Banner

Adam Phillips

In Onbalans

Peter De Proft - 04 januari 2012

Waarom heet In onbalans van Adam Phillips niet gewoon 'Uit balans'? Zegt die tweede optie niet precies hetzelfde, maar een tikkeltje eenvoudiger? Of moet de titel beklemtonen dat in onbalans zijn een even natuurlijke en af en toe zelfs gezondere situatie kan zijn dan in balans zijn ? En wanneer is iemand trouwens in balans? Of in onbalans?

Adam Phillips heeft zijn fans in het Nederlandse taalgebied. Arnon Grunberg opende het overdonderende Tirza met een citaat van de psychoanalayst (“A couple is a conspiracy in search of a crime. Sex is often the closest they can get.”), maar toch bleef de Brit lange tijd onvertaald. Met In onbalans komt daar verandering in. In dit werk presenteert Phillips een reeks essays die enkel met elkaar gemeen hebben dat ze handelen over menselijke excessen. Phillips heeft niet de intentie een handleiding mee te geven richting een evenwichtiger leven. De auteur bespreekt excessen om op die manier de mens, en niet in het minst jezelf, beter te begrijpen.

In onbalans start met een korte bespreking van enkele vormen van onmatigheid zoals vraatzucht of seksverslaving. Daarin poneert de auteur onder meer dat we zo gulzig zijn, omdat we bang zijn voor keuzes en dan maar meteen voor alles kiezen. In de hoofdstukken daarna wordt het pas echt interessant. Zo staat Phillips uitgebreid stil bij de vraag of de school kinderen nu werkelijk gelukkig moet maken. Want hoe ongelukkig kun je worden als je steeds tevergeefs geluk nastreeft? Verder in zijn werk voert Phillips een bijna ontroerend pleidooi voor hulpeloosheid. Onze angst hiervoor, die hij, typisch psychoanalytisch, situeert in de kindertijd, zet in zijn ogen een rem op onze mogelijkheid om sociale wezens te worden. Op overtuigende wijze koppelt hij de kwaal van het perfectionisme aan die angst. Perfectionisten zijn mensen die weigeren hulpeloos te zijn en daar dan vaak een hoge prijs voor betalen.

In onbalans laat zijn schatten maar moeizaam opgraven. Het kan bijvoorbeeld geen kwaad noties te hebben van het werk van psychoanalytici als Freud of Lacan. De grootste 'moeilijkheid' echter is dat Phillips weigert de mens in algemene theorieën te vatten. En dat zorgt voor verwarring en soms voor frustratie. In Phillips' ogen zijn mensen immers behalve gemeenschappelijk ook heel individueel. In zijn essay over authenticiteit bijvoorbeeld ijvert Phillips aanvankelijk voor een authentiek leven. Nochtans zijn we in deze tijden een groot stuk authenticiteit kwijtgeraakt, omdat we niet meer onbekommerd kunnen geloven. Moeten we dan maar met z'n allen een stuk naïever worden? Even lijkt de auteur die gedachte toegedaan. En net op het moment dat je je als lezer daarbij neergelegd hebt, waarschuwt Phillips voor de gevaren van naïviteit. En hoe je dan wel authentiek door het leven kunt gaan, blijft op het einde van dat essay een raadsel. Maar misschien is dat wel net het hele punt van Phillips?

Is In onbalans al die moeite waard? Wie op zoek is naar een loper voor een gelukkiger leven komt in elk geval van een kale reis terug. Af en toe besluipt je zelfs het gevoel dat Phillips garen spint van vaag geformuleerde theorieën. Toch werpt In onbalans een interessante en soms beangstigende kijk op ongebalanceerde mensen in hun streven naar geluk. Voor mensen die graag verdwalen in de menselijke geest is In onbalans dan ook een aanrader.

E-mailadres Afdrukken