Banner

Dimitri Verhulst

De intrede van Christus in Brussel

Frida Dewitte - 19 oktober 2011

Voor wie er ooit aan getwijfeld heeft: hij kan het nog steeds. Dimitri Verhulst, een van Vlaanderens meest vooraanstaande succesauteurs sedert De helaasheid der dingen, schreef met De intrede van Christus in Brussel namelijk alweer een scherpe satire waarin België en haar "klotevolkje" aardig op de korrel worden genomen.

Voor diegenen die de indruk hebben dat de titel bekend in de oren klinkt: Verhulst baseerde zich inderdaad op een bestaand werk, met name een van de bekendste doeken van James Ensor. Lange tijd bleef dit monumentale tafereel met spottende ondertoon schimmelen in een of ander archief, maar sedert zijn herontdekking een hele tijd geleden geldt het als een prototype van waar Ensor stilistisch en inhoudelijk voor stond. De parallel met het schilderij is dat men doorheen het boek nooit uitgekeken raakt op wat Verhulst allemaal aan "plaisanterie" (om het oneerbiedig te zeggen) uit zijn pen schudt: de veelheid aan scherts is verbazingwekkend, zeker voor wie de beperkte lengte van het boek in ogenschouw neemt. Dat het stramien op den duur niet vervelend of doorzichtig wordt, dankt de roman aan zijn enorme vaart, die een van de voornaamste troeven van het boek is: Verhulst creëert van meet af aan een leesritme dat gewillige lezers probleemloos naar het einde stuwt. De ritmiek, die de auteur zowel stilistisch als inhoudelijk bewust strak houdt door kort en bondig, maar tegelijk poëtisch, over bepaalde zaken uit te wijden, brengt zelfs een zekere spanning met zich mee. Verhulst schept bovendien in die mate een verwachtingspatroon over de komst van Christus, dat de lezer zich ongeveer halfweg begint af te vragen of die verwachtingen ooit zullen kunnen ingelost worden. Dat doet Verhulst wel degelijk, maar op een bijzonder ingetogen wijze: hij koppelt een ontroerende boodschap aan het al dan niet opdagen van Christus, waardoor de roman een vredig slotakkoord krijgt dat de lezer tegelijk tot nadenken aanzet.

Er blijven weliswaar enkele losse eindjes over die Verhulst beter had kunnen uitwerken, maar zoals gezegd, heeft het boek baat bij zijn beknoptheid. De intrede van Christus in Brussel wil daarenboven alles behalve alomvattend zijn: juist de pretentieloze opzet laat Verhulst toe heel natuurlijk zijn ongenoegen te uiten over ditjes en datjes. Meer dan omwille van het verhaal moet men dit boek lezen om zijn fantastische taal en humoristische inslag, waaruit blijkt dat Verhulst zijn scherpte als schrijver niet verloren heeft. De aanpak doet een beetje denken aan die van Godverdomse dagen op een godverdomse bol, hoewel dat boek misschien teveel doordrongen was van een pessimisme jegens de mensheid. Het personage " ’t ", als substituut voor de mens, liet eigenlijk weinig menselijke inleving toe, waardoor de roman vooral een "historisch experiment" bleek te zijn. Velen hebben dat boek graag gelezen en voor hen is ook De intrede van Christus in Brussel aan te bevelen: aan hetzelfde principe, met name (actueel) feitenmateriaal met een ironische inslag bespreken, koppelt Verhulst deze keer immers een sympathieke protagonist die het boek weliswaar conventioneler, maar ook humaner en tastbaarder maakt. Wat Verhulst met dat menselijke aspect doet, is hier en daar helaas wat simplistisch, maar niettemin blijft het een waardevolle dimensie die in Godverdomse dagen op een godverdomse bol ontbrak.

Wie briljante kritiek verwacht die ideeën voor een hernieuwde dialoog tussen mensen concreet uitwerkt, is eraan voor de moeite: Verhulst breekt af, maar begrijpt dat oplossingen niet binnen handbereik liggen. In het niet suggereren van antwoorden voor bestaande problemen hoeft men echter geen zwakte te zien; wel is het een aspect waaruit eens te meer blijkt dat Verhulsts bedoelingen uiterst bescheiden waren. Lezers die uit zijn op leesgenot van de pittigste soort (en zonder scrupules), zullen dit vlotte en hilarische boek hoog in het vaandel dragen. Helaas zullen anderen die expliciet naar ontroering zoeken, moeten wachten tot de laatste bladzijden, want onmiskenbaar voert de humor in dit boek het allerhoogste woord.

E-mailadres Afdrukken