. Als getuigedeskundige in strafrechtzaken heeft hij uiteraard enig recht van spreken wanneer hij kritiek levert op hoe in strafzaken omgegaan wordt met getuigenissen, psychiatrische onderzoeken en vooroordelen. Wanneer spreekt een getuige of verdachte de waarheid en wanneer liegt hij, en in welke mate is hij er zich zelf van bewust dat hij bepaalde feiten verdraait of simuleert om zichzelf in een beter (of soms zelf slechter) daglicht te plaatsen? Het zijn relevante vragen, in het bijzonder omdat ze mee bepalen welke straf een dader krijgt.

En daar knelt duidelijk het schoentje volgens Merkelbach, want zelfs politieagenten en psychologen of psychiaters slagen er meer niet dan wel in waarheid en leugen te onderscheiden van elkaar. Maar al te vaak laten zij zich net zo goed leiden door vooroordelen, verwachtingen en niet-onderbouwde gevalsbeschrijvingen. Wetenschap en statistiek komen nergens aan bod wanneer beschuldigden in de handen vallen van deskundigen, aldus Merkelbach. Daar door gebeurt de kritische toetsing door peers (nochtans standaard bij wetenschappelijke publicaties) niet en foute diagnoses worden niet gecorrigeerd.

Om zijn stelling te onderbouwen vertrekt Merkelbach vanuit een veelheid van situaties en gevallen die bewijzen hoe snel bepaalde gerechtspsychiaters in een bepaalde methodiek hervallen. Daarbij komt in de eerste plaats hun vermeende expertise op de helling te staan eens ze in het licht van de kritische toetsing geplaatst worden. Bijzonder vermakelijk bijvoorbeeld is het hoofdstuk over oplichter Gert Postel die zich meer dan anderhalf jaar als psychiater wist uit te geven en zelfs voorgedragen werd voor een belangrijke functie. Gekrenkt door de oplichting haastten het instituut waar hij werkte en zijn collega’s zich om te melden dat ze het bedrog wel doorhadden. Quod non, uiteraard.

Een belangrijk verschil tussen Postel en de elders behandelde casus van Frédéric Bourdin, een fantast die zo opgaat in de leugens die hij verzint dat hij zowaar het personage wordt dat hij uitgedacht heeft (tot en met de lichaamstics toe), is dat de eerste perfect weet dat hij de boel belazerd waar iemand als Bourdin wel vanuit de leugen vertrekt maar er al snel in gaat geloven en waarheid en fictie niet meer van elkaar kan onderscheiden. Maar dat ook die laatste groep van fantasten nog enig realiteitsbesef heeft, maakt ook het leven van Bourdin duidelijk. Er is nog een derde groep die om heel uiteenlopende reden er zich echt niet bewust van is dat ze een bepaalde misdaad begaan, met soms dramatische gevolgen.

Een schrijnend voorbeeld daarvan vormt de zaak van L. die onder invloed van voorgeschreven medicijnen zijn vriendin vermoordde en later in zijn cel zelfmoord zou plegen. Tijdens het proces werden door de deskundigen de negatieve effecten van L.’s medicijnen straal genegeerd ten voordele van een warrige analyse van zijn persoonlijkheid. Ook de casus van De Schot toont aan dat er in een gerechtelijk onderzoek te veel steken vallen. Meer bepaald is het zo dat ondervragers gebrand op een spoor geneigd zijn verdachten met black-outs of gaten in het geheugen in een bepaalde richting te sturen om daarna te concluderen dat die verdachte spontaan de piste van de speurders gekozen heeft.

De leugenmachine. Over fantasten, patiënten en echte boeven is een ontluisterend relaas van een psycholoogdeskundige die enerzijds vanuit de ervaring en anderzijds vanuit een academische en kritische achtergrond aantoont hoeveel er wel niet fout kan lopen in een gerechtelijk onderzoek en meer bepaald bij ondervragingen en psychiatrische onderzoeken. Te vaak gaan deskundigen en speurders uit van hun eigen verhaal waarbij hun interpretaties en voorgevoelens primeren op wat vanuit de wetenschappelijke literatuur bekend is. Men kan alleen maar hopen dat Merkelbachs boek binnen gerechtelijke kringen aandachtig gelezen wordt.

E-mailadres Afdrukken